Arsacal
button
button
button
button


Een nieuw begin en afscheid nemen....

Opening studiejaar Sint Bonifatius-institutuut

Nieuws - gepubliceerd: zaterdag, 1 september 2012 - 1239 woorden
studenten van sint Bonifatius in de bibliotheek
studenten van sint Bonifatius in de bibliotheek

Op zater­dag 1 sep­tem­ber is het studie­jaar van het Sint Boni­fa­tius-instituut geopend met nieuwe stu­den­ten - vooral veel nieuwe diaken­kan­di­da­ten voor het bisdom Haar­lem-Am­ster­dam en het militair or­di­na­ri­aat - en een nieuwe studie­lei­der: drs. D. Wienen. Drs. B. Hartmann, die het instituut precies 12 ½ jaar met grote ver­diensten als studieprefect heeft geleid, neemt afscheid. De Heilige Mis bij de ope­ning van het jaar werd aan God opgedragen voor Denny Tilon, diakenkandidaat die onlangs geheel plot­se­ling is overle­den. Voor zijn zielenrust en om kracht voor zijn familie werd bij­zon­der gebe­den.

Het Sint Boni­fa­tius-instituut is een Hoger Instituut voor Gods­dienstweten­schappen - het eerste dat in Neder­land door de heilige Stoel is opgericht - waar in deel­tijd theo­lo­gie wordt gestu­deerd. Stu­den­ten die het volle­dige pro­gram­ma volgen en ge­kwa­li­fi­ceerd zijn, kunnen er een bac­ca­lau­reaat en licentiaat in de gods­dienstweten­schappen halen. Het Instituut ver­zorgt de cate­chisten­oplei­ding en de diaken­oplei­ding voor het aarts­bis­dom Utrecht en het bisdom Haar­lem-Am­ster­dam, maar ook uit andere bis­dom­men nemen stu­den­ten aan de oplei­ding deel.

Bij deze gelegen­heid heb ik de volgende homilie gehou­den:

Homilie

Broeders en zusters,

Het is voor mij een vreugde vandaag dit nieuwe studie­jaar met U te mogen openen. Mis­schien mag ik een deel van deze homilie wel een klein beetje gebruiken voor mis­schien niet direct ver­kon­di­gende doel­ein­den. Want, heel in het bij­zon­der gaan aan het begin van dit nieuwe jaar mijn gedachten uit naar de heer drs. Ben Hartmann, die bijna op de dag af 12 ½ jaar de studie­lei­der van het Sint Boni­fa­tius-instituut is geweest. We kunnen eigen­lijk wel zeggen dat hij bijna vanaf het begin het Sint Boni­fa­tius-instituut heeft opgezet en het zijn hui­dige vorm heeft gegeven. Dit instituut is zijn “kind”, hij heeft vele stu­den­ten met veel geduld begeleid, hij heeft zich er met hart en ziel voor ingezet. Ben, ik wil je daar heel harte­lijk voor bedanken. Vorig jaar, bij het 12,5 jarig bestaan van het St. Boni­fa­tius­in­sti­tuut heeft de bis­schop. mgr. dr. J. Punt, je al uit dank voor die inzet on­der­schei­den met de Bavopen­ning. Nogmaals veel dank voor je inzet en de pret­tige samen­wer­king en van harte Gods zegen over je toe­komst.

Ik weet dat de heer Hartmann er gelukkig mee is dat hij het St. Boni­fa­tius-instituut in goede han­den kan achter laten: drs. Diederik Wienen, zijn op­vol­ger was door Ben Hartmann zelf ook als moge­lijke kandidaat genoemd. Graag wens ik de heer Wienen alle goeds toe voor zijn nieuwe taak, dat het hem vreugde mag geven en dat het allemaal veel vrucht zal dragen.

“Denk aan uw eigen roe­ping”, dat waren de woor­den waar­mee de eerste lezing van de apostel Paulus vandaag begon. Hij schrijft die woor­den niet aan een pries­ter of reli­gi­eus, maar aan heel de kerk, heel de ge­meen­schap van Korinte.

“Denk aan je eigen roe­ping”, dat zijn ook de woor­den waar­mee we vandaag dit nieuwe studie­jaar mogen beginnen. Roeping is niet per se dat je de Heer hebt gezien en Hem hebt horen roepen, maar het is eigen­lijk veel meer dat wat God in je hart heeft gelegd. De hemelse Vader die je bemint met een onein­dige liefde en die je geschapen heeft, Hij heeft ook een bedoeling, een plan met je leven.

Het is be­lang­rijk die bedoeling te ontdekken en te begrijpen en dat kan eigen­lijk alleen gebeuren - in ‘normale’ omstan­dig­he­den tenminste - wanneer wij ons­zelf open stellen en met een grote bereid­heid en beschik­baar­heid smeken: “Zegt U het maar, Lieve Heer, zegt U mij wat ik moet doen, wat het ook mag zijn, en geef mij de kracht om dat te vol­bren­gen”. Wanneer wij zo bid­den, zal Hij het ons zeggen, zal Hij het ant­woord in ons hart leggen.

Je moet je nooit onder druk laten zetten door andere mensen, je nooit door angst laten bepalen, je ook niet laten bepalen door het verlangen naar een bepaalde positie, je zelfs niet door je eigen on­ver­mo­gen laten lei­den. Je moet je niet laten sturen, behalve door Gods genade, door Zijn zachte stu­ring. Probeer inner­lijk vrij te wor­den, zo kun je en zul je vin­den en begrijpen wat je moet doen. Waar ben je voor bestemd? Wat heeft Hij met je voor?

Voor een deel, een be­lang­rijk deel mis­schien, is dat al bepaald: u heeft een gezin, bepaalde ant­woor­den gevon­den, u merkt dat U hier of daar een mooie en zin­volle bijdrage mag leveren, enzo­voorts. Het is goed om ook daar naar te zien: Heer, zus en zo heeft U mijn leven geleid, mis­schien ook door hobbels en kuilen, door allerlei moei­lijk­he­den heen; maar U hebt me gebracht tot deze dag, U hebt mij bewaard in uw dienst, U hebt mij geleid en U zult mij lei­den, geef dat ik mij steeds mag toe­ver­trou­wen aan Uw stem in mijn hart, aan het licht dat U op mijn weg laat schijnen, geef dat ik mij volmaakt aan uw wil mag over­ge­ven.

Het maakt daarbij niet zozeer uit wat je kunt. Wij moeten nooit denken dat wij door onze kunde en onze talenten de wereld moeten red­den. Dat heeft Hij al gedaan. In die won­der­lijke een­heid van het lichaam van Christus zijn alle ledematen waarde­vol, niets is zonder bete­ke­nis en het is trouwens zo dat alles zijn waarde pas krijgt doordat het in Hem is gedaan. Hij werkt in jou en het is vaak zo dat iets kleins en onbe­te­ke­nends door Gods genade een bij­zon­dere uit­wer­king krijgt, dat het heel weinige dat wij hebben gedaan door Gods genade meer uit­wer­king heeft, dan iets groots en gewel­digs dat we mis­schien hebben gepres­teerd.

Je weet het nooit, want de vrucht­baar­heid van je doen en spreken komt uit­ein­delijk van God. Vandaar ook is het niet ver­won­der­lijk dat in het evan­ge­lie van vandaag er ver­schil­lende hoeveel­he­den talenten wor­den uitge­deeld: één die­naar krijgt er vijf, een volgende krijgt er twee, een derde krijgt er maar één, maar dat zowel de die­naar met de vijf talenten als de die­naar met de twee talenten van de Heer precies het­zelfde krijgt te horen: “Uits­te­kend, goede en trouwe die­naar, over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van de Heer”.

Het maakt niet uit of ze veel talenten had­den of mis­schien toch niet zoveel, in beide gevallen gaat het om dienaren die zich hebben ingezet, die met hun talenten hebben gewoekerd. Alleen de derde, die van de één talent, krijgt een hard oor­deel te horen, niet omdat hij maar zo weinig heeft, maar omdat hij dat ene talent heeft begraven, er niets mee heeft gedaan. De bood­schap is dui­de­lijk: Zit niet te zeuren en te ver­ge­lij­ken, of je wat meer talenten of wat minder hebt, doet niet ter zake, het enige dat telt is of je je wilt geven, of je wilt woekeren met je talent, of je je hebt open­ge­steld voor datgene wat God in je hart heeft gelegd en of je daar­mee aan de slag bent gegaan. Tot opbouw van Zijn ko­nink­rijk!

Uit­ein­de­lijk gaat het hier op De Tilten­berg niet om de studie, het gaat daarom: het gaat om Hem. Daarom zijn het gebed en de Eucha­ris­tie zo be­lang­rijk, daarom gaat het hier ook om de geest waarin en van waaruit we hier leven en han­de­len. Moge dat alles U ook in dit nieuwe jaar “opbouwen”, sterken, helpen om te on­der­schei­den en kracht geven om dat wat U in die onder­schei­ding als uw roe­ping ziet, te kunnen vol­bren­gen.

AMEN

Terug