Arsacal
button
button
button


Opening van het Jaar van het Geloof

Bijeenkomst in Heiloo voor de pastorale krachten

overweging_preek - gepubliceerd: donderdag, 11 oktober 2012
de catechetisch medewerkers ontvangen de zegen (foto: Steef Pardoen)
de catechetisch medewerkers ontvangen de zegen (foto: Steef Pardoen)

Ter opening van het jaar van het geloof dat door paus Benedictus XVI is uitgeroepen en ter gedachtenis van de vijfitgste verjaardag van de opening van het tweede Vaticaans concilie, werd op 11 oktober om 12.00 uur in Heiloo een feestelijke Eucha­ris­tie­viering gehouden, waarbij ik onderstaande homilie heb gehouden.

Ondanks het feit dat het een doordeweekse dag was, waren veel mensen gekomen om deze speciale heilige Mis mee te vieren. Na de viering en de lunch in het Juliana­klooster hield dr. Miranda Klaver een inspirerende lezing over geloven in de postmoderne tijd die werd nabesproken in kleine groepen. De dag werd besloten met de Vespers waarbij acht personen de vernieuwing van hun zending als catechetisch medewerker kregen en daartoe de zegen ontvingen.

De catechetisch medewerkers zijn onderscheiden van de catechisten die op De Tiltenberg hun opleiding hebben gekregen en een bredere opdracht hebben. De catechetisch medewerkers hebben een kader­cursus catechese geven gevolgd en zetten die vorming voort onder andere door zich goed op de hoogte te houden van goede materialen en werk­vor­men. Zij ontvangen de verlenging van hun zending met instemming van hun pastoors.

Hun namen zijn: Henny Hin (Den Burg), Tineke Kosterink (Zaandam), Phily Hinfelaar (Duivendrecht), Hans Bruijnzeels (Nieuw Vennep), Anita Onwezen (NIeuw Vennep), Luus van der Horst (Badhoevedorp), Marijke Elsenburg (Amstelveen) en Ton Schoelitsz (Amsterdam-Noord/Almere).

Homilie

met de schriftlezingen van de H. Mis voor de evangelisatie van de volkeren Ev. IV, nr. 371 (Jo. 17, 11b. 17-23; 1e lezing: Jona 3,10-4,11 (IV, nr. 378)

Broeders en zusters, Natuurlijk verlangen wij allemaal het geloof door te geven.

Het geloof is ons kostbaar, een schat, een parel, een bron; het is het geloof dat ons leven zin geeft en perspectief.

Wie zou je zijn als je je geloof niet had? Ik heb het leven al vaker vergeleken met een kamer waarin je woont.

Als je geen geloof hebt, is de kamer van je leven een ruimte zonder ramen, zonder uitzicht, zonder licht en perspectief; maar als je gelooft heeft die kamer ramen en openslaande deuren, waardoor je naar buiten kunt gaan, een prachtige toekomst tegemoet kunt gaan, van een eindeloos uitzicht kunt genieten.

Het geloof is een genade en we mogen dankbaar zijn dat we die genade hebben ontvangen.

Geloven vraagt overgave, jezelf uit handen geven, vertrouwen dat je geborgen bent in de liefdevolle zorg van een hemelse Vader, dat alles uiteindelijk goed komt, hoeveel tegenslag, hoeveel lijden er misschien ook op je weg komt.

Hoeveel kwaad en hoeveel problemen er ook zijn: door het geloof is ons leven een opgang naar God, zonder geloof zou het louter afbraak, neergang zijn, een zinloos gebeuren met een trieste afloop.

Geloof vraagt ook nederigheid, want het houdt in dat je je buigt voor een hogere macht, voor iemand die jou de wet voor mag schrijven.

Ons katholieke geloof leert ons Jezus kennen, onze Verlosser en Heer, het leert ons de heilige Geest verstaan, die woont in ons hart en met zachte aandrang ons leidt naar de hemelse Vader die oorsprong en doel van heel de schepping is.

Door ons katholieke geloof hebben we ook Maria leren kennen en vereren, die ons door Jezus als Moeder, als voorbeeld van geloof, als voorspreekster en middelares is gegeven.

Kortom, het is een grote vreugde dat wij vandaag het jaar van het geloof in ons bisdom mogen openen op deze dag waarop vijftig jaar geleden het tweede Vaticaans concilie begon.

Het concilie is vaak verkeerd begrepen: links en rechts is men ermee aan de haal gegaan; sommigen dachten dat het alleen een beginpunt kon zijn voor veel verder gaande vernieuwingen, die in feite vreemd waren aan het katholieke geloof; anderen vonden het concilie een breuk met de traditie van de Kerk en daarom verwerpelijk.

Beide groepen hebben niet begrepen en gelovig en nederig aanvaard dat de heilige Geest de Kerk leidt en in het spoor van de waarheid houdt, zeker waar het om zo’n belangrijk gegeven gaat als de documenten van een oecumenisch concilie.

Het concilie is en kan niet anders zijn dan een rijke gave van de heilige Geest aan de Kerk en - zoals de paus het tijdens de woensdagse audiëntie zei - en veilig kompas dat het schip van de Kerk naar zijn doel loodst.

Het is beslist waar dat het tweede Vaticaans concilie dieper begrepen en meer volledig toegepast moet worden in het leven van de Kerk.

Nog steeds is het concilie niet ten volle ingevoerd en uitgewerkt; er is tijd voor nodig om te verstaan wat de heilige Geest tot de Kerk zegt.

Dat vraagt trouw en van onze kant een open verlangen om Gods wil te kennen en te volbrengen.

Eén van de meest belangrijke zaken die het concilie ons meegeeft is dat alle gelovigen geroepen zijn door hun doopsel en vormsel, gesterkt door de heilige Eucha­ris­tie, om mee te werken aan de zending van de Kerk en in het bijzonder het geloof door te geven, te evangeliseren.

De Synode over de nieuwe evangelisatie die op dit moment plaats vindt, zal dat opnieuw onder de aandacht brengen.

Hoe kunnen we evangeliseren, hoe kunnen we het evangelie brengen bij de mensen van onze tijd? Hoe kunnen ouders het geloof doorgeven aan hun kinderen, hoe kunnen we degenen met wie we in contact komen iets van ons geloof door geven? Het evangelie van vandaag geeft daar een duidelijk antwoord op: “Dat zij allen één mogen zijn, Vader, zoals Gij, Vader, in Mij en ik in U: dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove...”.

De eerste voorwaarde voor het welslagen van iedere evangelisatie is dat wij één zijn met elkaar en één met de Drieëne God, dat is het ook wat de mensen zo trof in de eerste christenen die alles deelden en trouw waren aan het gebed en het breken van het Brood.

Wat we ook doen in de Kerk: we moeten allereerst christen-zijn.

Iedere priester, iedere gelovige moet eerst christen-zijn.

Het werk wat we doen voor de Kerk kan geen uiterlijk karweitje zijn, maar uitdrukking van onze liefde voor Christus, uitdrukking van ons geloof.

Wat zouden we denken van een priester of diaken die alleen viert als hij zelf voor moet gaan? We zijn geroepen om christen te zijn om eerst onze eigen ziel te voeden met de aanwezigheid van de Heer vanuit de liturgie, vooral de Eucha­ris­tie die bron en hoogtepunt is van heel het kerkelijk leven, zoals het concilie dat zegt, ja, van heel het menselijk bestaan.

Voordat we iets kunnen geven moeten we iets ontvangen hebben.

En zo is het ook met ouders, leraren, pastoraal werkers, diakens, catechisten, ja iedereen: je kunt alleen iets doorgeven als mensen kunnen zien en ervaren dat je er zelf in gelooft, dat je er zelf uit leeft.

Ouders hebben het niet voor het zeggen of hun kinderen gelovige mensen zullen zijn.

Je kunt nog zo je best doen, maar het blijft toch zo dat er op alles wat je meekrijgt een innerlijk ‘ja’ moet volgen, dat die genade-“click” tot stand moet komen.

Maar de omstandigheden voor het tot stand komen van die “click” zijn duizend keer beter als de kinderen ervaren dat hun ouders liefdevolle en gelovige mensen zijn.

Zo is het ook met de gemeen­schap van de parochie: je bezieling komt over, hoe dan ook.

Mensen merken dat je erin gelooft en daar raken ze door geïnspireerd, hoe dan ook.

Laten we daarom vragen aan Gods goedheid aan het begin van dit jaar van het geloof dat wij innerlijk diep met God verbonden mogen blijven, opdat de wereld gelove...

Ja, bidden we dat allen mogen geloven en erkennen dat de Vader ons zozeer heeft liefgehad dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven.

U allen wens ik een gezegend jaar van het geloof! Amen

Terug