Arsacal
button
button
button


Seminarie ingezegend in Heiloo

Is religie achterlijk, gewelddadig of slecht? Bekoringen van nu

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 14 februari 2016

Op zondag 14 februari was ik in Heiloo voor de Eucha­ris­tie­viering en de inze­ge­ning van de nieuwe ruimtes van de seminarie­ge­meen­schap, die nu in het Juliana­klooster, het diocesaan centrum bij het heiligdom van O.L. Vrouw ter Nood, is gevestigd. Daar vinden ook de colleges plaats. Rector van de gemeen­schap is de priester drs. Jeroen de Wit. Voortaan wordt de naam van St. Wil­li­brord (weer) gebruikt voor het seminarie.

Ook de seminaristen van het Redemptoris Mater-seminarie die ook in Heiloo studeren, waren aanwezig bij de Mis en de inwijding, waarvoor ook de kerk­gangers waren uitgenodigd, die bij de Mis waren. Ver­schil­lende mensen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt om samen koffie te drinken en de nieuwe ruimten te bekijken. Na de inwijding was er een feestelijke maaltijd, vespers en aanbidding. Ook rector Jeroen de Wit kreeg een bijzondere zegen voor zijn nieuwe ambt.

Naast de dertien seminaristen van Redemptoris Mater dat in Nieuwe Niedorp is, telt het bisdom momenteel een aantal andere priester­stu­denten: er wonen drie seminaristen geheel in de gemeen­schap en zijn enkele anderen ermee ver­bonden: één seminarist studeert in Rome, één doet een stage in een parochie, twee zijn als diaken in het pastorale jaar en worden binnenkort priester gewijd, één is permanent diaken en hoopt - nadat hij zijn studie heeft aangevuld - over enige jaren priester te worden gewijd en twee zijn begonnen in een voor­be­rei­dend jaar.

In Heiloo is iedere middag de heilige deur geopend en zijn biechtvaders aanwezig (zie de tijden op de website van olvrouwternood). Een van de biechtvaders vertelde me dat het aantal biechtelingen groeiende is en dat hij de laatste tijd tussen de vier en de twaalf penitenten per dag had mogen ver­wel­ko­men.

Ondanks het rege­nachtige weer was dit weer een mooie dag.

Tijdens de Mis heb ik (ongeveer) de volgende homilie gehouden.

Homilie

priester­stu­denten

Broeders en zusters,
Met vreugde zie ik vandaag
de seminaristen voor me;
we markeren met deze viering
dat zij op dit heiligdom in het Juliana­klooster
hun lessen volgen
en dat hier de leef­ge­meen­schap
van priester­stu­denten is begonnen.
De examenperiode is voor de priester­stu­denten
net achter de rug
evenals een cursus
over het sacrament van het priester­schap
die zij de afgelopen twee weken hebben gedaan
samen met priester­stu­denten
van andere bisdommen
(kardinaal P. Cordes was de docent).
Nu begint voor hen het ‘gewone’ leven.

zegen en gebed!

Van harte wens ik jullie allen,
beste seminaristen, veel zegen toe
en de genade om goede priesters te kunnen worden,
naar het beeld van de Goede Herder,
Jezus Christus!
En ik wil U allen vragen
om te blijven bidden voor de priester­stu­denten
en om nieuwe roepingen.

Missio­nair

Dat moeten dan eigenlijk mensen zijn
voor een nieuw soort priester­schap,
met een missio­naire geest;
want we hebben priesters nodig
die met de gaven van hun persoon
en de hulp van Gods genade,
steeds weer nieuwe wegen willen zoeken
om aan de mensen van onze tijd
voor wie christendom en kerk
vage, onbekende woorden zijn geworden,
de blijde bood­schap van het evangelie
te brengen.
God heeft uit­ein­de­lijk in ieder mensenhart
een verlangen gelegd
naar geluk, naar liefde en naar God.

"Van dat bidden ben ik niet meer"

Als we een gelegenheid hebben
om te praten met iemand die zegt
dat hij/zij niet in een God gelooft,
zullen we heel vaak merken
dat er toch meer geloof in die persoon zit
dan je op grond van die bewering zou denken.
Maar het is in onze maat­schappij
bijna “not done” geworden:
het mag en kan niet
om openlijk een gelovig mens te zijn.
Op TV en radio haast ieder zich
om gauw te zeggen
dat hij of zij beslist niet gelovig is,
als het over religie gaat,
want geloven is bijna een schande geworden.
Minister Plasterk
die van huis uit katholiek is, maar nu niet meer,
kreeg in een interview een vraag voorgelegd
over een politiek onderwerp
en de interviewer gebruikte in zijn vraag
- die dus helemaal niet over iets van godsdienst ging -
de uitdrukking “bidden en smeken”
- we zouden moeten bidden en smeken
dat iets zou gebeuren of iets werd gedaan -;
de minister reageerde hierop meteen fel
dat hij niet meer van dat “bidden”was:
de interviewer moest beslist niet denken
dat hij gelovig was.
Vanwaar kwam die agressie?
We zullen het pas weten
als we zijn innerlijke levensgeschiedenis kennen.

Is religie gewelddadig en slecht?

Vaak denken mensen bij religie te­gen­woor­dig
aan iets achterlijks, aan misbruik, aan macht en geweld.
We kunnen jammer genoeg niet ontkennen
dat er mensen in de kerk zijn
die de bood­schap niet beleven,
dat er zonde en kwaad en laksheid is in de kerk,
overigens net als daar buiten.
Maar er is geen priester die oproept tot geweld,
die machtsmisbruik, ander misbruik of geweld zal goedkeuren;
het geloof leert ons juist het tegendeel:
het leert ons om ook onrecht geduldig te verdragen
en te vergeven,
zoals Jezus deed
en om lief te hebben en barmhartig te zijn.
De kern van het christendom
is de navolging van Jezus,
die geweldloos was
en die opriep het zwaard in de schede te steken.

Is religie achterlijk?

Is de godsdienst dan misschien achterlijk,
iets voor mensen die primitief denken?
Maar een godsdienst is niet in strijd
met welke weten­schap ook;
en de weten­schap kan mensen juist vervullen
van bewondering voor Gods schepping.
Sommige weten­schappers,
zoals bij­voor­beeld een evolutie-bioloog die ik leerde kennen,
zijn juist door hun weten­schap
tot geloof gekomen.
Deze week hebben onderzoekers
voor het eerst de zwaarte­krachtsgolven
of graviteitsgolven kunnen constateren.
Daarmee werd een verschijnsel bevestigd
dat Einstein in zijn relativiteitstheorie had aangenomen.
ook iemand die bij dat onderzoek betrokken was,
liet weten onder de indruk gekomen te zijn
van de prachtige orde en afstemming
die er in de schepping is.
Weten­schap kan een mens dus tot geloof brengen,
maar uit­ein­de­lijk hangt alles af van de instelling van ons hart,
van onze gezindheid en openheid.
Hoe beleven we de dingen?
Zijn we trots
of zijn we dankbaar?
Geloven we in onze eigen prestatie
of zien we in alles de gave?

Hoe beleven we de dingen?

Een vijftienjarig meisje
hoorde twee klasgenootjes praten
over de zin van het leven:
Waar leven we eigenlijk voor?
We zijn er een tijdje
en dan gaan we dood,
zeiden die meisjes tegen elkaar.
Dat andere meisje had het wel willen roepen:
“Wat ben ik blij dat ik weet
waarom ik leef,
voor Wie ik leef
en dat ik een geloof heb”,
maar zij voelde zich net iets te kwetsbaar
om dat ook echt te doen en zich te uiten.
Geloven is een te gevoelig iets geworden.
Maar als niemand iets zegt,
als niemand durft,
waar blijven we dan?
Laten we alleen maar praten
door degenen die zeggen
hoe verkeerd en achterhaald het geloven is
en verstoppen we hoe mooi en rijk het is
om vanuit het vertrouwen op God te leven?
Zo worden we steeds angstiger, te­rug­hou­dender
en steeds aarzelender in ons geloven!
Laten we getuigen,
niet zwijgen, maar spreken,
ons geluid mag worden gehoord!
God buiten spel zetten
is de grote bekoring van ons leven!

Bekoring

Het evangelie van vandaag
confronteert ons met de bekoring
om God en geloof onschadelijk te maken.
Het zijn er eigenlijk drie,
die bekoringen in het evangelie
maar in zekere zin
komen ze alle drie op hetzelfde neer.
De duivel wil Jezus
stenen in brood laten veranderen
als Hij honger heeft,
dan kan Hij bewijzen dat Hij echt de zoon van God is.

Alsof het erom gaat zichzelf te bewijzen
en God onze behoeften moet bevredigen!

Dan wil de duivel Jezus voor hem laten neerknielen
in ruil voor macht
over alle koninkrijken der aarde.

Alsof het leven gaat om macht,
onze eigen macht.

De duivel wil tenslotte
dat Jezus zich neerwerpt van de tempel
om zich door engelen op te laten vangen.

Alsof godsdienst erin bestaat
dat God ons moet dienen
in plaats van dat wij God dienen!

De bekoring om niet te dienen

Deze drie bekoringen zijn in zekere zin
de bekoringen van ons allemaal,
want ze willen Jezus verleiden
voor zichzelf moet kiezen,
voor wat Hij lekker vindt en prettig,
wat Hem macht geeft en aanzien,
wat voor Hem gemakkelijk is.
Die bekoringen verleiden Jezus
om een op zichzelf gerichte egoist
en een individualist te zijn.
Als Jezus dit zou doen
gaat Hij radicaal in
tegen de zending van de Vader
die juist wil dat Jezus
een eenvoudige, dienende mens
zal zijn,
iemand die zich geeft voor anderen,
voor allen.

Onze tijd bezwijkt nogal eens
voor deze bekoringen;
we horen meer over trots
dan over dank­baar­heid,
meer over rechten
dan over plichten,
meer over heersen
en over “ergens voor ingehuurd zijn”
dan over dienen en barm­har­tig­heid,
meer over grootheid
dan over kleinheid.

Gebed

Laten we in deze veertigdagentijd vragen
dat wijzelf en vele andere mensen
geraakt mogen worden
door de barm­har­tig­heid van God,
dat wij de gaven zien
en onze beperktheid en kleinheid
en dat dit ons juist mag helpen
om vertrouwvol en dankbaar te leven.
AMEN.


na afloop van de inwijding
na afloop van de inwijding (foto: zr. Iuxta Crucem)
Tijdens de inwijding in de huiskamer
Tijdens de inwijding in de huiskamer (foto: Zr. Iuxta Crucem)
Tijdens de inwijding in de huiskamer
Koffie na de Mis en toelichting door rector Jeroen de Wit (foto: Zr. Iuxta Crucem)

Terug