Arsacal
button
button
button
button


Wereldjongerendagviering in Haarlem

Palmzondag - “Waar ligt je schat?”

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 13 april 2014 - 861 woorden
Eucharistieviering in de St. Josephkerk
Eucharistieviering in de St. Josephkerk (foto: foto J. Hinfelaar)

Op Palm­zon­dag wordt we­reld­wijd in de katho­lie­ke Kerk een Jon­ge­ren­dag gevierd, die paus Fran­cis­cus dit jaar onder het thema “Zalig de armen van geest” stelde. Ook in het bisdom Haar­lem-Am­ster­dam is deze dag gevierd met een jon­ge­ren-eucha­ris­tie­vie­ring in de Sint Joseph­kerk in Haar­lem en een pro­gram­ma bij Binnensteeds en het oecu­me­nische Stem in de Stad, centra voor opvang van dak­lo­zen en andere mensen in nood.

Bij de vie­ring van de Eucha­ris­tie liepen de jon­ge­ren, de ouderen en de kin­de­ren met Palmpaasstokken mee in de palm­pro­ces­sie aan het begin van de vie­ring.

Tijdens de Mis heb ik de volgende homilie gehou­den:

Homilie

De centrale vraag in je leven is altijd weer:
waar leef je voor?
Dat is een vraag die je niet één keer kunt stellen,
zo van: wat kies ik voor levensweg?
Waar ga ik voor?
Maar een vraag die iedere keer opnieuw
op je afkomt, bij alles wat je doet.
Waar leef ik voor?
Als we als het ware gevangen zijn
in onze eigen zorgen en belangen,
afgesloten van anderen, afgesloten van God
en dus altijd bezig met ons­zelf,
dan wor­den we uit­ein­delijk bitter en onte­vre­den.
Wij denken vaak:
Als ik dat heb en dat en als mijn leven zus en zo gaat,
dan zal ik gelukkig zijn.
Als duizend voor­waar­den vervuld zijn,
dan is mijn leven fijn en mooi.
Maar in feite slaat dat nergens op.
Hoeveel steenrijke mensen zijn niet doodonge­luk­kig?
Een steenrijke bankier in het Gooi
vermoordde vorige week
zijn vrouw, zijn dochter en zich­zelf.
Hij had alles, maar geen vreugde en geen doel.
Paus Fran­cis­cus zegt in zijn nieuwe Exhor­ta­tie
Evangelii Gaudium,
die heel mooi is om te lezen,
dat hij de mooiste en meeste echte vreugde
heeft gevon­den bij arme mensen.
Vandaar het thema van vandaag:
“Zalig de armen van geest,
aan hen behoort het rijk der hemelen”.
Na­tuur­lijk kan ik begrijpen dat je het soms moei­lijk hebt,
dat je pijn hebt of verdriet of dat je je een­zaam voelt,
maar er mag altijd een soort van onder­stroom
van geloof en ver­trouwen zijn,
die voort­komt uit onze ont­moe­ting met Jezus Christus.
De bron van je geluk ligt niet
in bepaalde omstan­dig­he­den.
Onze bron van vreugde moet we ergens anders vin­den,
niet in wat we hebben,
niet in wat we kunnen,
niet in hoe ons leven loopt
(al kan dat mis­schien soms ergens een bijdrage zijn).
We kunnen ook ons geluk niet vin­den in ons zelf,
zo’n stabiele factor zijn we niet,
ons leven en ons gevoel gaan op en neer.
We moeten juist uit­bre­ken
uit die ge­van­ge­nis van ons eigen “ik”
om ons geluk in de ont­moe­ting te vin­den,
de ont­moe­ting met God, met Jezus Christus
en met onze naaste.
Wees niet “vol van jezelf”,
trek het geluk niet naar jezelf toe,
dan word je juist onge­luk­kig,
maar geef,
door te geven word je rijk.

Jezus Christus, onze Heer en Ver­los­ser
laat ons dat vandaag zo prach­tig zien.
De ene keer wordt Hij toegejuicht,
door menigte mensen met palm­tak­ken in de hand,
zoals wij aan het begin van de Eucha­ris­tie­vie­ring
samen hebben uitge­beeld,
de andere keer is het “Kruisig Hem”,
niemand steekt een hand uit.
Hoe houdt Jezus dit vol?
Hij blijft zich­zelf en bidt.
De woor­den
“Mijn God, mijn God, waarom hebt ge mij verlaten”,
zijn de beginwoor­den van een psalm (22)
die Jezus bidt.
Die toejuichingen betrekt Hij niet op zich­zelf,
Hij gaat er niet van zweven.
Hij komt de stad gewoon binnen
op een ezeltje, zonder ver­toon.
En die bespot­ting en die pesterijen,
de mar­teling en de kruis­dood,
ook dat betrekt hij niet op zich­zelf;
Hij klaagt niet
hoe slecht Hij het heeft
en hoe erg het is dat Hem dit over­komt,
nee: Hij maakt zich arm, Hij doet dit voor ons,
om ons te verlossen
uit de zonde en uit het cirkelen om ons­zelf.

Zalig de armen van geest...
Je bent gelukkiger
niet als je meer hebt
maar als je minder nodig hebt
om gelukkig te kunnen zijn,
als je meer kunt geven,
je meer open kunt stellen.
Arm, armer, rijkst.

Paus Fran­cis­cus vroeg het zo
aan de Vlaamse jon­ge­ren die hem
vorige week kwamen inter­viewen:
“Waar ligt je schat?
Het is een vraag die ieder van jullie
voor jezelf moet be­ant­woor­den”.

Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

Ik hoop dat jouw ant­woord is:
mijn schat ligt niet
bij de economie van het geld,
van het naar mij toetrekken
en opstapelen van schatten,
maar bij de economie van het heil,
van de liefde, de ont­moe­ting,
de economie van het geven.
Het goede dat je doet,
geeft de beste rente en de grootste winst.

Hoe kun jij je geven?
Het ant­woord op die vraag
is jouw roe­ping
en dus een per­soon­lijk ant­woord.
Die roe­ping heeft altijd met ‘geven’ te maken,
met armoede van geest
om wer­ke­lijk rijk te kunnen zijn.
Ik hoop dat er onder jullie ook zijn,
die je leven aan God willen geven
in de dienst aan de Heer als pries­ter of reli­gi­eus
en in de dienst aan de armen.

Laten we in die geest deze ko­men­de week
het lij­den, sterven en verrijzen van Jezus
dank­baar vieren,
omdat Hij dit deed voor ons
en ons de weg van de liefde wees.
AMEN

Terug