Krijgt iedere leerling een eerlijke kans in het onderwijs?
Symposium NKSR over armoede en kansen(on)gelijkheid in het onderwijs
Op woensdag 4 maart was in ’s-Hertogenbosch het onderwijssymposium van de Nederlandse Katholieke Schoolraad (NKSR) over armoede en kansen(on)gelijkheid in het onderwijs met inleidingen van prof.dr. Inge de Wolf, prof. dr. Edith Hooge en prof. dr. Theo van der Zee en presentatie van enkele best practices. Aan het begin van de studiemiddag heb ik onderstaande inleiding uitgesproken.
NKSR
Bijzondere dank gaat uit naar diaken Titus Frankemölle, voorzitter van de NKSR, voor de organisatie van deze geslaagde, uitstekend verzorgde en interessante middag. Hij opende de middag. Bijzondere dank ook aan Jean Wiertz, voorzitter van het CDA, rector van het Sint Janslyceum, bestuurslid van de NKSR en gastheer van dit symposium dat in het theater van de school werd gehouden.
Ik ben maar...
Jean Wiertz gaf aan het begin van de middag een treffend voorbeeld. Hij vroeg aan een leerling van twaalf jaar wat die later wilde worden. Het antwoord: "Ik ben maar basis". Kansengelijkheid? Als je op het vwo zit en presteert tel je mee, het schoolsysteem zet een leerling gemakkelijk "weg". Dank ook aan de drie hoogleraren voor hun uitstekende en elkaar goed aanvullende inleidingen.
Ingedeeld
In de drie inleidingen van de hoogleraren kwam duidelijk naar voren dat kansengelijkheid over het algemeen in een beperkte zin wordt verstaan: de nadruk ligt op de persoonlijke verdiensten van de leerling, die zich waarmaakt binnen het onderwijssysteem. Nergens in Europa, zo kwam naar voren, wordt zo snel een selectie toegepast van "goede" leerlingen en zelfs op basisscholen worden kinderen soms ingedeeld in aparte groepen, al naar gelang hun prestaties, wat in feite een psychische knauw geeft aan de leerlingen die niet optimaal presteren in deze settting.
School of education
Voor de ontwikkeling van de leerlingen is een projectmatige aanpak op sommige terreinen beter: een "school of education" verzamelt leerlingen rond interessegebieden. Nu "presteren" vmbo-leerligen en scholen in achterstandswijken vaak (maar niet altijd!) minder: de scholen in rijkere buurten trekken gemakkelijker leraren aan en hebben kleinere klassen, de leerlingen beginnen vaak met een grotere taalschat.
Meritocratie
Prof. Theo van der Zee zei: "Het onderwijs functioneert als een meritocratische sorteermachine". Prof Theo van der Zee heeft onlangs samen met Robert van Putten als redacteuren en met bijdragen van verschillende auteurs, het boek "Onderwijs voorbij de meritocratie" gepubliceerd, met "tegendraadse beschouwingen over prestaties in het onderwijs", zoals de ondertitel luidt. Het boek is verschenen in de reeks "Verus Verkenningen" bij Radboud University Press.
Best practices
Twee "best practices" werden tijdens de studiemiddag tenslotte toegelicht: de Familieschool in Amsterdam en Den Bosch en een solidariteitsfonds in plaats van de ouderbijdrage. Het zijn twee initiatieven die gemeenschap scheppen en solidariteit, vanuit de katholieke sociale waarden.
Paneldiscussie
In de paneldiscussie kwam tenslotte naar voren dat de meritocratie - het aanzien en de leerling berust op diens leerprestaties - bloeit in een neoliberale maatschappij die het individu centraal stelt en niet de gemeenschap. Toch hebben we grote behoefte aan verbinding.
Hieronder de inleidende voordracht die ik heb gehouden
Kansengelijkheid bevorderen en aandacht voor armoede:
belangrijke taken voor een katholieke school
Het belang van dit thema
Het is goed dat we deze dag wijden aan het thema van kansen(on)gelijkheid en armoede. Het initiatief voor deze dag is genomen vanuit de Nederlandse Katholieke Schoolraad. De bisschoppelijk gedelegeerden voor het onderwijs waren betrokken in de keuze voor dit thema. Dat is al een indicatie van het belang dat vanuit het katholiek onderwijs aan dit thema wordt toegekend. Ik ben zo vrij om ter introductie van deze studiemiddag met verschillende eminente sprekers een paar woorden te wijden aan de vraag waarom deze thematiek juist voor katholiek onderwijs zo belangrijk is.
Open voor iedereen
Een eerste belangrijk punt is dat een katholieke school open wil staan voor elke leerling, ongeacht diens achtergrond. Op een katholieke school zijn allerlei leerlingen te vinden, met en zonder godsdienstige achtergrond, protestants, katholiek, moslim of welke achtergrond dan ook. Een katholieke school staat daar voor open. Het enige dat wordt gevraagd is dat de identiteit van de school gerespecteerd wordt, niet dat die gedeeld wordt. Een katholieke school is geen project om zieltjes te winnen.
Misschien mag ik er in dit verband even op wijzen dat katholieke scholen wereldwijd heel vaak scholen zijn die bijna uitsluitend door niet- katholieke leerlingen worden bezocht. Die scholen hebben mensen opgeleid die vermoedelijk nooit katholiek worden maar die een cultuur en waarden hebben meegekregen die hen hebben gevormd.
Waarden
Door dit concept - want dat is het - worden wereldwijd mensen van allerlei achtergronden samengebracht, gaan zij elkaar verstaan, worden ze wellicht vrienden.
Dit gebeurt vanuit een waardenpatroon, althans dat is de bedoeling van het concept katholieke school. Centraal in dat waardenpatroon staat de mens, iedere mens, maar niet verstaan op een individualistische wijze, maar juist als sociaal wezen: kind van God en geroepen tot gemeenschap. Ieder mens is bovendien van waarde, is gelijkwaardig.
Deze visie op katholiek onderwijs impliceert dat we ons best moeten doen opdat ieder kind mee kan doen, zoveel mogelijk gelijke kansen heeft en niet door armoede wordt gehinderd om aan de activiteiten mee te doen.
Dit veronderstelt andere, ermee verbonden waarden die eigen zijn aan katholiek onderwijs, namelijk: aandacht voor de persoon van de leerling, aandacht voor de gezinssituatie, erkenning van de eigen rol van de ouders en solidariteit.
Betrokkenheid van ouders
Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de betrokkenheid van ouders bij de school een positieve invloed heeft op de vorming van kinderen. Binnen het concept katholieke school is het bevorderen van die betrokkenheid volstrekt logisch en vanzelfsprekend. Ouders zijn immers verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen en onze scholen staan de ouders hierin bij. Het zijn hun kinderen die een groot deel van de dag aan onze scholen worden toevertrouwd.
Persoon van de leerling
Ook deze benadering is weer een uiting van het feit dat de persoon van de leerling centraal staat en dat die op de eerste plaats gediend zal moeten zijn door de vorming en het onderwijs dat door de school wordt geboden. Niet de cijfers en alle kwantificeerbare resultaten zijn het hoogste goed, al hebben die natuurlijk een belang.
De ouderbijdrage, hoe vrijwillig?
Kunnen alle kinderen meedoen? Het is verplicht dat alle leerlingen volledig mee kunnen doen aan de activiteiten die de school organiseert. Vanuit de Overheid wordt er bovendien de nadruk op gelegd dat de vrijwillige ouderbijdrage echt vrijwillig is. Veel ouders hebben niet de vrijheid om die bijdragen te betalen omdat ze het geld niet hebben. Het is belangrijk dat een school ieder kind, zeker een arm kind, in zijn waarde laat door hier delicaat mee om te gaan.
Scheiding
Een probleem is het als er feitelijk een soort scheiding ontstaat tussen scholen voor kinderen uit de zogenaamde “betere” buurten en kinderen uit arme buurten, of scholen voor autochtone kinderen en scholen voor kinderen met een migratieachtergrond. Dit legt een basis voor verdere fragmentarisering van de maatschappij.
Fragmentarisering
Veel mensen, politici, opiniemakers, kerkelijke leiders en gewone burgers maken zich wat dit betreft zorgen over de toekomst van onze samenleving en dat is niet onterecht. Één van de grotere zorgen betreft juist die fragmentarisering van de maatschappij: dat de samenleving uiteen valt in groepen die geen gemeenschappelijk cultureel kader, geen gemeenschappelijke basis hebben. Dat dit breed als een probleem wordt ervaren, hebben de politieke ontwikkelingen in ons land (en daarbuiten) laten zien.
De praktijk
En inderdaad, als ik in bepaalde wijken van onze steden over straat loop, zie ik de fragmentarisering en verdeling van onze samenleving overal om me heen. Er worden om me heen allerlei niet-europese talen gesproken; jongeren met eenzelfde achtergrond trekken klaarblijkelijk samen op en spreken hun eigen taal. Er zijn winkels, kappers, eethuizen en gemeenschapscentra die bezocht worden door mensen met een bepaalde culturele achtergrond en niet door andere, enzovoorts.
Integratie en dialoog
Een katholieke school kan zijn en is een belangrijk middel tot Integratie.Maar dat werkt alleen als iedereen mee kan doen en gelijke kansen heeft.
In de situatie waarin wij ons nu bevinden, denk ik dat het onderwijs, ook het katholiek onderwijs, een belangrijke rol te vervullen heeft en een missie heeft om een dialoog tot stand te brengen op grond van die twee beginselen: dat mensen gerespecteerd worden, gelijke kansen krijgen en aansluiting vinden.
Ik hoop daarom van harte dat het thema van deze dag U mag inspireren om mensen te verbinden, gemeenschap te bevorderen op basis van dat respect voor iedere mens.
Evangelie
Natuurlijk is dat ook de boodschap van het evangelie, die in het voetspoor van Jezus Christus oproept tot naastenliefde en aandacht voor iedere mens, op de eerste plaats voor de zwaksten.






















