Arsacal
button
button
button
button


Waarom laat God toe dat we worden bekoord (of beproefd)?

Eerste zondag in de veertigdagentijd

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 5 maart 2017 - 1007 woorden
De kapel van het centrum La Vie in Zeewolde
De kapel van het centrum La Vie in Zeewolde

Op de eerste vasten­zon­dag, 5 maart, heb ik ’s mid­dags de heilige Eucha­ris­tie gevierd bij de ge­meen­schap van La Vie in Zeewolde, waar gees­te­lij­ke be­ge­lei­ding wordt gegeven. Leden van de RK Ge­meen­schap ‘Huis­ge­zin van God’ en mensen die met het centrum verbon­den zijn waren aanwe­zig om deze Mis mee te vieren.

LaVie Zeewolde is een private vereni­ging van gelo­vi­gen binnen de kerk, dat wil zeggen dat de ac­ti­vi­teiten voor reke­ning komen van degenen die het centrum dragen maar tege­lijk is de ge­meen­schap door de Kerk erkend. Regel­ma­tig kom ik mooie vruchten tegen van het werk dat in La Vie gebeurt.

Hier­on­der de homilie die ik bij deze gelegen­heid heb gehou­den.

HOMILIE

Christus leeft in je!

De oude mens en de nieuwe mens,
de oude Adam en de nieuwe Adam,
zij leven allebei in ons;
door Gods genade zijn wij
door de sacra­menten
deelach­tig gewor­den aan het nieuwe leven
van de nieuwe mens Jezus Christus,
maar dat dit de over­heer­sende
en bepalende wer­ke­lijk­heid van ons leven is,
is niet altijd evi­dent,
het is ook een kwestie van geloof en ver­trouwen:
je bent al verlost,
Christus leeft al in je,
je bent al van Hem,
de kiem van het eeuwig leven
is al in je gelegd,
je behoort al tot de Kerk van God,
die eens in heer­lijk­heid
haar vol­tooi­ing zal vin­den.

Omlaag getrokken

Tege­lijker­tijd woedt de oude mens nog in ons,
wij wor­den omlaag getrokken,
wij ervaren de beper­kingen van het men­se­lijk bestaan.
We kennen onze beko­ringen en be­proe­vingen.
En ook al die andere omstan­dig­he­den
die deel uitmaken van het aardse bestaan,
zoals lij­den, ziekte, dor­heid en gees­te­lij­ke pijn.
Vanuit onze men­se­lijke gedachten gere­deneerd,
 willen we er eigen­lijk graag van af:
de beko­ring houdt ons af van God,
zo denken we;
die bemoei­lijkt onze weg naar God.
En die dor­heid, die be­proe­vingen,
ons lij­den en verdriet
drukken ons terneer;
ze hou­den ons vast
en verhin­de­ren onze geest
om vrij en licht
naar God op te stijgen.

God wilde deze beko­ringen!

En toch lezen we in dit evan­ge­lie
dat het God zelf is die beko­ringen heeft gewild:
Jezus wordt door de heilige Geest naar de woes­tijn gevoerd
om door de duivel op de proef te wor­den gesteld.
De heilige Geest is op Jezus neer­ge­daald bij het doopsel,
on­mid­del­lijk hier­voor,
en die voert Jezus naar de woes­tijn
om de be­proe­vingen te onder­gaan.

Jezus staat hier voor ons
als de Nieuwe mens,
de Nieuwe Adam,
die wél weer­staat
aan de beko­ringen van de oude vijand
van de mens­heid.
Hém dragen wij in ons,
zozeer dat de heilige Johannes
ons in zijn eerste brief kan schrijven:
“Ik schrijf U, jonge mannen,
dat gij de boze overwonnen hebt” (1 Jo. 1,13).

Hij wil dat wij strij­den

Wij zou­den van de beko­ringen en be­proe­vingen af willen:
dat we getrokken wor­den
naar het onvolmaakte,
naar de zonde,
naar het al te men­se­lijke;
Wij zou­den af willen van de be­proe­vingen,
van het lij­den, van verdriet, leegte en droogte.

Maar God wil dat wij strij­den,
dat wij een gees­te­lij­ke strijd voeren
met de wapens van ons geloof,
dat wij keer op keer ervaren
hoe af­han­ke­lijk wij zijn
van Zijn genade,
hoe zwak en klein
wij zelf zijn.
Hij zelf zal ons bijstaan,
“Mijn genade is u genoeg”.
De gees­te­lij­ke strijd
tegen de oude Adam,
tegen de mens getekend
en neergehaald door de macht van het kwaad,
voeren wij met de gees­te­lij­ke wapens
die God zelf ons geeft en heeft gegeven.
De ves­tingmuur
waarachter je strijdt
is Gods liefde en genade
die je be­scher­men.

Waarom?

Maar waarom wil God dat wij strij­den?
Waarom moeten wij
dit gevecht voort­du­rend voeren?

Het lijkt me dat we het ant­woord kunnen vin­den
in het evan­ge­lie van vandaag.
Jezus wordt tot driemaal toe door de duivel bekoord.
De inhoud van de beko­ringen is nogal ver­schil­lend:
De eerste beko­ring van Jezus is:
je hebt toch honger?
Verander deze stenen dan in brood!
Dit is de beko­ring van Jezus
om de wonder­macht die Hem door de Vader gegeven is,
voor zich­zelf gebruiken.
In de tweede beko­ring wordt Jezus verleid
de bescher­ming van God te mis­bruiken:
Hij moet zich van de tempel storten
om God uit te dagen Hem op te laten vangen.
En de derde beko­ring houdt de verlei­ding in
om Messias te zijn niet als lij­dende dienstknecht,
maar als poli­tiek mach­tig vorst.
In al die beko­ringen wordt Jezus verleid
om Zijn positie te gebruiken
voor zich­zelf, voor eigen status en macht.
De beko­ringen dwingen Jezus als het ware
tot een keuze:
om als Hij niet de Satan
maar Zijn hemelse Vader
wil dienen,
bewust voor dienst­baar­heid en eenvoud
te kiezen.

Wat geven ons die be­proe­vingen en beko­ringen?

En geldt dat ook niet voor ons?
God wil dat wij strij­den,
dat wij onze zwak­heid ervaren,
want de beko­ringen dienen
om onze be­doe­lin­gen uit te zuiveren,
om ons te bewaren in eenvoud,
in nede­rig­heid
en dienst­baar­heid.

Je hebt je leven aan God gegeven,
je staat in Zijn dienst,
je bent van Hem,
Hij leeft in jou.
En dan komt toch weer de verlei­ding
om iets terug te nemen
van wat we hebben gegeven,
om het leven dat we voor Hem hebben aan­ge­no­men,
toch weer te gaan lei­den in dienst van ons­zelf,
van ons gemak, onze voor­keu­ren enzo­voorts.

Dan moeten we strij­den,
maar die strijd
zal met Gods hulp
onze gave van ons­zelf
vernieuwen en verdiepen.

God zit erin

Door wie wor­den wij bekoord?
Door de duivel zou je zeggen.
Ook Jezus wordt door de duivel bekoord.
Dat is waar,
“Satan heeft geëist U allen te ziften als tarwe” (Lc. 22,31),
en toch zit God erin, in zoverre Hij het toelaat
en er gebruik van maakt
om ons door de strijd
te lou­te­ren.
Maar de Heer leert ons in het Onze Vader bid­den:
 “Leid ons niet in beko­ring”,
nu is dat gewor­den: “leid ons niet in be­proe­ving”,
maar het wil allebei zeggen:
breng ons niet in een be­proe­ving
waardoor we overwel­digd wor­den, die we niet kunnen weerstaan.
Dus Jezus zelf heeft ons leren bid­den
dat wij gevrij­waard mogen blijven van beko­ringen
die wij vanwege onze zwak­heid mis­schien niet aankunnen.

Zo leert Jezus ons in feite
om - ook waar het om beko­ringen en be­proe­vingen gaat -
op de Vader te ver­trouwen

Terug