Arsacal
button
button
button
button


Kerkelijke onderscheiding voor zuster André Lemmers

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 4 mei 2014 - 1177 woorden
Zuster André met onderscheiding; naast haar twee medezusters
Zuster André met onderscheiding; naast haar twee medezusters

Zuster André Lemmers van de Francis­canessen van Aer­den­hout vierde op 4 mei in Haar­lemmer­liede haar gou­den klooster­feest. Ook is zij veer­tig jaar missio­naris en bestaat “Sinar Pelangi” vijfen­­twin­tig jaar, het project dat zij in Jakarta heeft opgezet om gehan­dicapte kin­de­ren op te vangen en aan hen een toe­komst te geven. Bij gelegen­heid van haar feest heeft paus Fran­cis­cus haar de ker­ke­lijke onder­schei­ding “Pro Ecclesia et Pontifice” verleend, die ik haar aan het einde van de feeste­lijke Mis heb uitgereikt.

Samen met haar medezusters in Indonesië zet zuster André zich voor deze kin­de­ren in: ver­zor­ging, scholing, be­ge­lei­ding bij operaties, werk en huis­ves­ting, dit alles behoort tot de taken die vanuit Sinar Pelangi wor­den gedaan. Veel wel­doe­ners, fami­lie­le­den, kennissen en pa­ro­chi­anen waren naar de Sint Jacobus­kerk in Haar­lem­mer­liede geko­men voor de heilige Mis die fees­te­lijk werd opge­luis­terd door het gemengde koor van de pa­ro­chie. Tijdens de heilige Mis vernieuwde zuster André haar geloften, terzijde gestaan door zuster Athanasia uit Indonesië en zuster Simone uit Aer­den­hout.

Bij deze gelegen­heid heb ik de volgende homilie gehou­den:

homilie

Beste zuster André, familie, medezusters en u allen,
Wat is het mooi als je dank­baar terug kunt kijken.
Of je zo terug kunt kijken is niet alleen af­han­ke­lijk
van wat er gebeurd is,
of je geluk hebt gehad
en het je voor de wind is gegaan.
Het is vooral van belang
dat je Gods hand
in de gebeur­te­nissen van je leven kunt zien,
dat je Hem kunt herkennen.
Soms lukt dat niet,
dan zie je alleen je verdriet en je pijn.
Wat is het dan goed en fijn
als er iemand met je optrekt,
als er iemand is die met je meegaat,
er voor je is,
een vriend voor je is.
We verkeren denk ik allemaal
weleens in de ene positie
en weleens in die andere:
soms zijn wij degenen die het goed zien zitten,
die met vreugde en dank­baar­heid
die hand van God in ons leven zien;
soms zijn wij degene
die naast een ander gaat staan
om er voor die ander te zijn
en soms zijn wij degene
die in duisternis ver­keert
en voor wie de steun en het meeleven van anderen
zeer be­lang­rijk is.

De Emmaüs­gan­gers in het evan­ge­lie van vandaag
ver­keer­den in die positie:
ze had­den hun Meester en vriend verloren,
ze liepen daar met een zware kater
van wat er in de dagen daarvoor was gebeurd.
Zij kijken somber, bedrukt,
alle hoop lijkt verloren,
zij zien geen per­spec­tief.
En dan komt die vreem­de­ling naast hen lopen
en die spreekt tot hun hart,
die helpt hen om de zin te ontdekken
in alles wat er is gebeurd
en Hij trekt met hen mee.
Dan voelen ze hun hart weer warm wor­den.
En uit­ein­delijk herkennen die beide Emmaüs­gan­gers
hun Heer in het breken van het Brood
en beginnen ze te geloven en te ver­trouwen
dat er Één is die alles overwint
en dat de Heer wer­ke­lijk is verrezen.

Ook U, zuster André, hebt heel veel mee­ge­maakt.
Niet alles was ge­mak­ke­lijk.
Door uw hele leven heen
waren ook allerlei moei­lijk­he­den geweven.
Moei­lijk­he­den thuis in het grote gezin
door het verlies van werk
en het vroeg over­lij­den van ouders;
door de langdurige aanvallen van malaria
of door agressie van fun­damentalisten,
om maar iets te noemen.
Ook het opzetten van de stich­ting Sinar Pelangi
voor ge­han­di­capte kin­de­ren
is na­tuur­lijk niet van­zelf gegaan.
Maar met U dank ik vandaag God
dat het en­thou­sias­me nog steeds van U afstraalt
en dat U vandaag vol vreugde
dit gou­den klooster­feest mag vieren.
U hebt er geen spijt van,
U hebt het kloosterleven als een prach­tige weg ervaren
en er geen spijt van gehad
dat U die roe­ping hebt gevolgd.
Straks zult U die reli­gi­euze geloften vernieuwen
die U in het kloosterleven
op zulke bij­zon­dere wegen hebben gebracht
in dienst van ge­han­di­capte mensen,
mensen met pijn en verdriet:
U bent met de liefde van Uw hart
naast hen gaan lopen,
met Uw geloof en ver­trouwen,
want als U die band met de Heer niet had gehad,
had U dit niet gekund.
De leer­lin­gen van Jezus
hebben een tijd lopen tobben met hun verdriet.
Eigen­lijk hielp de Geest van Pink­ste­ren
hen er pas echt helemaal overheen.

Zo is het ook wel voor ieder van ons.
Als we opgesloten dreigen te raken
in verdriet en pijn,
is het be­lang­rijk dat we nieuw per­spec­tief krijgen.
Daarvoor hebben we de hulp en de steun van anderen nodig,
zoals dat toen bij de Emmaüs­gan­gers het geval was,
maar bovenal is het enorm be­lang­rijk
dat we ons gaan rea­li­se­ren
dat God die ons geschapen heeft,
heel veel van ons houdt,
ons de weg naar het geluk wil wijzen.
Als we terugkijken op de weg
die ons leven tot nu toe heeft gekend,
zullen we hopen­lijk herkennen
dat heel veel gebeur­te­nissen
die mis­schien best wel moei­lijk waren,
ons voor iets hebben behoed,
ons een weg hebben gewezen,
een bete­ke­nis had­den in ons leven
of voor ons een weg naar ver­die­ping hebben geopend.
Mis­schien waren er dingen
waar­van we nu nog zeggen:
“Heer, waarom moest dat nu zo,
waarom is me dat over­ko­men?”
Maar dan komt mis­schien dat­zelfde ant­woord
dat de Heer hier in het evan­ge­lie geeft,
terwijl Hij verborgen met de Emmaüs­gan­gers meeloopt:
“Moest dat alles niet gebeuren....
Moest de Messias dit alles niet lij­den
om zo Zijn glorie binnen te gaan?”
Het begint vaak ermee dat we proberen
ons ermee te verzoenen
dat alles is gegaan, zoals het is gegaan,
dat we proberen het te aan­vaar­den,
proberen te geloven
dat er een reden was
waarom God het heeft toe­ge­la­ten.
“Uw geloof in God, is tevens hoop op God”,
zei Petrus in de tweede lezing.
Geloven is ver­trouwen
dat alles uit­ein­delijk niet zinloos is,
maar dat alles wat we meemaken
en wat we moeten onder­gaan
- hoe onbe­grij­pe­lijk ook -
uit­ein­delijk zal blijken te passen
in een liefde­vol plan.
De Emmaüs­gan­gers vroegen het zich af,
die aloude men­se­lijke vraag:
“Waarom,
waarom heeft dit moeten gebeuren,
waarom moest onze on­schul­dige Meester
zo vre­se­lijk lij­den?”
En het ant­woord dat zij krijgen is:
De weg naar het licht
gaat altijd door een tunnel,
de weg naar de glorie,
gaat langs het kruis.

Als we met vragen zitten,
als wij niet kunnen begrijpen,
zoek dan naar Iemand
die naast je kan lopen
en die tot je hart kan spreken,
zoek dan naar God.
Soms moeten we er dan uit,
zoals de Emmaüs­gan­gers deden,
of zoals zuster André heeft gedaan:
erop uit, naar buiten, naar andere lan­den,
weg van het cirkelen om jezelf
naar nieuwe erva­ringen,
een nieuwe dienst aan mensen,
kennis­ma­ken met de nood van anderen.
Want ons leven wordt anders en rijker
wanneer we mogen geven en dienen,
zoals Jezus ons heeft voor­ge­daan.

Zuster André,
van harte proficiat met deze dag.
Met U bid­den wij vandaag
om Gods zegen over alle kin­de­ren
waarvoor U zoveel zorg hebt
en we bid­den om zegen voor Uzelf,
over Uw ge­zond­heid, Uw inzet:
dienst­baar­heid vanuit geloof en ver­trouwen
in de goede God
die U ge­roe­pen hebt om
- zoals we op de voor­kant van het Misboekje zien -
Zijn bruid te zijn.
Van harte, Gods zegen!
AMEN

Terug