Arsacal
button
button
button
button


Teksten met betrekking tot het schisma van de broederschap van Pius X

Nieuws - gepubliceerd: zondag, 5 juli 2026 - 2870 woorden

Hier­on­der vindt U de ver­schil­lende do­cu­menten van het Di­cas­te­rie voor de Ge­loofs­leer die betrek­king hebben op het schisma van de Pries­ter­broe­der­schap van de H. Pius X (FSSPX). Aller­eerst het decreet waar­mee de opgelopen auto­ma­tische excom­mu­ni­ca­tie wordt verklaard en wordt aange­ge­ven dat de Pries­ter­broe­der­schap zich daardoor opnieuw in schisma heeft begeven, ver­vol­gens de Toelich­ting die geen eigen juri­dische bete­ke­nis heeft, maar de situatie toelicht die is ontstaan door het schisma. Ver­vol­gens de pro­ce­dures die moeten wor­den gevolgd wanneer iemand zich met de kerk wil verzoenen, die zich na het schisma tot de gemeen­schap van deze Pries­ter­broe­der­schap heeft bekend.

Voor wat betreft de leken die verbon­den zijn met de Pries­ter­broe­der­schap van de H. Pius X wor­den criteria gegeven voor de afwe­ging van de vraag of zij de excom­mu­ni­ca­tie al dan niet hebben opgelopen. Een excom­mu­ni­ca­tie wordt niet opgelopen als er geen ken­ba­re uitdruk­king aan - in dit geval - schis­ma­tieke intenties is gegeven.

Welwillend­heid

In ieder geval wil ik de pries­ters aanbevelen om gelo­vi­gen die zich komend vanuit kerken van de Pius X, tot hen wen­den met harte­lijk­heid en welwillend­heid te ont­van­gen. Er zijn er onder hen die teleurstellende erva­ringen hebben gehad binnen de katho­lieke kerk, zoals een gebrek aan eerbied en trouw aan kerk en geloof, en daardoor tot de gedachte geko­men zijn om naar de Pius X te gaan. Er zijn binnen de katho­lieke kerk fouten gemaakt en het is te begrijpen als mensen daardoor geraakt zijn geweest. Na­tuur­lijk is dat geen reden om in schisma te gaan en we verheugen ons dan ook over ieder die terug­keert en binnen de een­heid van de ene Kerk wil staan: "in illo uno unum".

Voorbe­hou­den of niet

De excom­mu­ni­ca­tie verbon­den aan het wij­den van bis­schop­pen zon­der mandaat is voorbe­hou­den aan de H. Stoel.
Dat geldt niet voor de excom­mu­ni­ca­tie wegens schisma. Daar­van kan langs de Bis­schop wor­den bevrijd.

Wenken voor biecht­va­ders 

In het interne forum kunnen de biecht­va­ders van ons bisdom Haar­lem-Am­ster­dam binnen de grenzen van ons bisdom van excom­mu­ni­ca­ties (die niet zijn voorbe­hou­den aan de Apos­to­lische Stoel) ontslaan; dit geldt voor alle pries­ters die de facul­teit hebben gekregen om van censuren te ontslaan. Die facul­teit is gegeven aan alle pries­ters in ons bisdom die - zeker de laatste vijf­tien jaar - biechtfacul­teit hebben gekregen.
Als het gaat om schis­ma­tieke gedachten alleen, wordt de excom­mu­ni­ca­tie niet opgelopen; als iemand bij­voor­beeld in een opwelling in klein gezel­schap schis­ma­tieke uit­spra­ken heeft gedaan, kan de biecht­va­der afwegen of er toereken­baar­heid is en - als hij bevoegd is om van censuren te ontslaan - kan hij volstaan met het ontslaan van een excom­mu­ni­ca­tie in foro interno waar­van nau­we­lijks bekend is dat die moge­lijk is opgelopen; ook kan iedere biecht­va­der - ook zon­der speciale bevoegd­heid voor het ontslaan van censuren - voorlopig ontslaan van de excom­mu­ni­ca­tie als de peni­tent op zich neemt de bevoegde ker­ke­lijke over­heid te bena­de­ren om ont­slagen te wor­den van de excom­mu­ni­ca­tie.

Als het om publieke feiten gaat moeten er ook publiek de stappen wor­den gezet, die hier­on­der zijn aange­ge­ven.

Geldig­heid van hu­we­lij­ken en biecht bij Pius X

Er is enige dis­cus­sie over de Toelich­ting van het Di­cas­te­rie voor de Ge­loofs­leer ten aanzien van het sacra­ment van boete (de biecht, zie hier­on­der). De aard van de Toelich­ting is het toelichten van de situatie die ontstaan is door het schisma, de toelich­ting heeft geen eigen rechts­kracht, maar geeft alleen aan in wat voor situatie de Pries­ter­broe­der­schap van Pius X is terecht geko­men. De Nota stelt dus in feite dat de Pries­ter­broe­der­schap door het schisma dat is ontstaan door de bis­schops­wij­dingen, de verle­ning van facul­teit die paus Fran­cis­cus had gedaan ten aanzien van de biecht en de moge­lijk­he­den die hij had geopend om langs een speciale route een gel­dig huwe­lijk te kunnen sluiten, nu ver­val­len zijn door het schisma. Het Di­cas­te­rie voor de Ge­loofs­leer heeft dus ge­ïnter­pre­teerd dat de speciale verle­ningen van paus Fran­cis­cus auto­ma­tisch ver­val­len zijn nu de Pries­ter­broe­der­schap zich buiten de gemeen­schap van de Kerk heeft gesteld door het schisma.

Codex Iuris canonici

De tekst van de canones 1364 par. 1 en 1387 van het ker­ke­lijk wet­boek (Codex Iuris Canonici), die in de teksten van het Di­cas­te­rie wordt geci­teerd, luidt:

c. 1364: § 1 Een geloofsafvallige, een ketter of een schismaticus loopt een excom­mu­ni­ca­tie van rechtswege op, onvermin­derd het voor­schrift van can. 194, § 1, nr.2; een clericus kan bovendien gestraft wor­den met de straffen waarover in can. 1336, § 1, nrs. 1, 2 en 3 can. 1336 §§ 2-4.

c. 1387: "De bis­schop die zon­der pau­se­lijk mandaat iemand tot bis­schop wijdt, en even­eens hij die van deze de wij­ding ont­vangt, lopen een excom­mu­ni­ca­tie van rechtswege op die aan de Apos­to­lische Stoel voorbe­hou­den is".

 

DICASTERIE  VOOR DE GELOOFSLEER

Prot. nr. 99/2009

DECREET

Ondanks de verma­ningen die waren gericht aan de algemene overste van de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X, is bis­schop Alfonso de Galarreta, door een schis­ma­tieke daad te hebben verricht door middel van de bis­schops­wij­ding van vier pries­ters, zon­der pau­se­lijk mandaat en tegen de wil van de Paus, ipso facto onder­wor­pen aan de straffen voor­zien in can. 1387 en can. 1364 § 1 CIC 2021.

Ik verklaar derhalve met alle juri­dische gevolgen van dien dat zowel de bo­ven­ge­noem­de bis­schop Alfonso de Galarreta als Pascal Schreiber, Michael Goldade, Michel Poinsinet de Sivry en Marc Hanappier ipso facto de latae sen­tentiae-excom­mu­ni­ca­tie hebben opgelopen die voorbe­hou­den is aan de Apos­to­lische Stoel.

Ik verklaar bovendien dat bis­schop Bernard Fellay, door recht­streeks als mede-wij­dende bis­schop aan de litur­gische vie­ring te hebben deel­ge­no­men en daar­mee publieke­lijk aan de schis­ma­tieke daad te hebben mee­ge­werkt, ipso facto de latae sen­tentiae-excom­mu­ni­ca­tie heeft opgelopen zoals voor­zien in can. 1364 § 1 CIC 2021.

De gees­te­lij­ken en de leken wor­den gewaar­schuwd zich niet aan te sluiten bij het schisma van de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X, omdat zij dan ipso facto de straf van de latae sen­tentiae-excom­mu­ni­ca­tie zou­den oplopen.

Vanuit het Paleis van het Di­cas­te­rie, 2 juli 2026

Víctor M. kar­di­naal Fernández

Prefect

John J. Kennedy

Titula­ris-aarts­bis­schop van Ossero

Se­cre­ta­ris voor de Dis­ci­pli­naire Afdeling

Mgr. Armando Matteo

Se­cre­ta­ris voor de Leerstellige Afdeling

 

DICASTERIE VOOR DE GELOOFSLEER

Prot. nr. 99/2009

TOELICHTING

Vanaf de tijd van de heilige Paulus VI tot aan de laatste gesprekken, die onlangs bij dit Di­cas­te­rie hebben plaats­ge­von­den, zijn de vele pogingen om de aanhan­gers van de door Mgr. Marcel Lefebvre gestichte bewe­ging terug te brengen tot de volle­dige gemeen­schap met de katho­lieke Kerk vruch­teloos gebleken. Deze situatie is ver­der verslechterd door de recente bis­schops­wij­dingen die zon­der pau­se­lijk mandaat zijn vol­trok­ken, tegen de wil van de Heilige Vader in en in open­lijke schen­ding van het canoniek recht. Daarom acht dit Di­cas­te­rie, in de getrouwe uit­oefe­ning van de aan haar toe­ver­trouwde taken, het nood­za­ke­lijk vast te stellen dat deze daad het misdrijf van schisma heeft gevormd, met de canonieke gevolgen voor de betrokken gewijde ambts­dra­gers en leken. Zoals immers reeds in 1988 werd verklaard: „deze onge­hoor­zaam­heid - die een prak­tische afwij­zing van het Romeinse primaat met zich mee­brengt - vormt een schis­ma­tieke daad” (cf. Johannes Paulus II, Apos­to­lische brief Ecclesia Dei, 3).

In dit ver­band geldt voor­taan het volgende:

1. De gewijde ambts­dra­gers die behoren tot de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X bevin­den zich in schisma en moeten derhalve als schis­ma­tieken wor­den beschouwd (cf. Ecclesia De, 5 c; Pau­se­lijke Raad voor Wetgevende Teksten, Toelich­ting op de excom­mu­ni­ca­tie wegens schisma waaraan de aanhan­gers van de bewe­ging van bis­schop Marcel Lefebvre zich schul­dig maken, 24 au­gus­tus 1996, 5-6), en zijn derhalve onder­wor­pen aan de door het recht voorge­schre­ven excom­mu­ni­ca­tie (can. 1364 § 1 CJC).

2. Wat de leken betreft, moeten degenen die zich formeel aan­slui­ten bij de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X, wor­den beschouwd als schis­ma­tieken en geëxcommuni­ceerd onder de voor­waar­den die zijn vast­ge­legd in de Toelich­ting van de Pau­se­lijke Raad voor Wetgevende Teksten uit 1996 (zie ibidem, 7), die nog steeds van kracht is en die dit Di­cas­te­rie zich eigen maakt.

3. Ten slotte wordt het heilige Volk van God erop gewezen dat de gewijde dienaren van de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X de sacra­menten op onrecht­ma­tige wijze toedienen en dat het door hen toege­diende sacra­ment van de boete en het door hen beves­tigde huwe­lijk ongel­dig zijn.

De Kerk zal, als zorgzame moe­der, allen die terug willen keren naar de volle gemeen­schap met oprechte genegen­heid en zorg­vul­dige aan­dacht ont­van­gen. De apos­to­lische nuntius zal de pro­ce­dures vaststellen die de ordinariaten in de ver­schil­lende gevallen kunnen toepassen.

Ten slotte wor­den alle gelo­vi­gen aangespoord om standvas­tig te blijven in de gemeen­schap met de Paus van Rome, met de bis­schop­pen die met hem in gemeen­schap zijn en met de hele Kerk (cf. Lumen Gentium, 22; can. 751 CIC), en zich te ont­hou­den van deelname aan vie­rin­gen en ac­ti­vi­teiten die wor­den geor­ga­ni­seerd door de bo­ven­ge­noem­de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X.

Vanuit het paleis van het Di­cas­te­rie, 2 juli 2026

Víctor M. kar­di­naal Fernández

Prefect

Mgr. Armando Matteo

Se­cre­ta­ris voor de Afdeling Leerstellige Zaken

John J. Kennedy

Titula­ris-aarts­bis­schop van Ossero

Se­cre­ta­ris voor de Afdeling Dis­ci­pli­naire Zaken

 

DICASTERIE VOOR DE GELOOFSLEER 

 

PROCEDURE VOOR DE VERZOENING VAN PRIESTERS AFKOMSTIG UIT DE PRIESTERBROEDERSCHAP VAN DE HEILIGE PIUS X 


De pro­ce­dure die het Di­cas­te­rie voor de Ge­loofs­leer volgt, vanaf 1 juli 2026, bepaalt dat de pries­ter die heeft besloten de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X te verlaten en bereid is het Tweede Vati­caans Concilie en de legitimi­teit van de novus ordo Missae te aan­vaar­den, hoewel hij gehecht blijft aan de usus antiquior, het volgende moet doen: 1) Een ordina­ris vin­den (dio­ce­sane bis­schop, hogere overste van reli­gi­euze in­sti­tu­ten van pau­se­lijk recht voor gees­te­lij­ken en van vereni­gingen van apos­to­lisch leven van pau­se­lijk recht voor gees­te­lij­ken, enz.) die bereid is hem ad experi­mentum op te nemen. 2) Met eigen hand een brief aan de Heilige Vader schrijven waarin hij zich voorstelt en verzoekt om kwijtschel­ding van de censuren die hij heeft opgelopen van­wege de wij­ding die hij heeft ont­van­gen van een geëxcommuni­ceerde of niet-reguliere bis­schop, of omdat hij, hoewel gel­dig en recht­ma­tig gewijd, ver­vol­gens lid is gewor­den van de Pries­ter­broe­der­schap Sint Pius X. 3) Het cer­ti­fi­caat van pries­ter­wij­ding bij­voe­gen. 4) De „Professio fidei” en de „Formula adhaesionis”, geda­teerd en ondertekend, bij­voe­gen (zie bijlagen A-B). 5) De drie bo­ven­ge­noem­de do­cu­menten door de Ordinarius naar het Di­cas­te­rie voor de Ge­loofs­leer laten verzen­den, waarbij de Ordinarius in de be­ge­lei­dende brief aangeeft bereid te zijn hem ad experi­mentum in zijn eigen bisdom of instituut op te nemen. Zodra de drie do­cu­menten van de Ordinarius zijn ont­van­gen, stelt het Di­cas­te­rie het Rescript op tot ophef­fing van de censuren, dat zal wor­den ondertekend door de Prefect en de Se­cre­ta­ris van de Sectie voor de Ge­loofs­leer. Het Di­cas­te­rie zal dit Rescript aan de Ordinarius toezen­den, samen met een be­ge­lei­dende brief waarin toestem­ming wordt verleend om de verzoekende pries­ter op te nemen voor een proef­pe­riode van ten minste één jaar en niet meer dan drie jaar, waarna tot zijn incardinatie kan wor­den over­ge­gaan. Onlangs is besloten dat, indien de vast­ge­stelde proef­pe­riode geen goed einde neemt, de Ordinarius het Rescript zal terugzen­den naar het Di­cas­te­rie voor de Ge­loofs­leer, vergezeld van een ver­slag over de redenen voor het uit­blij­ven van de incardinatie.

DICASTERIE VOOR DE GELOOFSLEER 

PRAKTIJK VOOR DE VERZOENING VAN BEPAALDE LEKEN AFKOMSTIG VAN DE PRIESTERBROEDERSCHAP VAN DE HEILIGE PIUS X

Deze praktijk heeft betrek­king op de kwestie van de toereken­baar­heid of de mate van subjectieve verant­woor­de­lijk­heid van de leken die zich formeel hebben aan­ge­slo­ten bij of lid zijn van de Pries­ter­lijke Broe­der­schap van de Heilige Pius X en die verzoeken om in volle­dige gemeen­schap met de Katho­lieke Kerk te tre­den.

Het opleggen van een straf aan leken die tot de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X behoren, kan niet auto­ma­tisch wor­den ver­on­der­steld, maar moet per geval wor­den be­oor­deeld.

Aangezien toereken­baar­heid volle­dige kennis van zaken en wel­over­wo­gen instem­ming vereist, kunnen voor­beel­den van bewezen toereken­baar­heid betrek­king hebben op:
1. Leken die deel uitmaken van de Derde Orde van de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X;
2. Leken die regel­ma­tig deel­ne­men aan de vie­rin­gen van de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X en formeel de leerstellige stand­pun­ten ervan delen.

Daar­en­te­gen wor­den de volgende personen niet als aansprake­lijk beschouwd:
3. Leken die de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X uit­slui­tend om litur­gische of spi­ri­tu­ele redenen hebben bezocht;
4. Leken die, hoewel zij zich bewust zijn van de span­ningen met de Heilige Stoel, het leer­ge­zag of het gezag van de paus niet afwijzen.

De eventuele pro­ce­dure die moet wor­den gevolgd voor leken die tot de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X behoren, aan wie een straf is opgelegd en die verzoeken om in volle­dige gemeen­schap met de Katho­lieke Kerk te tre­den, houdt een formele ver­kla­ring in van volle­dige aanvaar­ding van de leer en ge­hoor­zaam­heid aan de katho­lieke hiërarchie, onder de juris­dic­tie van de plaat­se­lijke Ordinarius, die de een­heid van de par­ti­cu­liere Kerk waarborgt.
Daarom moet een leken­ge­lo­vige, zoals bedoeld in de punten 1-2, die heeft besloten de Pries­ter­broe­der­schap Sint-Pius X te verlaten: de geda­teerde en ondertekende Professio fidei en de Formula adhaesionis aan de plaat­se­lijke Ordinarius voorleggen (zie bijlagen A-B).
Zodra de do­cu­menten zijn ont­van­gen, zal de plaat­se­lijke Ordinarius de leken­ge­lo­vige opnemen op de wijze en binnen de termijn die hij het meest geschikt acht, bij­voor­beeld door gebruik te maken van de Rite voor de toela­ting tot de volle­dige gemeen­schap van de katho­lieke Kerk van degenen die reeds gel­dig gedoopt zijn, naar behoren aan­ge­past.

Wat betreft de leken­ge­lo­vige, bedoeld in de nrs. 3-4, vol­staat het dat hij zich wendt tot een pries­ter in volle gemeen­schap, met het voor­ne­men om in de toe­komst de Pries­ter­broe­der­schap van Sint-Pius X niet meer te bezoeken.

 

BIJLAGE A 

GELOOFSBELIJDENIS 


Ik, N.

Ik geloof met vast geloof en belijd alle leer­stel­lingen die afzon­der­lijk en tezamen vervat zijn in de ge­loofs­be­lij­de­nis, name­lijk, Ik geloof in één God de almach­tige Vader Schepper van hemel en aarde, van al wat zicht­baar en onzicht­baar is. En in één Heer, Jezus Christus, enig­ge­bo­ren Zoon van God, vóór alle tij­den geboren uit de Vader. God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God.Geboren, niet geschapen,één in wezen met de Vader, en door wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neer­ge­daald. Hij heeft het vlees aan­ge­no­mendoor de heilige Geest uit de Maagd Maria en is mens gewor­den.Hij werd voor ons ge­krui­sigd, Hij heeft gele­den onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften. Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechter­hand van de Vader. Hij zal weder­ko­men in heer­lijk­heid om te oor­de­len leven­den en doden en aan zijn rijk komt geen einde. Ik geloof in de heilige Geest die Heer is en het leven geeft die voort­komt uit de Vader en de Zoon; die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aan­beden en verheer­lijkt; die ge­spro­ken heeft door de profeten. Ik geloof in de ene, heilige, katho­lieke en apos­to­lische Kerk. Ik belijd één doopsel tot ver­ge­ving van de zon­den. Ik verwacht de opstan­ding van de doden en het leven van het komend rijk. Amen.

Even­eens geloof ik met vast geloof alles wat vervat is in het ge­schre­ven of over­ge­le­verd woord van God, en wat door de Kerk hetzij door een plech­tig oor­deel hetzij door het gewoon en uni­ver­seel leer­ge­zag als van Godswege geopen­baard te geloven voorge­hou­den wordt.

Vast aanvaard ik ook en houd mij aan alle uit­spra­ken en elke uit­spraak afzon­der­lijk die met betrek­king tot de leer over geloof en zeden door haar de­fi­ni­tief wor­den gedaan.

Bovendien aanvaard ik met reli­gi­euze volg­zaam­heid van wil en verstand de leer­stel­lingen die hetzij de Paus hetzij het Bis­schop­pen­col­lege naar voren brengen wanneer zij hun authen­tiek leer­ge­zag uit­oefe­nen, ook al hebben zij niet de bedoeling deze bij de­fi­ni­tieve act af te kon­digen.

Plaats: ... Datum: ... onderteke­ning:

BIJLAGE B 

AANSLUITINGSFORMULE

Ik, N. beloof trouw aan de Katho­lieke Kerk en aan de Paus van Rome, de hoogste her­der van de Kerk, de plaats­ver­van­ger van Christus, de op­vol­ger van de zalige Petrus in zijn primaat­schap en het hoofd van het college van bis­schop­pen, en onthoud mij van elke open­ba­re ver­kla­ring die in tegen­spraak is met deze persoon of met het leer­ge­zag (cf. can. 1373 en 1365 van het Code van het canonieke recht). Ik aanvaard de leer die in nr. 25 van de dog­ma­tische con­sti­tu­tie Lumen Gentium van het Tweede Vati­caans Concilie wordt on­der­we­zen be­tref­fen­de het leer­ge­zag van de Kerk en de daaraan ver­schul­digde trouw. Wat betreft bepaalde leer­stel­lingen die het Tweede Vati­caans Concilie heeft on­der­we­zen, of be­tref­fen­de latere her­vor­mingen, hetzij van de litur­gie, hetzij van het canoniek recht, die volgens som­mi­gen moei­lijk te verzoenen lijken te zijn met eer­dere ver­kla­ringen van het leer­ge­zag, neem ik de ver­plich­ting op mij om de po­si­tie­ve bena­dering te volgen bij de uitleg van de leer onder lei­ding van het leer­ge­zag, opdat niemand deze loskoppelt van het overige heilige erf­goed van de leer van de Kerk. Ik verklaar tevens de gel­dig­heid te aan­vaar­den van het Misoffer en de sacra­menten die wor­den gevierd met de intentie te doen wat de Kerk doet, en volgens de riten die te vin­den zijn in de offi­cië­le uitgaven van het Romeinse Missaal en de Ritualen, uitge­ge­ven door de pausen Paulus VI en Johannes Paulus II. Ten slotte beloof ik mij te hou­den aan de algemene discipline van de Kerk en haar wetten, in de eerste plaats die welke zijn opgeno­men in het Codex Iuris Canonici, af­ge­kon­digd door de Paus Johannes Paulus II.
Dit alles heb ik eigenhan­dig ondertekend, te ... [plaats] op ...[datum]

Handteke­ning:

post deze webpagina op: Facebook X / Twitter
Terug