Arsacal
button
button
button
button


Een verrassende ontmoeting

3e zondag veertigdagentijd A - St. Bonifatiuskerk, Zaandam

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 8 maart 2026 - 1132 woorden

Zondag 8 maart heb ik de heilige Eucha­ris­tie gevierd in de Sint Boni­fa­tius­kerk in Zaan­dam. Dit keer was ik er niet voor een speciale gelegen­heid. Maar er was wel een goede gelegen­heid de pa­ro­chi­anen te ont­moe­ten bij de koffie na de Mis. Het evan­ge­lie ging over de ont­moe­ting van Jezus met de Samari­taanse vrouw (Jo. 4, 5-42): een heel actueel evan­ge­lie voor wie een missio­naire kerk wil zijn! Ga in gesprek... Maar die ontnoe­ting met de Samari­taanse heeft ons nog meer te zeggen...

(Dank aan de mensen die foto's hebben gestuurd!)

Stille Omgang

De Sint Boni­fa­tius­kerk is een mooie, warme, devote kerk. Glas-in-lood-ramen dateren uit de twin­tigste eeuw, som­mi­ge nog uit de vijfti­ger jaren (zie foto van het raam met paus Pius XII dat het Maria­jaar 1954 gedenkt). Er is ook een prach­tig glas-in-lood-raam bij ter ere van het Sacra­ment van Mirakel, van Am­ster­dam (zie foto), dat we bin­nen­kort weer gaan vieren en gedenken met de Stille Omgang (21 maart). Naast de Missen van alle ver­schil­lende groepen is er op de avond van de Stille Omgang vanaf 18.00 uur een jon­ge­ren­pro­gramma (met Eucha­ris­tie) in de Mozes en Aaron­kerk aan het Waterloo­plein.

Vrij­wil­li­gers

De heilige Mis was goed ver­zorgd met koor en acolieten en een goed gevulde kerk en vrij­wil­li­gers die alles goed regelen. En dan ga je er ook niet gauw meer weg. Zo is Frank Punt ooit, vijf­tig jaar gele­den be­gon­nen als mis­die­naartje en nu hoofdkoster en degene die de vie­rin­gen zorg­vul­dig voor­be­reidt. Maar zo zijn er gelukkige vele meer, zon­der vrij­wil­li­gers zou het niet gaan!

HIJ HOUDT VAN JE, WIE JE OOK BENT...

DERDE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD A KATHEDRAAL

Een praatje

Ik weet na­tuur­lijk niet hoe het U vergaat:
maakt U ge­mak­ke­lijk een praatje
met andere mensen
of doet U dat juist niet zo gauw?
Als mijn vader vroe­ger op een terrasje zat,
raakte hij meestal wel even aan de praat
met iemand die hij ver­der niet kende.
Niet omdat dit moest of dat hij zich opdrong,
maar hij schonk altijd wel even aan­dacht
aan de mensen om hem heen.

Welkom

Bij de ingang van deze kerk
- en zo is het ook in onze ka­the­draal -
staan er mensen klaar,
niet alleen om boekjes uit te delen,
maar ook om mensen welkom te heten,
zeker als die hier voor de eerste keer
en mis­schien nog wat onwennig binnen­ko­men.
Iemand die vele jaren niet naar de kerk was geweest,
ver­telde me laatst
wat een drempel het was geweest
om weer naar binnen te stappen.
Maar dit is een huis dat open staat voor ieder­een,
want Onze Lieve Heer is er voor ieder­een
en dit is Zijn huis.

Anderen op afstand hou­den

Ik heb ook weleens mee­ge­maakt
dat iemand een vrij­wil­li­gers­taak deed
en vooral bang was dat iemand anders
zich ermee zou bemoeien.
Die persoon hield ieder­een op afstand.
Nieuwe mensen die een handje wilde helpen
wer­den met argwaan bekeken
en kregen al gauw het dui­de­lijke gevoel
dat ze niet welkom waren.
Vroe­ger - dat is mis­schien nu wel veel min­der -
gebeurde het ook wel
dat iemand alleen welkom was voor bepaalde taken
als hij een zekere ach­ter­grond had,
tot een bepaalde stand behoorde.

Voor ieder­een, ja, voor "godde­lozen"

Mensen weg­hou­den
is na­tuur­lijk niet wat hoort
bij de ge­meen­schap van de Kerk.
De kerk is er juist voor ieder­een,
stand, ras of afkomst en positie:
ze doen er niet toe
want we zijn één in Christus.
En Jezus Christus is geko­men voor ieder­een;
de tweede lezing herinnerde ons eraan:
Hij is voor godde­lozen gestorven;
ja, Hij is voor ons gestorven
toen wij nog zon­daars waren.
Vanuit ons christen-zijn
brengt dat de roe­ping met zich mee
om open te staan en welkom te heten.

"Todos, todos, todos"

Mis­schien kunnen we ons nog her­in­ne­ren
- als we dat des­tijds hebben mee­ge­kre­gen -
dat paus Fran­cis­cus
op de Wereld­jon­ge­ren­da­gen in Lissabon zei:
“Todos, todos, todos”,
Jezus Christus is geko­men voor allen,
niemand uitgezon­derd.
Dat betekent na­tuur­lijk niet
dat je maar niets moet ver­an­de­ren
omdat het toch wel goed is zoals je bent;
nee, het betekent niet
dat het niet uitmaakt wat je doet en hoe je leeft,
we zijn allemaal ge­roe­pen
om te groeien als mens en als christen,
maar het betekent wél
dat je niet perfect hoeft te zijn
om stappen naar Jezus te zetten.
Trouwens, in feite hebben we net in de lezing gehoord:
alleen als je een zon­daar bent.
Is Jezus voor je gestorven!

Als het vuur in je brandt...

En als dan het vuur in je hart gaat bran­den,
het vuur van geloof, hoop en liefde,
dan ga je bijna als van­zelf stappen zetten
om Jezus te volgen
op Zijn weg van niet voor jezelf leven,
je zelf geven, min­der goede keuzes achterwege laten,,
zodat je leven steeds meer
de kleur krijgt van het evan­ge­lie.
Prach­tig is dat!

Beginner of gevor­derde?

En je bent niet beter
als je al door de wol geverfd bent
dan wanneer je begint,
dat dachten de Fari­zeeën en schrift­ge­leer­den
die zich­zelf zo goed von­den;
nee, het beste zijn we als we stappen willen zetten
op de weg van de navol­ging
van Jezus Christus
en ons bewust zijn van onze eigen zwak­heid.
Zonder genade wordt het niks!
We kunnen het niet uit eigen kracht.

Bij de put

Dat is waar het deze zon­dag
in het evan­ge­lie over gaat:
Het is er heel erg warm, mid­den op de dag.
Jezus is bij een put gaan zitten,
dat zijn in feite de terrasjes uit de tijd van Jezus,
daar kwamen de mensen naar toe,
ze moesten daar allemaal het water gaan halen.
Jezus spreekt haar aan,
Hij begint een gesprekje, met een simpele vraag:
“Geef mij te drinken”.

Dat doe je toch niet!

Je zou zeggen:
er is niets logischer
wanneer het warm is, je bij een put zit
en je hebt geen emmer of zoiets,
dan dat je iets te drinken vraagt.
Maar die vraag is toch niet zo van­zelf­spre­kend,
want Jezus stelt die aan iemand
met wie je normaal geen contact hebt.
Het is een vrouw
en het werd in Jezus’ tijd niet passend gevon­den
om een vrouw op straat zomaar aan te spreken;
en ze is bovendien een Samari­taanse,
waar­van Jezus als Jood
een afkeer zou moeten hebben.
Jocen en Samaritanen had­den een afkeer van elkaar.
En die vrouw had dus ook nog een verle­den,
ze had een hele reeks mannen gehad
en met deze man was ze niet getrouwd.

Geen afwij­zing

Toch wijst Jezus haar niet af,
Hij gaat met haar in gesprek,
niet eisend, niet opdrin­gerig, het is een open gesprek,
waarin zij langzamer­hand
opener wordt voor het geheim van het geloof
en voor de persoon van Jezus Christus.

Bemind kind, nodig uit!

Wat kunnen we hieruit mee­ne­men?
Je bent door God bemind, wie je ook bent;
Jezus heeft voor jou Zijn leven gegeven,
wie je ook bent;
en Jezus geeft hier zelf het voor­beeld
van wat het is
om een missio­naire kerk te zijn,
zoals we dat te­gen­woor­dig vaak noemen;
sta open, betrek anderen erbij,
geef andere mensen de kans
om de blijde bood­schap van Jezus Christus te leren kennen

post deze webpagina op: Facebook X / Twitter

Fotoserie

Klik op een foto voor een uitvergroting.
Terug