Arsacal
button
button
button
button


Ben je ook bang voor het lijden, voor de toekomst?

Liduina van Schiedam

Overweging Bezinning - gepubliceerd: dinsdag, 13 juni 2017 - 590 woorden

Op 14 juni wordt in Neder­land het feest van de heilige Liduina gevierd. Deze Schie­damse heilige was 38 jaar ziek, groten­deels aan bed gekluisterd. Haar lij­den was zwaar. Hoe hield zij dit vol?

Als jong meisje was zij op het ijs ten val geko­men. Dat was het begin van haar lij­densweg.

Opstan­dig

De heilige Liduina heeft
met haar lij­den moeten worstelen:
drie jaren lang verlangde zij beter te wor­den
en kon zij haar lij­den
dat inder­daad verschrikke­lijk was,
uit­zichtloos en ondraaglijk,
niet aan­vaar­den.
Zij was opstan­dig
en wilde van dit lij­den af.

Een uitweg?

Juist door niet te willen
wat haar was toe­bedeeld
op dat moment,
werd haar lij­den nog zwaarder,
maar wie zou kunnen willen
dat hij aan bed gekluisterd is,
het eten bijna niet kan verdragen,
open won­den heeft
en wormen in de ingewan­den,
koorts en hevige pijnen.
Een arts zou haar nu vermoe­de­lijk
eutha­na­sie hebben aangebo­den
en zou zij de verlei­ding hebben kunnen weerstaan?
We weten het niet,
maar we weten wel
dat zij ondanks alles een gelo­vi­ge vrouw was
en het contact met pries­ters zocht
om een weg te vin­den.

Een genade

En zo begon een nieuwe fase
in haar 38 jarig lij­den:
zij ging het lij­den van Jezus be­schou­wen,
iedere dag deed zij zeven oefe­ningen
over Zijn lij­den.
Zo kreeg zij de genade
haar steeds maar voort­du­rende lij­den
te kunnen verenigen met dat van de Heer
en die woor­den die wij
in het evan­ge­lie hebben gehoord
als het ware tot haar devies te maken:
“Als de graan­kor­rel niet in de aarde valt
en sterft,
blijft hij alleen,
maar als hij sterft,
brengt hij veel vruchten voort”.
God gaf haar de roe­ping
om met Jezus
zo’n graan­kor­rel te wor­den
en vrucht­baar te zijn voor velen.

Het onmen­se­lijke werd god­de­lijk vrucht­baar

Zij wilde niet meer beter wor­den,
zij wilde haar roe­ping
met beide han­den
als een geschenk aan­vaar­den,
hoe zwaar die roe­ping
naar men­se­lijke maatstaven ook was.
Haar lij­den leek onmen­se­lijk,
maar het werd god­de­lijk
en vrucht­baar:
zicht­baar, hier op aarde
doordat vele mensen
naar haar toe pel­gri­meer­den
en haar raad vroegen,
velen ook die haar
aalmoezen gaven
waar­mee zij weer veel goed kon doen
onder de armen van haar tijd;
maar haar grootste vrucht­baar­heid
bleef onzicht­baar, want we weten niet
welke gena­den door Gods goed­heid
in feite uit dit grote lij­den
in vereni­ging met Gods Zoon
zijn voort­ge­ko­men.

Kasplantje

Het leven van Lidwina
leek afgelopen
en voor­taan waardeloos,
zij was een kas­plantje,
maar deze men­se­lijke bereke­ning
was compleet mis, er naast,
want op het moment
dat al haar men­se­lijke krachten
waren uitgeschakeld
kon de grote god­de­lijke werk­zaam­heid
door haar beginnen
en zij kreeg een bete­ke­nis
en vervulde een rol
die zij als gezond meisje
nooit had kunnen vervullen.

Durf je?

Lidwina wijst ons zo een weg
door een donker bos waarin wij ge­mak­ke­lijk verdwalen.
Zij wijst een weg
waar men­se­lijke redene­ringen ophou­den:
de weg van de overgave.
Durf je je eigen wil los te laten?
Durf je te geloven en te ver­trouwen
dat wat God je geeft goed is?
Durf je je aan Hem over te geven?
Mis­schien zijn wij ook bang voor het lij­den,
voor ziekten die ons zou­den kunnen treffen,
of voor het lij­den in andere vorm,
angst voor de toe­komst,
of mis­schien treft ons een verdriet
dat we eigen­lijk nog steeds
niet echt uit Gods hand hebben aan­ge­no­men.

Vraag om licht voor één stap

Ik weet: het is ge­mak­ke­lijk gezegd.
Tege­lijk is het voor ons de enige weg.
Daarom is het goed dat wij God vandaag vragen
om die genade:
dat we het lij­den
dat Hij op onze weg plaatst
van harte mogen kunnen aannemen,
niet klagen maar dragen
en vragen om kracht
en geloven en ver­trouwen
dat dit onze roe­ping is
en dat God juist genoeg licht
op onze levensweg zal laten schijnen
dat we de volgende stap
kunnen zetten.
Licht voor één stap,
dat is genoeg.

Terug