Arsacal
button
button
button


Nu is het tijd voor barmhartigheid!

Eerste catechese in het kader van de Wereldjongerendagen

overweging_bezinning - gepubliceerd: woensdag, 27 juli 2016
Nu is het tijd voor barmhartigheid!
(foto: Ramon Mangold)

Woensdag 27 juli is de eerste van de drie catechese-dagen van de wereld­jonge­ren­dagen. Dat betekent dat in de morgen in elke taal­groep door één van de bis­schop­pen een catechese wordt gegeven. Op deze eerste dag mocht ik dat voor de Nederlandse deelnemers doen, in een Krakause kerk gewijd aan... De Goddelijke Barm­har­tig­heid!

Het is een mooie lokatie waar de Nederlanders zijn terecht gekomen, een grote kerk die door de jongeren helemaal wordt gevuld; natuurlijk staat de afbeelding van de barmhartige Jezus centraal, maar ook zr Faustina en paus Johannes Paulus II zijn duidelijk aanwezig. De ochtend begon met lofprijzing en een getuigenis van de nu 19 jarige Stefan die op zijn 16 e kanker kreeg. Daarna volgde de Catechese en gesprek in deel­groepen en de heilige mis waarin mgr. E. De Jong hoofd­cele­brant was. Hij sprak over barm­har­tig­heid naar aanleiding van het evangelie van de overspelige vrouw. Muzikale begeleiding ligt weer in de handen van onze eigen Haarlemse WJD band.

De middag heb ik samen met de andere Nederlandse bis­schop­pen en enkele anderen besteed aan een bezoek aan de binnenstad van Krakau waar we een mooie indruk kregen van de sfeer van de WJD en verschillende Nederlanders ontmoetten. Daar kwam ook paus Franciscus aan voor een ontmoeting met de Poolse president en de Poolse bis­schop­pen, maar daar zijn wij niet bij geweest.

Hieronder de tekst van de catechese: 

NU IS HET TIJD VOOR BARMHARTIGHEID!

Hoe was het?

Ik weet niet hoe jullie leven tot nu toe er heeft uitgezien. Kom je uit een gelukkig gezin en heb je een rimpelloze jeugd gehad? Of is er best wel het een en ander gebeurd dat niet in jouw top tien van leuke dingen staat? Dat kan van alles zijn van een school of een studie die niet lekker loopt, gepest worden, een heel dierbaar iemand verliezen of liefdesverdriet of nog iets heel anders.

Sommige mensen die iets ergs meemaken of dat bij anderen zien, vragen zich af: hoe kan er een goede God bestaan, als dat gebeurt en als er zoveel ellende in de wereld is? Jan Marijnissen van de SP is zo iemand. Hij heeft zijn geloof aan de kapstok gehangen omdat hij teleurgesteld was in een God die er zo’n zooitje van maakt (vindt hij). Gelukkig doet hij het als politicus beter!

Misericordia – Barm­har­tig­heid

Heeft God er een zooitje van gemaakt?

Dit hele jaar en speciaal op deze wereld­jonge­ren­dagen vieren we het tegen­over­ge­stelde. Dit is het jubileumjaar van barm­har­tig­heid, in het Latijn: iubilaeum misericordiae. Nu is het Nederlandse woord ‘barm­har­tig­heid’ niet zo alledaags en het klinkt een beetje ouderwets. Laat ik daarom maar met het Latijn beginnen. Daar zit het woord “cor” in dat “hart” betekent en “miseria”, misère, wat over narigheid gaat. Hart hebben voor wie in de misère zit, daar gaat het om bij barm­har­tig­heid. Een hart voor wie er slecht aan toe is.

De perfecte mens?

Natuurlijk gaat dat over jou. Jij wordt in dit jaar uitgenodigd om een hart te hebben voor wie in de misère zit, een hart voor een ander, wie dat ook is. Zo’n jaar is wel hard nodig, want we horen altijd maar weer dat je perfect moet zijn. Laatst zag ik beelden van fotomodellen uit de jaren ’90 en fotomodellen van nu. Het verschil is duidelijk. Het moet nu nog strakker, nog slanker, gewoon slank is echt niet voldoende meer, je moet zo’n wasbordje zien, niet alleen bij mannen, ook bij de vrouwen. En je moet scoren, presteren, je moet het halen en het plaatje moet kloppen. Reclames laten je allemaal perfecte, stralende mensen zien.

Jij bent uniek!

Mensen kunnen er vreselijk onder lijden als ze niet aan dat zogenaamd ideale beeld voldoen en dat is te begrijpen als je alsmaar voorgeschoteld krijgt dat het anders niet klopt. Maar uiteindelijk: wat maakt het uit of je neus een beetje scheef zit, of je misschien een maatje meer hebt en of je op school misschien wat minder presteert? Ieder mens heeft nu eenmaal zijn eigen kwaliteiten. Jij hebt weer andere dingen, andere gaven gekregen, dan een ander. En vooral: Je bent een mens! Je bent geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, dat is toch eigenlijk al mooi genoeg? Dus focus in ieder geval niet op wat in jou niet beantwoordt (denk je dan) aan dat mooie plaatje dat ze je voorhouden. Toen iedereen in zwijm lag voor Justin Bieber ging het intussen helemaal mis met die jongen. Drugs en drank, keihard rijden onder invloed, agressie en geweld, het was er allemaal. Een hele batterij spindoctors moest erop losgelaten worden om dat imago in de media weer een beetje op te poetsen.

Targets halen of ‘time for mercy’?

Wat is dan de ideale mens? Diegene die er zo leuk uitziet? Die zich zo leuk kan presenteren? Die zo knap en handig is? Dat is maar een buitenkant. Van binnen zijn we allemaal heel gewone mensen met dingen waar we bang voor zijn, verlangens, idealen en we maken allemaal fouten, niemand is zonder zonde. En God heeft in het hart van iedere mens een schat gelegd: je bent uniek! Wees gewoon jezelf en probeer een goed mens te zijn.

Dus dit jaar is een jaar om met barm­har­tig­heid, hartelijk en sympathiek naar jezelf en naar anderen te kijken, niet te gauw te oordelen - kraak ook jezelf niet af -, er voor anderen te zijn, vooral voor wie niet zo belangrijk is in de ogen van de wereld en voor wie het niet gemakkelijk heeft, een jaar om wat meer van een ander te verdragen... (je lontje niet te kort). Dan zijn we bezig een andere wereld te bouwen dan de wereld die we nu om ons heen ervaren. Ik hoop dat deze Wereld­jonge­ren­dagen je ook iets van een visioen geven van die andere wereld en ik hoop dat je dat visioen vast blijft houden!

Een jaar van barm­har­tig­heid is dus het tegen­over­ge­stelde van een afreken­cul­tuur, die je genadeloos straft als je je targets, je doelen niet hebt gehaald. Als je kijkt met barm­har­tig­heid, aanvaard je met liefde, geef je kansen, bouw je mensen op, help je hen om zich bewust te worden wie zij zijn: een prachtig kind van God!

Opening jaar van barm­har­tig­heid

Er is nog veel te doen. Toen paus Franciscus dit jaar van barm­har­tig­heid opende was de hele wijde omgeving van het Sint Pietersplein afgezet. Iedereen die binnen wilde komen werd streng gecontroleerd, wegens dreiging van terrorisme. Er waren dan ook maar zo’n vijftigduizend mensen aanwezig, veel minder dan bij zulke plechtige momenten gebruikelijk is. Maar angst voor terreur moet ons niet tegenhouden om naar het plein van de barm­har­tig­heid te gaan. Ieder mens is een mens, geen consumptieartikel en voor God heeft hij geen etiket. Ieder mens heeft het recht om allereerst als mens benaderd en gezien te worden. Daarna komen de keuzes die een mens moet maken en we hopen en bidden dat iedere mens de goede keuzes mag maken, voor de barm­har­tig­heid, voor geloof, hoop en liefde, vcor trouw, voor standvastigheid en de tien geboden.

Wat voor wereld willen we uiteindelijk? Waar gaan wij voor?

De wereld is niet ideaal, maar blijf jouw ideaal voor ogen houden!

Wij kunnen eraan bijdragen om die wereld op een ander spoor te krijgen, het spoor van de barm­har­tig­heid. Volg je roeping!

God in Auschwitz?

Zeker, het is altijd moeilijk om te begrijpen waarom iemand iets ergs mee moet maken. Kon dat hem of haar niet bespaard blijven? Helemaal begrijpen doen we dat niet. We weten door het kruis van Jezus dat het lijden een betekenis heeft, dat wel. En we merken dat we juist in een periode van moeilijkheden, van lijden, in een rottijd meer gevoel kunnen krijgen voor wat werkelijk belangrijk is in het leven. Als je altijd goed presteert, gezond bent, niets te klagen hebt, succesvol bent, als je gaat als een speer, dus helemaal beantwoordt aan dat beeld van die perfecte mens in een perfecte maat­schappij, loop je wel het gevaar dat je uit het oog verliest hoe de wereld en het leven in elkaar zit, dat je harder wordt, genadelozer, minder open voor mensen die er slecht aan toe zijn..... Hoe pak je het op als je iets overkomt dat moeilijk te dragen is?

De meesten van jullie zijn – denk ik - ook in Auschwitz geweest of gaan daar nog naar toe. Als je daardoor heen loopt, word je stil. Meer dan een miljoen mensen stierven daar, voor meer dan 90% Joodse mensen. De bergen haren, schoenen, brillen, die je daar ziet, maken dat concreet. Kan er een God zijn als zoiets gebeurt? Hoe kan God die kampbeulen hun gang laten gaan? Maar daar was ook pater Maximiliaan Kolbe, die zich opgaf om de plaats in te nemen van een vader van een gezin die samen met anderen tot de hongerdood was veroordeeld omdat iemand uit Auschwitz weg was kunnen vluchten. “Neem mij maar”. En Maximiliaan Kolbe hield de moed erin. Zingend en biddend is die hele groep de een na de ander gestorven, Kolbe als laatste. En in die dodenbarak, in een cel naast die van pater Kolbe, is een kruis getekend met Christus daaraan. God was toch aanwezig, zelfs in Auschwitz.

Vrienden van de straat

Dus barm­har­tig­heid gaat ook niet alleen over iets geven aan een goed doel. Het gaat minder over wat je doet dan over hoe je bent. Stel je voor: je komt een dakloze tegen op straat. Hij ziet er nogal onverzorgd uit. Wat voel je als je een dakloze tegenkomt, een zwerver? Wat roept dat in je op? Die man vraagt je hem te helpen en hij houdt zijn hand op. Hij wil wat geld. Wat doe je?

Franciscus van Assisi maakt zoiets ook een keer mee. Het was nog voor zijn bekering of misschien beter: hij was er mee bezig, hij was half bekeerd. Hij hield nog erg van chique merkkleding en indruk maken op de meisjes, maar er was ook al iets in hem bezig, dat hem een andere kant op dreef. Op een keer reed hij op zijn paard door de omgeving. Opeens sprong er een melaatse uit de struiken, die pal voor hem ging staan en wat geld vroeg. De man zat vol zweren en melaatsheid is besmettelijk. De man stonk bovendien. Franciscus aarzelde, hij voelde de afkeer. Toen sprong hij van zijn paard en voordat hij hem geld gaf, kuste hij hem.

Wat was belangrijker, dat geld of die kus?

Misschien is het bij jou niet heel veel anders als je een vervuilde dakloze tegenkomt.. Het eerste wat opkomt is je gevoel, medelijden en afkeer strijden om voorrang. Misschien ga je dan in jezelf redeneren over die man: het is zijn eigen schuld, hij is aan de drank, hij is misschien stiekem wel stinkend rijk (in ieder geval stinkt hij). Maar dan: wat doe je? Het gaat niet alleen om geld geven of eten of een concreet werk doen, al is dat wel belangrijk. Het gaat ook en nog meer om vriend­schap en liefde, begrip en openheid voor die persoon. Bij Sant’ Egidio – die katholieke gemeen­schap, die bij ons in Apeldoorn en Amsterdam aanwezig is en die er voor de armen en voor vrede is - hebben ze het dan altijd over: “Onze vrienden van de straat”.

Als je een arme ziet, voel niet alleen die afkeer, maar zie een mens, een geliefd kind van God. Ga iets van een relatie aan, al is het maar door een vraag, een groet, een blik, een woord. Zoek rustig even contact. Benader die ander als mens, als naaste. Zet jouw leven met Gods hulp op het spoor van de barm­har­tig­heid.

Goddelijke barm­har­tig­heid

Toch ben jij niet de eerste over wie het gaat als we het over barm­har­tig­heid hebben. De eerste over wie we dat zeggen is God: Hij heeft hart voor wie in de misère zit, Hij is er voor je als je er doorheen zit, als je verdriet of pijn hebt, als je het gewoon even niet meer weet. Hij is gekomen om ons te verlossen. Dit hele jaar is ook als het ware één grote uit­no­di­ging om dat te gaan ontdekken.

De kern van ons leven en van ons menselijk bestaan is dat alles vergaat en dat de wereld vol ellende is, daar heeft Jan Marijnissen wel een beetje gelijk in. Ga maar na: waarom ben je op aarde? Om ziek te worden en dood te gaan? Om te moeten vluchten en in armoede, honger en oorlog je dagen door te komen? Wij zitten in Europa, in Nederland toevallig nog net in een hoek van de wereld waar we eigenlijk niet zo veel te mopperen hebben. We mogen blij zijn dat we niet in een moeilijke situatie in Syrië, Irak, heel het Midden Oosten of Afrika geboren zijn, om maar wat te noemen.

Maar het stelt weinig voor. Ik ben nu eenenzestig en als ik eens terugblik op mijn leven dan moet ik steeds denken: wat is het allemaal verschrikkelijk snel voorbij gegaan, die eenenzestig jaar: het was maar een flits in de tijd....

Op een goed spoor

Maar ooit is daar iets in veranderd, er is een wissel omgezet en nu zitten we niet meer op een doodlopend spoor maar de reis van ons leven gaat naar het licht. Want God is gekomen in deze wereld, Hij is mens geworden, maar niet een met een leuk huis en een fraaie auto (zoals ik, sorry, Heer!). Hij koos ervoor om arm te leven en als een misdadiger te sterven. Niet dat Hij iets verkeerds had gedaan, maar zo is het gegaan: Hij stierf op een kruis en dat deed Hij uit barm­har­tig­heid, omdat Hij hart heeft voor ons mensen die in de misère zitten, op weg zijn naar dood en bederf. Dit heeft Hij gedaan om ons daardoor een nieuwe bestemming te geven: de hemel.

Dus je zou het eigenlijk zo kunnen vergelijken: je hebt een vakantie geboekt en het is een en al ellende. Er klopt niets van de accommodatie! Ik heb dat een keer in Indonesië meegemaakt op Sumatra. Ik kwam in een hotel en als je de kraan open deed kwam er geen water uit maar allerlei ongedierte, de smerigste insecten kwamen uit de kraan en de ratten kropen door de kamer. Echt iets voor de Groeten van Max of een ander vakantie­pro­gramma! Maar OK, je vakantie helemaal verknald en dan komt er zo’n reddende engel van dat TV programma en die zorgt dat je een volledig nieuwe bestemming krijgt in een super chique hotel met het heerlijkste eten, alles perfect. Binnen de kortste keren ben je alle ellende vergeten.

Dat is eigenlijk wat er met ons allen gebeurd is en gebeuren gaat: we hebben de verkeerde vakantie geboekt, dit leven is niet zo leuk als het had kunnen zijn. Maar er is een Redder gekomen, die ons een prachtige nieuwe bestemming heeft gegeven: Jezus de Heer.

God heeft ons leven op een nieuw spoor gezet, het spoor van Zijn barm­har­tig­heid dat leidt naar een prachtige bestemming, geheel verzorgd.
Er is alleen één klein verschil tussen ons leven en die beroerde vakantie-accommodatie: als het over het leven op aarde gaat, zijn we er zelf mede schuld aan dat dit niet zo’n mooie bestemming is: we handelen allemaal weleens niet zo goed, we hebben heel veel mooie dingen in ons hart, maar er zit ook een neiging in tot egoïsme. Het zit soms maar in kleine dingen. Vorige week nog was ik in de fietsenstalling van het station. Er was bijna geen plaats meer. Eindelijk had ik een leeg rek gevonden. Maar net op het moment dat ik mijn fiets in dat rek wil zetten, komt er een man, die me opzij duwt en zijn eigen fiets erin zet. Maar ja, wat heb ik hem te verwijten? Ben ik zelf ook niet vaak zo, dat ik voor wil dringen, sneller wil zijn dan een ander, aan mezelf denk, gauw de beste plaats inpik? Volmaakt ben ik zeer zeker niet.

En we noemen bij­voor­beeld ook veel dingen liefde die eigenlijk egoïstisch zijn. Als een jongen met een meisje naar bed gaat, noemt hij dat liefde, maar misschien had hij gewoon zin in seks en was het eigenlijk echte liefde geweest als hij van haar af was gebleven.

De wereld is een stuk minder mooi dan die had kunnen zijn door onze acties, door wat mensen doen.

Genade!

Dus God heeft aan ons leven een nieuwe bestemming gegeven uit barm­har­tig­heid, omdat hij een hart heeft voor ons, ongelukkige mensen.

Dat noemen we ook wel genade. “Genade” roep je als je onder ligt in een vechtpartij en je werkelijk geen kant meer op kunt. Je tegenstander heeft je volkomen klem. Als je het best wel kunt winnen ga je echt geen “genade” roepen! “Genade”: Je roept om een cadeautje wat je niet af kunt dwingen en waar je geen recht op hebt. Het is zeker geen beloning voor iets wat je hebt gedaan of wat je zo goed kunt.

Dat is de reden waarom we alles wat God aan ons geeft “genade” noemen: dat zijn allemaal cadeautjes waar we geen recht op hebben maar die Hij ons geeft omdat Hij het goed met ons voor heeft.

Er zijn twee soorten genade. De eerste grote genade is dat God jou heeft aangenomen, dat Hij van je houdt en dat Hij jou tot Zijn geliefde kind, Zijn zoon of dochter, heeft gemaakt. Dat gebeurde in jouw doopsel en het werd versterkt door je heilig vormsel, waar je de kracht hebt ontvangen van de Geest om door jouw woorden en daden te laten zien dat je christen bent. Dat is je gegeven. Dat blijft. Daarom heb je eigenlijk altijd een reden om God dankbaar te zijn voor Zijn barm­har­tig­heid.

De tweede soort genade is dat God er is om je te helpen. Dat gebeurt heel speciaal in de andere sacramenten: communie, biecht, ziekenzalving. Hij is bij je als je de communie ontvangt, Hij is bij je als je vergeving krijgt in de biecht en op zoveel andere momenten. Hij is altijd bij je.

Soms denk je misschien: waar blijft Hij nou? Waarom helpt Hij me niet? Hij helpt je wel, maar Hij helpt je soms heel anders dan je zou denken. Als Jezus aan Zijn leerlingen vertelt dat God naar hen luistert en hun gebeden verhoort: “Vraagt en je zult verkrijgen”, weet je wat Jezus dan zegt wat ze krijgen? Hij zegt niet: je krijgt wat je vraagt. Hij zegt: God zal je de heilige Geest geven. En wat de Geest je geeft dat is wijsheid, inzicht, raad en sterkte, kennis, vroomheid en eerbied voor God. Zeven gaven.
Je kent misschien dat gedicht van die voetstappen op het strand. Een mens loopt op het strand en juist als het moeilijk wordt, als er verdriet en pijn in zijn leven komen, is daar maar één paar voetstappen te zien. “Heer, waar was je nou?“ vraagt die mens zich dan af, “Waarom liet U mij alleen”? Dit antwoord komt in dat gedicht: “Mijn kind, toen heb ik je gedragen”. Het voetspoor van de barm­har­tig­heid.

Midas of Camillo?

Kennen jullie Midas Dekkers? Midas Dekkers is een bioloog en een vrij bekende schrijver. Hij was laatst op TV en vertelde over zijn leven. Hij kwam niet uit een leuk gezin. Moeder gescheiden en een nieuwe man; de eerste man was aan de drank en sloeg zijn vrouw; de tweede man was aan de drank en keek nergens naar. Zijn moeder kreeg twee keer een zwaar gehandicapt kind. Midas noemt dat: “Een mislukte mens”. Hij vindt dat je die ‘mislukte mensen’ maar beter een spuitje kan geven. Die twee gehandicapte kinderen zaten in een instelling. Dat tweede kind, een meisje zat in een instelling waar kloosterzusters voor haar zorgden. Die deden dat met heel veel liefde, dat zag Midas wel, en ze waren allemaal heel verdrietig toen dat zusje overleed. De zusters en medewerkers van dat huis moesten allemaal huilen. Ze hadden van dat kind gehouden. Alleen Midas huilde niet. Midas vindt die zusters dom, ze hebben hun leven weggegooid door voor zulke kinderen te zorgen en hij vindt dat zusje een mislukte mens.

Ik wil niet in die wereld van Midas Dekkers leven. Ik denk zelfs dat het leven van dit gehandicapte zusje dat in feite zoveel liefde in de wereld heeft gebracht, misschien wel meer gelukt is dan het leven van Midas, wie zal het zeggen?

Wie barmhartig kijkt, ziet alles anders.

Een van de speciale heiligen voor dit jubileumjaar van de barm­har­tig­heid is Camillo de Lellis. Hij werd geboren in het jaar 1550. Zijn moeder stierf toen hij twaalf of dertien jaar oud was, zijn vader was militair en veel weg – op oorlogspad - en Camillo ging zijn eigen gang: hij was agressief, een straatvechter en werd gokverslaafd. Hij had geen zin om naar school te gaan maar ook niet om te werken. Met zestien jaar ging hij daarom in het leger en raakte gewond aan zijn been. Toen kwam hij voor het eerst in een ziekenhuis. Een andere wereld en dat maakte iets in hem los. Daarna kwam weer een periode van zwerven totdat hij met 25 jaar geraakt werd door de woorden van een pater-gardiaan en een bekering doormaakte. Hij werd een ander mens, maar net toen hij vol goede voornemens was, kwam zijn beenwond terug en gooide roet in het eten; weer kwam hij in het ziekenhuis terecht. Hij zal zich wel hebben afgevraagd: “Waarom, Heer, net nu ik zo goed bezig ben”. Maar daar, terug in het ziekenhuis, gebeurde het pas echt. Camillo vond zijn roeping. Ineens was het raak. Hij wist het, hij voelde het in alle vezels van zijn bestaan. Het was een ziekenhuis voor de hopeloze gevallen, de ergste zieken en Camillo begon in die zwaar lijdende zieken Christus te zien en alles met andere ogen te bekijken. De barm­har­tig­heid kwam in zijn leven. Het was een prachtige ervaring en hij werd er helemaal vurig van en straalde dat uit naar alle kanten. Hij hield van de zieken die er het slechtst aan toe waren. Al gauw kwamen er vijf vrienden die net als hij hun leven wilden wijden aan de zieken en zo is een kloosterorde ontstaan, de orde van de Camillianen die nog steeds bestaat.

Nu is het tijd voor barm­har­tig­heid!

Aan Camillo kun je zien wat er gebeuren kan als God het hart van een mens verandert, als een mens anders gaat zien, anders gaat kijken. Zelfs een boef kan een heilige worden. Jullie kennen misschien het verhaal van Roy Peters, het is een tijdje geleden op TV geweest. Ik heb hem ontmoet en hij heeft mij het boek met zijn levensverhaal gegeven. Hij heeft het van Gogh­mu­seum beroofd en laadde een paar leuke kunstwerkjes in. Roy heeft zich later bekeerd, werd katholiek en kwam toen naast de directeur van het museum, die ook katholiek geworden was, in dezelfde kerk te zitten!

Voor God is alles mogelijk als we ons hart laten raken door Zijn barm­har­tig­heid.

Het thema van deze wereld­jonge­ren­dagen is een woord van Jezus uit de zaligsprekingen: “Zalig de barmhartigen, want zij zullen barm­har­tig­heid ondervinden” (Mt. 5,7). En het thema van dit heilig jaar van de barm­har­tig­heid is: “Barmhartig als de Vader”. God heeft het voorgedaan, Hij heeft ons niet laten stikken, Hij is naar ons toegekomen, met een hartelijk woord, met wonderen, met de gave van Zijn leven. Laat je hart veranderen en doe zoals Hij! Hij heeft in Zijn barm­har­tig­heid jouw leven op een ander spoor gezet, laten wij dat spoor van de barm­har­tig­heid volgen! Zo worden wij medewerkers van Zijn barm­har­tig­heid.

 

******

Na de catechese was er tijd voor gesprek in deel­groepen, waarbij de jongeren de volgende vragen meekregen:

Vragen

  1. Wat vind je ervan dat paus Franciscus dit jaar als jaar van de barm­har­tig­heid heeft ingesteld? Spreekt het je aan? En zo ja: wat spreekt je aan?
  2. Waarin of wanneer ervaar jij Gods barm­har­tig­heid? En kun jij zelf iets van Gods barm­har­tig­heid laten zien aan anderen? Hoe?
  3. De ellende in de wereld en Gods barm­har­tig­heid: dat is toch niet te rijmen? Wat vind jij daarvan?

 

(het tweede deel van de fotoserie is van Ramon Mangold)


Fotoserie

Klik op een foto voor een uitvergroting.
Terug