Arsacal
button
button
button


Hoe men godsdienst verdringt uit de publieke ruimte...

Bij het afscheid van NKSR-voorzitter Dick Wijte

artikel_onderwijs - gepubliceerd: maandag, 18 april 2016
na de uitreiking van de onderscheiding
na de uitreiking van de onderscheiding
tijdens de maaltijd
tijdens de maaltijd
Hoe men godsdienst verdringt uit de publieke ruimte...

Op maandag 18 april werd in het Haarlemse bisschopshuis in kleine kring afscheid genomen van mr. drs. Th. E.M. (Dick) Wijte als waar­ne­mend voorzitter van de Nederlandse Katholieke Schoolraad. Hij had deze functie sinds mei 2008 vervuld. Bij deze gelegenheid kreeg de heer Wijte als dank voor zijn vele verdiensten voor het onderwijs de Bavopenning uitgereikt. Daarbij heb ik gesproken over het belang van confessioneel onderwijs in deze tijd.

De Bavopenning wordt toegekend aan personen die bijzondere en grote verdiensten hebben voor de kerk in het bisdom Haarlem-Amsterdam, in het geval van de heer Wijte betreffen die verdiensten dus het onderwijs, ook in dat bisdom en in het gehele land. 

Dit was waar­schijn­lijk de laatste feestelijke bijeenkomst in het bisschopshuis. Op 9 mei begint de verhuizing van de kantoren. In een later stadium zullen ook de bis­schop­pen vertrekken. Het huis wordt op 1 juli a.s. opgeleverd.

Het afscheid werd gevierd met degenen die in de voorbije jaren het nauwst met de heer Wijte hadden samengewerkt. Bij het uitreiken van de onderscheiding heb ik de volgende "laudatio" gehouden:

Toespraak

bij het afscheid van mr. drs. Th. E. M. Wijte als wnd. voorzitter van de NKSR

 

Het confessioneel onderwijs verkeert momenteel in een niet gemakkelijke fase van zijn bestaan, terwijl dit onderwijs – naar mijn mening - momenteel juist meer dan ooit van belang is voor onze samenleving.

IPad-school

Kenmerkend voor de neoliberale visie op onderwijs die momenteel dominant is, vond ik de verzuchting van staats­secre­taris Dekker dat I-Padscholen als katholiek of protestant ‘vermomd’ moesten worden om in het huidige bestel voor erkenning in aanmerking te komen en dat dus dat bestel veranderd moet worden. Afgezien van de vraag of de opmerking van de staats­secre­taris juist is, valt op dat hij een geloof of levensbeschouwing als een ‘vermomming’ ziet en het gebruik van een apparaatje zoals de IPad als het eigenlijke werk. Ook in andere uitingen van de staats­secre­taris komt naar voren dat hij een geloof of levensbeschouwing ziet als een bijkomstig accent bij datgene waar het eigenlijk om gaat: onderwijs als het opdoen van kennis en vaardigheden. Dat maakt een school tot een doorgeefluik van waardenvrije kennis en een oefenterrein voor technische vaardigheden. Toch kan die overdracht van kennis en vaardigheden in feite nooit waardenvrij zijn. Ook een heel technische, ‘waardenvrije’ presentatie van kennis en vaardigheden getuigt in feite van een onder­lig­gende visie , een bepaald wereldbeeld.

Zeggen­schap van de ouders?

De plannen van de staats­secre­taris met betrekking tot het onderwijs worden af en toe mooi verpakt als het geven van meer zeggen­schap aan de ouders. Dat is goed bedacht, want de betrokkenheid van ouders is een thema dat juist in het confessionele onderwijs een belangrijke rol speelt. Vrijheid van de ouders in de keuze van scholen en scholen als hulp biedend aan de ouders zijn bij­voor­beeld vaste uitgangs­punten in het katholieke sociaal denken. Toch lijken de plannen eerder te passen in een bredere neoliberale inzet om godsdienstige overtuigingen van het maat­schap­pe­lijke speelveld te verdringen.

Laïcité

Deze inzet wordt vaak ge­pre­sen­teerd als het bevorderen van de vrijheid van de burgers of het serieus nemen van de scheiding tussen kerk en staat maar gaat in feite verder: veel maatregelen beogen het terug dringen van godsdienstige uitingen en pastorale zorg in media (het verdwijnen van de levensbeschouwelijke omroepen), gezondheidszorg en onderwijs, terwijl tevens faciliteiten voor kerken ophouden te bestaan. De subsidie­moge­lijk­heden voor het onderhoud van monumentale kerk­ge­bouw bij­voor­beeld, zijn in de achter ons liggende jaren sterk verminderd, terwijl het beleid dat het onverhoeds verlenen van een gemeentelijke monumentale status aan een kerk­ge­bouw mogelijk maakt, onverminderd doorgaat. Een ander voorbeeld: Er zijn geen regelingen getroffen om pastorale zorg voor vluchtelingen mogelijk te maken, tot nu toe is het niet mogelijk gebleken om tot toelating van gecertificeerde geestelijk verzorgers in de vluchtelingen­opvang te komen en geestelijke verzorgers die als zodanig kenbaar zijn worden – zo is de ervaring – uit de opvang geweerd. Deze voorbeelden zouden met andere kunnen worden aangevuld en zij wijzen alle in de richting van een scheiding van kerk en staat in de zin van “laïcité”.

Verzuiling een gevaar?

Tegelijkertijd wordt vaak gewaarschuwd tegen een fragmentarisatie - “verzuiling” – van de samenleving , die door het confessioneel onderwijs zou worden bevorderd.

Maar juist het omgekeerde lijkt het geval: 53% van de allochtone leerlingen zit op een bijzondere school, 47 % op een katholieke of protestants christelijke school, hoewel de grootste concentraties van allochtone leerlingen in de grote steden te vinden zijn, waar openbare scholen goed vertegen­woor­digd zijn. Bijna alle katholieke scholen hebben leerlingen van niet-Nederlandse afkomst; zij hebben geen aannamebeleid dat deze leerlingen uitsluit. Voor het katholieke concept van onderwijs is het van belang dat de school open staat voor leerlingen vanuit allerlei achtergronden, niet missionerend is, maar wel vanuit de eigen gelovige achtergrond waarden uitdraagt, zoals: vergeven, het goede doen, naasten­liefde, bouwen aan een betere wereld en leven vanuit hoop en vertrouwen.

Een heel andere verzuiling is er wél

De fragmentarisering van de samenleving vindt niet plaats langs de lijn van de oude verzuiling, maar veeleer langs de lijnen van arm en rijk, zwart en wit, goed presterend of slecht presterend, deel uitmakend van de seculiere samenleving of daar niet in participerend en daarvan afgekeerd en dit in samenhang met ghetto­vor­ming. Dit zijn lijnen die zich ook naar het onderwijs vertalen. Het is juist op deze fragmentarisatie dat de samenleving een antwoord moet vinden.

Waarden-kader

Tegelijk zijn het de waarden die vanuit een (godsdienstige) levensovertuiging worden aangereikt en beleefd, die een dialoog in de samenleving tot stand kunnen brengen, die een kloof kunnen overbruggen en mensen kunnen helpen zich te integreren. Het onderwijs heeft een taak om eraan bij te dragen dat mensen kunnen integreren in de samenleving, niet door hen allen seculier te maken, maar door hen te helpen te leren reflecteren op waarden en hun eigen inbreng in de samenleving te hebben. Prof. dr. Joep Dohmen schreef in de conclusie van zijn artikel in het laatste nummer van Narthex: De jongeren “worden te­gen­woor­dig geacht actor te zijn, over zichzelf te beschikken en verant­woor­de­lijk­heid te dragen voor hun eigen keuzes. De tragiek van het liberalisme is echter dat het niet leert om goede van verkeerde inmenging te onderscheiden. Veel erger nog: we missen de moed om jongeren te begeleiden bij het vormgeven van hun positieve vrijheid” (“De noodzaak van Bildung in het onderwijs”, in: Narthex 16(2016), nr. 1, pp. 27-34, hier: p. 34). We slagen er in onze maat­schappij te weinig in een waarden-kader mee te geven.

Schilderswijk

In een stadswijk waar fragmentarisatie volop kans heeft gekregen, waar regelmatig het etiket “ghetto” op wordt geplakt, kan juist die confessionele school bijdragen om dat patroon te doorbreken, zoals bij­voor­beeld in de Haagse Schilderswijk gebeurt door de protestants christelijke Koningin Beatrix­school, die in het nieuws kwam als “een eiland van rust en stabiliteit in een roerig stadsdeel”.

Natuurlijk kan het bijzonder onderwijs, in ons geval de katholieke school, haar taak alleen waarmaken als zij zich bewust is van de betekenis van haar eigen identiteit, doordrongen is van de fundamentele waarden ervan en die op een tegelijk open en waarachtige wijze beleeft

Een woord tot de scheidende voorzitter

Beste Dick,

In deze niet gemakkelijke tijd heb je leiding gegeven aan het katholiek onderwijs als voorzitter van de Vereniging Katholiek Onderwijs en sinds 2008 als waar­ne­mend voorzitter van de Nederlandse Katholieke Schoolraad. Daarbij was en is de inter­nationale verankering gewaarborgd door je participatie in het katholiek onderwijsnetwerk in inter­nationaal verband, onder meer door je Vicepresident­schap van het Comité Europeén pour l’Enseignement Catholique en in ECNAIS, het European Council of National Associations of Independent Schools.

Loopbaan

Je was door opleiding en ervaring bijzonder gekwalificeerd om deze functie te vervullen. Opgevoed door de Jezuïeten aan het Canisiuscollege in Nijmegen, ging je in 1969 deel uitmaken van het bestuur van de Stedelijke Jeugdraad van ’s Her­to­gen­bosch. Studies aan de Pedagogische academie, studies strafrecht, Nederlands recht en Staatsinrichting bereidden je voor op je taken in de samenleving. Als docent Nederlands en godsdienst, als decaan en directeur was je werkzaam in het middelbaar onderwijs, in 1978 werd je vicevoorzitter van de CDA-fractie in de gemeenteraad van Nijmegen, in 1982 wethouder en daarna burge­mees­ter eerst van Budel en vervolgens van IJsselstein tot 2005. Daarna was je in de rechterlijke macht werkzaam en in verschillende bestuursfuncties, waaronder het voorzitter­schap van het KASKI en het penning­mees­ter­schap van het VKMO waarvoor je in 2013 onderscheiden bent met de Poelspenning voor katholiek sociaal handelen. Tenslotte voegden twee lijnen in je leven, die van het onderwijs en die van het bestuur, zich samen in het beroep dat op je werd gedaan om leiding te gaan geven aan het VKO en de NKSR.

In deze periode heb je met succes getracht het katholiek onderwijs voor te bereiden op de grote uitdagingen die in deze tijd worden gesteld. Ik zou daar twee aspecten van willen belichten, zonder daarmee te kort te doen aan de andere vormen van inzet.

School en kerk verbinden

Het eerste aspect is de relatie van het katholiek onderwijs met de kerk. Een lang proces van bezinning en van uit­wer­king onder meer in de Commissie Van der Donk, mondde tenslotte uit in het werk van de commissie Wijte ter voor­be­rei­ding op een nieuw Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs. Van een herziening van het Algemeen Reglement is het uiteindelijk niet gekomen, maar de insteek om tot een vruchtbare synergie van kerk en school te komen heeft wel degelijk invulling gekregen. Één van de vruchten daarvan is de Week van het Katholiek Onderwijs die vorig jaar voor de tweede maal is gehouden. In deze Week worden de fundamentele waarden – zoals de zojuist genoemde - die het katholiek onderwijs wil beleven en uitdragen, voor het voetlicht gebracht. Er zijn in de jaren dat je waar­ne­mend voorzitter was verschillende goede stappen gezet naar een herwaardering van deze centrale waarden en een ont­wik­ke­ling van de identiteit als katholieke school. Ook jouw columns in Het School­bestuur hebben daaraan bijgedragen.

Een sterke organisatie

Een tweede aspect is de gegroeide samen­wer­king met het protestants-christelijk onderwijs, die is uitgemond in de fusie in Verus, de nieuwe organisatie voor katholiek en christelijk onderwijs. Deze fusie was nodig om verschillende redenen maar niet in het minst omdat het steeds meer noodzakelijk blijkt om als één sterke organisatie voor de belangen van het katholiek en christelijk onderwijs op te komen. Je hebt je er voor ingezet dat de NKSR zowel financieel als qua opzet en doel­stel­ling haar werk namens de Nederlandse bis­schop­pen, goed zou kunnen voortzetten.

Ik wil je bij deze gelegenheid graag danken voor je inzet voor de samenleving en voor het katholiek onderwijs en voor de prettige samen­wer­king in deze jaren en ik wil daarbij de hoop en het vertrouwen uitspreken dat jouw werk naar de toekomst toe vrucht zal blijven dragen.

Proficiat en dank

Graag wil ik bij deze gelegenheid ook jouw echtgenote bijzonder danken. Jullie hebben elkaar ooit ontmoet op een bezinnings­weekend in het Trap­pis­ten­klooster van Tilburg en kwamen toen samen terecht in de redactie van het tijd­schrift Jonge Kerk. Die samen­wer­king was vruchtbaar en werd geïntensiveerd. Dit jaar zijn jullie al 45 jaar getrouwd. Van harte wil ik jullie daarmee feliciteren en jullie beiden nog een heel gelukkige toekomst toewensen.

Beste Dick, van harte dank voor alles wat je hebt gedaan. Er waren mooie en vruchtbare dagen, er waren moeilijkheden en vervelende ervaringen. De minder prettige ervaringen voelen we vaak het meest, zoals we ons nauwelijks realiseren dat we bijna helemaal gezond zijn als onze kleine teen erg pijn doet. De humor die je altijd hebt getoond te bezitten, helpt relativeren en het grotere verband te blijven zien. Ik hoop van harte - en dat wens ik je toe – dat de mooie herinneringen en de dankbaarheid om alles wat je hebt mogen betekenen op het terrein van het katholiek onderwijs de overhand zullen hebben. Want je hebt op een cruciaal moment van de geschiedenis leiding gegeven aan het katholiek onderwijs in ons land.

Van harte wens ik je een goede, gezegende toekomst toe!

 

 

Haarlem, 18 april 2016                                                            +Jan Hendriks

Bisschop-referent voor het onderwijs

Terug