Arsacal
button
button
button
button


Waarom noemt Jezus de Kananese een hondje?

20e zondag door het jaar A, H. Mis in de cokathedraal van de H. Nicolaas

Overweging Preek - gepubliceerd: zaterdag, 15 augustus 2026 - 1238 woorden

Op zon­dag 16 au­gus­tus (twin­tigste zon­dag door het jaar A) was ik in de coka­the­drale basiliek van sint Nicolaas in Am­ster­dam. Het was een fees­te­lij­ke H. Eucha­ris­tie­vie­ring waarbij naast de pa­ro­chi­anen ook veel toe­risten aanwe­zig waren. Het evan­ge­lie over de Kananeese werd gelezen (Mt. 15, 21-28), waarin Jezus de vrouw lijkt af te wijzen. Waarom deed Hij dat?

Waarom doet Jezus zo?

Bij het uit­gaan van de kerk kon ik de kerk­gan­gers even kort groeten, een kort gesprekje, een zegen en daar blijft het dan bij. Maar toen ik terugkwam uit de sacristie waren er nog enkele kerk­gan­gers in druk gesprek over de Kananeese vrouw: waarom behandelde Jezus haar zo lelijk? Op in­ter­net zijn er allerlei ant­woor­den te vin­den, zoals dat Jezus het verklein­woord "hondje" kiest wat niet zo erg onvrien­de­lijk klinkt: je hoort erbij, maar als een huisdier. Na­tuur­lijk kan ik Jezus gedachten niet lezen, maar ik denk wel dat Jezus er een bedoeling mee heeft. Zoals bij het offer Isaak, de zoon van Abraham, stellen zaken die God, die Jezus zegt ons soms voor vragen. God kan ons ook beproeven. Waarom bid je? Alleen omdat je iets nodig hebt of is er meer? Ben je een vreem­de­ling of hoor je tot Gods huis­ge­zin? Je hoort tot Zijn gezin door je geloof.
Waarom doet Jezus zo? Vreem­de­ling of huis­ge­noot zijn heeft er mee te maken. Iets van een "ant­woord" zit in de homilie hier­on­der, al blijft staan dat we God niet zullen kunnen begrijpen...

Homilie

ALS JE AFGEWEZEN WORDT... 

WAT IS BIDDEN?

TWINTIGSTE ZONDAG DOOR HAT JAAR A COKATHEDRAAL

Broe­ders en zusters,

Leert nood bid­den?

Ze zeggen dat nood doet bid­den. Ik denk dat het inder­daad bijna onvermij­de­lijk is dat de aan­drang om te bid­den veel min­der is als er geen nood is. Wie in wel­vaart leeft en niet veel te klagen heeft als het gaat om de eerste levens­be­hoef­ten, zoals voedsel, vocht en vei­lig­heid, en een rede­lijke ge­zond­heid geniet en een beroep kan doen op goede artsen als daar iets aan hapert, die voelt in veel gevallen min­der exis­tentiële nood die tot gebed brengt.

Bidden: alleen iets voor gelo­vi­gen?

Veel mensen die zeggen niet te geloven, hebben gebe­den, toen zij in een nood waren. Een al wat ouder onder­zoek vond dat een kwart van de mensen die zegt niet gelovig te zijn, soms wel bidt (H. Knippen­berg, "The Chan­ging Religious Landscape of Europe" 2005, p. 92). Nu is daarbij na­tuur­lijk de vraag wat die mensen onder geloven en onder bid­den verstaan.

Op een terrasje

Soms roepen bepaalde ont­moe­tingen en bepaalde gebeur­te­nissen in mensen gods­diens­tige gedachten op. Zo zat ik deze vakantie op een terrasje met aan het tafeltje naast me een oudere man die kort tevoren zijn vrouw was verloren. Hij zag een pries­ter en begon een gesprekje. Zo gaat het vaak. Ruim vijf­tig jaar gele­den had hij zijn dochter laten dopen, maar ik kreeg de indruk dat hij niet meer prak­ti­se­rend was. Aan het einde van het kort gesprekje vroeg hij: “ Is hier een kerk open? Ik wil graag een kaarsje opsteken bij Maria, want het is Maria­maand”. Ik heb maar niet gezegd dat hij zich vergiste en dat au­gus­tus niet de Maria­maand is maar mei, maar ik denk dat het veel mensen zo vergaat: bepaalde momenten, bepaalde gebeur­te­nissen roepen ook bij mensen die niet geloven of prak­ti­se­ren, gods­diens­tige gedachten op.

Het reli­gi­euze aanvoelen

Ieder mens is uit­ein­delijk toch een schep­ping van God en in z’ n hart zit een verlangen, dat niets op aarde kan bevre­digen. “Omrus­tig is ons hart, totdat het rust vindt in U”, zei Au­gus­ti­nus al over zijn eigen leven. Dat reli­gi­euze aanvoelen zit bij som­mi­ge mensen echt diep weg­ge­stopt, maar op bepaalde momenten zal het toch tevoorschijn komen. Zullen ze er dan iets mee kunnen, zullen ze er dan iets mee willen? Ik hoop het!

De vurig­heid van een Kananese vrouw

Het evan­ge­lie van deze dag laat zien wat een vurig­heid kan losbarsten in een vrouw, die niet van het geloof is, niet van geloof in één God - zij is een Kananese, geen Joodse -; het is een vrouw die een grote nood ervaart, die bij haar ook nog eens verbon­den is met een bij­zon­dere, harte­lijke liefde, want het gaat om haar dochter die er slecht aan toe is. Zij bidt en smeekt met grote vurig­heid.

Wat als je afgewezen wordt?

Maar zij wordt afgeser­veerd op een heel onsympathieke wijze: “Ik ben er niet voor jouw soort” is de teneur van Jezus’ ant­woord en hij verge­lijkt haar zelfs met een huisdier, een hondje. Wat zou jij doen als je dat overkwam? Bele­digd afdruipen? Weer word je gedis­cri­mi­neerd, niet voor vol aangezien, jij telt niet mee, jouw soort moet ik niet... en dat word je ook nog eens dui­de­lijk gemaakt op een bele­digende manier! Wat zou jij doen?

Onverstoor­baar

Maar zij, deze Kananeese vrouw, blijft onverstoor­baar en gaat zelfs mee in het discours: ook de hondjes eten kruimels... Zij laat zich niet ont­moe­di­gen door Jezus’ afwij­zing, zij haakt niet af wanneer zij niet verhoord wordt. Daarin is zij zeker een voor­beeld voor ons allemaal.
De bood­schap is dui­de­lijk: Raak niet te gauw ont­moe­digd als je niet meteen krijgt wat je zou willen hebben. Laat niet je min­der­waar­dig­heids­ge­voel van afgewezen te wor­den de hoofdrol spelen. Haak niet teleur­ge­steld af!
God hoort niet aller­eerst wat je vraagt, maar Hij ziet wat je nodig hebt en Hij ziet dat beter dan wij. Het kan dus zijn dat Hij ons anders verhoort dan wij zou­den denken of willen en Hij verhoort ons op Zijn tijd.

Overgave

En trouwens, ieder gebed vraagt om overgave, want je bidt tot de eeuwige God die onein­dig groter is dan wij en wiens gedachten en plannen wij met ons men­se­lijk denkraam niet kunnen begrijpen. Ga dus niet zelf “invullen” dat je het niet waard bent om verhoord te wor­den, dat God je niet ziet zitten, enzo­voorts. Uit­ein­de­lijk is “overgave” het grote woord als je tegen­over Gods onein­dige groot­heid staat. Overgave is nauw verbon­den met de nede­rig­heid, die de basis is van alle deug­den.

Ga door...

En intussen mogen we bid­den, dat is de uit­no­di­ging: ga door met bid­den, vurig en met kracht; we moeten dat niet opgeven. Volhar­dend gebed doet won­de­ren. Of liever: God zal de won­de­ren doen, als je volhardt, zoals die Kananeese vrouw.

Leer je pas bid­den in nood?

Is het trouwens altijd waar, dat de aan­drang om te bid­den groter is als we in nood verkeren? Leer je pas bid­den in nood en ellende? Dat is niet perse zo. Je gebed krijgt een diepte en schoon­heid als je God hebt ontmoet. De aan­drang om te bid­den is mis­schien wel het grootst wanneer we een inner­lijke band gekregen hebben met God, onze Heer. Dan is je gebed geen opgave en niet alleen een nood­kreet, meer maar een gesprek van hart tot hart. En eer­lijk gezegd is bid­den dan nog meer luis­te­ren dan spreken, zoals dat in iedere goede relatie gaat.

Dorheid?

Ook dan kan er nog, zoals in iedere relatie, een periode komen van dor­heid en droogte, maar als die band met God, die overgave aan Hem is ontstaan, dan weet je, dan voel je aan, dat je door moet gaan, dat je volhar­dend moet bid­den zoals die Kananese Vrouw. Jezus’ woord klinkt dan weer, ook voor ons: je geloof is groot, wat je wil zal gebeuren... Ik laat je niet alleen.

post deze webpagina op: Facebook X / Twitter

Fotoserie

Klik op een foto voor een uitvergroting.
Terug