Arsacal
button
button
button


Familiedag in Velsen Noord: Effeta, ga open...

23e zondag door het jaar

overweging_preek - gepubliceerd: zondag, 9 september 2012
Familiedag Velsen Noord, in de tuin, na de Mis
Familiedag Velsen Noord, in de tuin, na de Mis

De Sint Joseph pa­ro­chie in Velsen Noord, die behoort tot de regio van Beverwijk, vierde op zon­dag 9 sep­tem­ber een familie­dag: met een fees­te­lij­ke Gezins-Eucha­ris­tie­vie­ring, gezongen door een familie­koor van 6 tot 86 jaar begon een dag van ont­moe­ting en allerlei spelen die door jong een oud kon­den wor­den gedaan. Pastor Matthew en pastoor Roland Putman ofm con­ce­le­breer­den bij de heilige Mis. Voor de kin­de­ren was er een kinder­woord­dienst.

Hierbij de homilie die ik bij deze gelegen­heid heb gehou­den:

Homilie

Je bent niet gemaakt om alleen te zijn! God heeft ons mensen geschapen als sociale wezens, om te kunnen com­mu­ni­ce­ren met anderen, om elkaar te steunen en bij te staan.

We zien dat al in het eerste boek van de bijbel, het boek Genesis: de mens klaart helemaal op als God die mens als man en vrouw heeft geschapen: “Einde­lijk been van mijn gebeente”, roept die mens dan opgetogen uit: hij is niet meer alleen, maar samen.

En als het zo ver is dat God de mens man en vrouw geschapen heeft, dan staat er ook dat zij als beeld van God geschapen zijn.

De mens is dus niet ge­roe­pen om alleen te zijn, man en vrouw vullen elkaar aan, samen zijn zij beeld van God en het huwe­lijk werd zo de oer­vorm van men­se­lijke ge­meen­schap: met zijn tweeën en toch één.

Dat mogen we ons op deze familie­dag na­tuur­lijk wel even te binnen brengen: het huwe­lijk is iets heel moois: man en vrouw zijn beeld van God, ook al eigen­lijk omdat zij zich­zelf aan elkaar geven: heel je leven geef je aan elkaar en aan je gezin, zoals Jezus dat zegt bij het Laatste Avondmaal en we dat iedere keer bij de consecratie herhalen: “Dit is mijn lichaam... Dit is mijn bloed voor jou... een nieuw en altijd­du­rend verbond”, zo zeggen man en vrouw dat aan elkaar: Mijn lichaam, mijn bloed, mijn geest, voor altijd wil ik met je samen zijn, ik sluit met jouw een altijd­du­rend verbond.

Niet dat dit altijd ge­mak­ke­lijk is, een relatie is nooit ge­mak­ke­lijk. Je moet reke­ning hou­den met de ander, je moet er zijn voor die ander, je kunt niet zo maar doen wat je wilt; soms zijn er moei­lijk­he­den, maar je kunt niet weglopen, je bent een verbond aan­ge­gaan, een belofte om als het moei­lijk is, elkaar te zoeken, een­heid te herstellen, te weten dat je huwe­lijk, ieder huwe­lijk geven en nemen is, maar vooral geven.

Maar juist dat geven is zo be­lang­rijk, ook voor jezelf. Het geven opent je en het geopend zijn naar anderen, dat maakt je gelukkig. Je kunt gelukkig leven en een goede toe­komst tegemoet gaan als je jezelf opent voor God en voor elkaar.

We willen wel even stil staan bij al degenen die deze belofte ook had­den gegeven en het zo graag had­den willen waarmaken, maar het niet hebben gekund, vaak buiten de eigen schuld: je moet het nu eenmaal samen doen, je kunt het niet alleen.

Maar het is goed je erop in te stellen: iedere relatie vraagt offers, waar liefde is daar wordt ook pijn gele­den. Als je liefhebt of lief hebt gehad doet het je pijn als het niet lukt, en ook als de ander iets over­komt, als je die ander moet missen...

Na­tuur­lijk ben je het ook weleens zat, wil je nu ein­de­lijk weleens tijd voor jezelf, snak je soms naar rust.

Maar... je wordt pas gelukkig als je je opent, je bent pas in vreugde als je iets voor anderen betekent. Iemand dacht op een gegeven moment: ik wil eens even helemaal niemand. En hij ging een week alleen op vakantie. Nog nooit had hij zo’n akelige vakantie gehad als toen.

Een mens is niet gemaakt om alleen te blijven, hij is geschapen om mens voor anderen te zijn, voor God en de naaste. Op deze zon­dag horen we het evan­ge­lie van de doofstomme die door Jezus wordt genezen. Doofstom zijn is iets vre­se­lijks: je kunt niet com­mu­ni­ce­ren, je hoort niet wat anderen zeggen en je kunt zelf niets zeggen. In feite is die doofstomme man een soort symbool van de mens die - zonder dat hij dat eigen­lijk wil of kiest - vaak in zich­zelf is opgesloten.

Wij voelen die onmacht allemaal: op het vlak van onze ver­hou­ding met God, want wij kunnen ons­zelf niet red­den, wij kunnen ons­zelf niet verlossen, uit ons­zelf zijn wij opgesloten binnen de grenzen van het aardse bestaan; alleen God kan die grenzen open gooien, door Hem heeft ons leven dat wijde per­spec­tief, open naar een eeuwig leven, eeuwig geluk.

En wij voelen die onmacht ook vaak in onze ver­hou­ding tot andere mensen: wij kunnen andere mensen vaak niet bereiken, een probleem met andere mensen niet oplossen, wij stoten op grenzen, wij wor­den gekwetst door wat anderen ons aandoen, we ervaren de pijn van niet te kunnen com­mu­ni­ce­ren met die of met die.

Maar in het licht van God kun je anders naar mensen kijken, kun je over grenzen heen stappen, kun je je openen zelfs voor degene die voor jou niet geopend is.

Effeta, Ga open, zegt de Heer tegen deze doofstomme man en Hij zegt het eigen­lijk ook tot ieder van ons: Ga open, ga open, open jezelf door de kracht van Mijn genade zelfs voor die mensen voor wie je je het liefst zou willen afsluiten, ga open om te com­mu­ni­ce­ren, met elkaar, met Mij, zegt de Heer, en zie hoe God je in de ruimte heeft geplaatst, in een wijd per­spec­tief, het per­spec­tief van het eeuwig leven en van dat we allemaal kin­de­ren zijn van God.

Sluit je niet op, sluit je niet af... Dus: Effeta, ga open, ga open.

AMEN.

Terug