Arsacal
button
button
button
button


Benoemingsoorkonde

Weergave van de tekst van de benoemingsoorkonde van paus Benedictus XVI.
Onder de Latijnse tekst volgt de Nederlandse vertaling.

Benedictus Episcopus Servus Servorum Dei

dilecto Filio Joanni Villibrordo Mariae Hendriks, Harlemensis-Amstelodamensis Seminarii maioris moderatori, ipsique Capituli cathedralis Canonico eiusdem dioecesis Episcopo electo Auxiliari, Arsacalitanae Sedis addito titulo, salutem et Apostolicam Benedictionem.

Insignis Harlemensis-Amstelodamensis Ecclesia nunc mentem Nostram sollicitam requirit, cui operam Nostram commodare ultro properamus, ut inibi quam prosperrime spiritalis cursus procedat. Quandoquidem venerabilis Frater Josephus Maria Punt, illius Sedis Episcopus, socium in apostolico ministerio postulavit, qui opem pastoralibus necessitatibus ferret, ad te, dilecte Fili, magna cum fiducia decurrimus hoc munus concredituri, quem scimus consentaneis virtutibus fultum consequentique pastorali usu.

Ideo, consilium excipientes Congregationis pro Episcopis, Apostolica Nostra ex auctoritate, te Episcopum destinamus Auxiliarem Harlemensem-Amstelodamensem itemque titulo Arsacalitano honestamus, cunctis simul additis iuribus et officiis iniunctis quae cum tua destinatione tuoque statu cohaerent, ad sacrorum canonum praescripta.

Ante proinde ordinationem episcopalem, quam a quovis catholico sacrorum Antistite extra urbem Romam recipere poteris, oportet fidei professionem facias ac fidelitatis nuncupes iusiurandum in Nos et Successores Nostros, secundum statas formulas, quas absolutas ad memoratam Congregationem mittendas curabis.

Ceterum, dilecte Fili, quae antea sustinuisti officia multa iuvabunt. Quocirca, superno iuvamine flagitato, prorsus te esse paratum arbitramur ad altiora patranda communibus de consiliis propositisque, ut ibidem fides pietasque roborentur et salutaria item opera multiplicentur.

Datum Romae, apud S. Petrum, die quinto et vicesimo mensis Octobris, anno Domini bismillesimo undecimo, Pontificatus Nostri septimo.

Benedictus XVI
Benedictus, Bisschop, Dienaar der Dienaren Gods

aan zijn geliefde Zoon Johannes Willibrordus Maria Hendriks, rector van het groot­semi­narie van Haarlem-Amsterdam, tevens kanunnik van het kathedraal Kapittel, gekozen Hulpbisschop van hetzelfde bisdom, onder toevoeging van de titulaire Zetel van Arsacal, heil en Onze Apostolische Zegen.

De illustere Kerk van Haarlem-Amsterdam vraagt nu Onze bijzondere aandacht, waaraan Wij van zelf haastig tegemoet willen treden, opdat aldaar de geestelijke voortgang zo voorspoedig mogelijk verloopt.

Nu dan Onze eerbied­waardige Broeder Jozef Maria Punt, Bisschop van die Zetel, heeft verzocht om een metgezel in het apostolisch dienstwerk, die hulp kan bieden in de pastorale noden, gaan Wij met groot vertrouwen ertoe over om deze taak toe te vertrouwen aan u, geliefde Zoon, die naar Wij weten geschraagd wordt door passende goede eigen­schappen en een daarmee verbonden pastorale praktijk.

Na het inwinnen van de raad van de Congregatie voor de Bisschoppen, benoemen Wij u derhalve op grond van Ons Apostolisch gezag tot Hulpbisschop van Haarlem-Amsterdam en sieren u eveneens met de titel van Arsacal. Tegelijk hiermee verbonden zijn alle rechten en plichten, die met uw benoeming  en uw staat samenhangen, volgens de voor­schriften van de heilige kerkelijke wetten.

De bisschops­wijding kunt u van elke katholieke Bisschop buiten de stad Rome ontvangen. Tevoren dient u echter de geloofsbelijdenis en de eed van trouw jegens Ons en Onze opvolgers af te leggen, overeenkomstig de daartoe vastgelegde formulieren, die u na ondertekening en verzegeling naar genoemde Congregatie zult doorsturen. 

Overigens, geliefde Zoon, zullen de taken die u voorheen hebt verricht, zeer goed van pas komen. Daarom, na Gods hulp te hebben afgesmeekt, achten Wij u zeker goed voorbereid om, volgend op gemeen­schappelijke beraadslagingen en plannen, hogere taken te volbrengen, opdat ook daar het geloof en de godsdienstige ijver versterkt en evenzo de werken van het heil vermenigvuldigd worden. 

Gegeven te Rome, bij Sint Petrus, op de vijfentwintigste oktober in het Jaar des Heren 2011, het zevende jaar van Ons Pontificaat.

Paus Benedictus XVI