Arsacal
button
button
button
button


Waardig afscheid pastoor Jan Berkhout

Wat hem ter harte ging...

Overweging Preek - gepubliceerd: maandag, 31 december 2018 - 1044 woorden

Zater­dag 29 de­cem­ber hebben we in de paro­chie­kerk van Tui­tjen­horn afscheid geno­men van pastoor Jan Berkhout in een mooi ver­zorgde Eucha­ris­tie­vie­ring. Veel mensen waren daarbij aanwe­zig uit heel de levensge­schie­de­nis van deze pries­ter, wiens naam na­tuur­lijk voor velen aller­eerst verbon­den is met de nieuw­jaarsramp in Volen­dam.

Er waren de nodige pries­ters geko­men, een tiental van hen con­ce­le­breerde, anderen had­den in de kerk plaats geno­men. Ook mgr. J.G.M. van Burg­ste­den woonde de uit­vaart bij. Aan het begin van de Eucha­ris­tie­vie­ring en in een dank­woord voor de absoute werd hij her­dacht door zijn zus Afra, zijn broer Theo, door de voor­zit­ter van de stich­ting slacht­of­fers nieuw­jaarsbrand Volen­dam, mr. E. Tuyp en de heer Piet Blankendaal, die veel voor pastoor Berkhout heeft betekend.

Aan het einde van de plech­tig­heid werd de kist naar de tegen­over de kerk gelegen begraaf­plaats gebracht, waar pastoor Berkhout is bij­ge­zet in het pries­tergraf van de pa­ro­chie die hij de laatste twaalf jaar heeft gediend.

Hier­on­der de homilie die ik bij deze gelegen­heid heb gehou­den. De evan­ge­lie­le­zing was Jo. 20, 15-19. Leo Fijen (KRO) had me kort voor de uit­vaart over pastoor Berkhout ge­schre­ven, een tekst waaruit ik enige malen citeer. Zelf heeft Leo Fijen tij­dens de con­do­lean­ce-bij­een­komst na afloop in een mooie over­we­ging zijn terug­blik op het leven van deze pastoor gegeven, met wie Fijen niet alleen beroeps­ma­tig te doen heeft gehad, maar die ook langere tijd zijn pa­ro­chie­pries­ter was en één van zijn kin­de­ren heeft gedoopt.

HOMILIE

Beste familie en allen die pastoor Jan Berkhout hebben gekend,

Uit heel zijn leven...

Uit heel het leven van pastoor Jan Berkhout
zijn hier mensen aanwe­zig:
Broers en zussen van het grote gezin uit De Rijp,
waar­van er helaas al zo velen gestorven zijn
en andere mensen uit zijn jeugd;
mede-stu­den­ten uit de Am­ster­damse tijd,
uit de Derkin­de­ren­straat en van elders;
goede vrien­den,
stu­den­ten uit het convict,
mensen van KRO en - vroeger - RKK,
mensen uit de pa­ro­chies waar hij is geweest,
Schalk­wijk, Uitgeest, Wer­vers­hoof, Huizen en Breezand
en na­tuur­lijk Volen­dam en Tui­tjen­horn.
Fijn dat U er bent!

Zijn dank­woord

Tien maan­den gele­den waren velen van U hier aanwe­zig
om afscheid te nemen van pastoor Jan Berkhout
in een fees­te­lij­ke Eucha­ris­tie­vie­ring
waar­mee hij - om zo te zeggen -
zijn werkzame leven afsloot.

Bij die gelegen­heid
hield hij een dank­woord,
zijn laatste preekje om zo te zeggen,
wat je nu terug­blik­kend zou kunnen noemen:
zijn gees­te­lijk testa­ment.
Waar gingen bij dat afscheid,
op die bij­zon­dere dag
zijn gedachten naar uit?

Volen­dam

Aller­eerst - dat kunt U wel bedenken -
naar die tijd in Volen­dam,
die zijn pries­ter­schap zo diep getekend heeft:
In gedachten had hij tij­dens die laatste Mis hier
weer op het kerkhof gestaan
bij een van de graven van de jonge slacht­of­fers
of was hij bij mensen thuis.
Ook nu bij zijn over­lij­den
is dat het eerste
wat in de pers-artikelen
naar voren komt:
Hij is de pastoor van de nieuw­jaarsbrand,
degenen die de slacht­of­fers begroef,
de families troostte.
Leo Fijen die vanuit KRO-RKK toen
veel contact had met Jan Berkhout
schreef me nu terug­blik­kend over deze periode:
“Hij gebruikte nooit grote woor­den.
Als ergens dui­de­lijk wordt
dat Jan Berkhout gedragen wordt,
dan is het daar.
Hij deed het niet zelf,
daarvoor was het verdriet te groot”

Het was tege­lijk een zware periode
die een grote impact zou gaan hebben
op zijn eigen ge­zond­heid.
Leo Fijen schreef me hierover:
“Hij was voorbestemd om daar (in Volen­dam JH)
te moeten zijn.
Zo voelde hij het ook.
Daarom kon hij niets weigeren.
Daarom bezweek hij uit­ein­delijk.
Dat kan geen mens aan”.

Pries­ter-zijn

Het tweede punt dat pastoor Berkhout aanstipte
tien maan­den gele­den
in dat dank­woordje hier in de kerk,
was dat hij dank­baar was
voor de vele jaren van zijn pries­ter­schap
en dat hij het zo jammer vond
dat maar weinig jon­ge­ren die weg volgen,
want het is een prach­tige roe­ping.
Hier sprak niet op de eerste plaats
de oud-rector van de pries­ter­oplei­ding,
maar een pries­ter die
de levens vervullende schoon­heid
van zijn eigen pries­ter­schap had beleefd.

Ik was en ben het hierin
vol­ko­men met hem eens:
er is geen roe­ping in deze wereld
waardoor iemand
dieper in de ziel mag kijken
van een ander mens
dan de roe­ping van een pries­ter,
helemaal toen die pries­ter nog veel meer
zijn rol als biecht­va­der kon vervullen.
Dus graag meer pries­ters en meer biech­telingen!
Ik zeg dat overigens met een diep respect
voor alle roe­pingen.

Tele­fo­nisch pas­to­raat

Leo Fijen herinnerde me eraan
dat Jan Berkhout negen jaar lang, tot voor kort
in alle anonimi­teit mensen nabij was
in tele­fo­nische contacten na de tv-mis.
Hij was de pries­ter met wie je na de Mis kon bellen
en velen uit het hele land
hebben hun hart bij hem uitgestort.

Inner­lijke bele­ving

De eerste keer dat ik Jan heb mee­ge­maakt
was bij een eerste Mis
die hij vierde voor de KThA,
de theo­lo­gische hoge­school in Am­ster­dam,
na zijn pries­ter­wij­ding in 1973.
Daar viel me toen al op
dat hij de Eucha­ris­tie met aan­dacht en eerbied vierde.
Het was niet een soort show die hij opvoerde,
maar er zat een inner­lijke bele­ving,
een contact met Christus in,
dat hij later ging voe­den
door zijn be­trok­ken­heid bij de Focolare-gemeenchap.

"Hebt ge mij lief?"

Dat is in feite waar het uit­ein­delijk om gaat
en wat zo dui­de­lijk naar voren kwam
in de vraag van Jezus in de evan­ge­lie­le­zing
die we hebben gehoord:
“Hebt gij mij lief?”.
En dan de woor­den: “Volg mij”.

Dat is de kern van ieder pries­ter­le­ven
en in feite is dat ook de kern
van het leven van iedere christen.
Het is de vraag die de Heer
aan ieder van ons stelt
en die Hij ons zal gaan stellen
aan het einde van ons aardse leven:
“Hebt ge mij lief?”
Daar komt eigen­lijk alles verder uit voort,
de rest is bij­zaak.
“Hebt ge mij lief?”
Die vraag heeft Jan Berkhout
tij­dens zijn leven willen be­ant­woor­den
met een volmon­dig:
“Ja, Heer, Gij weet dat ik U bemin”.

De apostel kreeg toen van de Heer
de opdracht om Zijn schapen te wei­den,
want voor iedere pries­ter geldt
dat de herder­lijke liefde,
de liefde voor de mensen
die naar Gods beeld en gelijkenis geschapen zijn,
de kern vormt
van zijn pries­ter­lijk bestaan.

Ga binnen...

Dat Jan nu ook die andere woor­den
mag horen
die de Heer tot zijn trouwe dienaren spreekt:
“Ga binnen in de vreugde
van je Heer”.

Pastoor Jan Berkhout,
rust in vrede!


Fotoserie

Klik op een foto voor een uitvergroting.
Terug