Arsacal
button
button
button
button


Een onbetaalde rekening van onze maatschappij

'Dat mag U nooit overkomen'

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 30 augustus 2020 - 1020 woorden
St. Vituskerk
St. Vituskerk
Een onbetaalde rekening van onze maatschappij

Deze zon­dag was ik in de St. Vitus­kerk in Hilversum. Eigen­lijk had ik in Banneux zullen zijn voor de zieken­bede­vaart, maar Corona verhin­derde die pelgrimage. Dus heb ik de moderator van die bede­vaart, pastoor Jules Dresme, maar thuis in Hilversum opge­zocht. Daar heeft Marianne Dekker trouwens al twee boeken uitge­ge­ven met en over devotieplaatjes (het derde boek is onderweg). In de preek ging het over de uitroep die Petrus over het lij­den deed: "Dat mag u nooit over­ko­men". Dat vin­den we nog steeds moei­lijk; ook in onze samen­le­ving kunnen we er moei­lijk mee omgaan: over een onbe­taalde reke­ning...

Marianne Dekker stu­deerde geschiedneis en chris­te­lijke icono­­gra­fie. Hilversumse van geboorte, is zij al tien­tal­len jaren sterk betrokken bij de pa­ro­chie HH. Vitus en Wil­li­brord. Twee delen van haar boeken met devotieplaatje ("Devotieplaatjes ver­tellen een verhaal. Pareltjes van het Katho­liek erf­goed") zijn ver­sche­nen in 2019 en 2020, het derde volgt nog dit jaar. De boeken kosten €22,95 per stuk (exclusief verzend­kos­ten) en zijn te be­stel­len via se­cre­ta­riaat@vitus.nl of via tel. 06-53797482 (mw. Marian Tabak).De plaatjes zijn naar thema geor­dend en voor­zien van een mooi en lees­baar verhaal van Marianne Dekker dat een toelich­ting biedt.

Het was goed in Hilversum ook de erva­ringen te horen van de pries­ters daar in de Corona-tijd, die dui­de­lijk nog niet voorbij is: ook in Hiolversum waren er ver­schil­lende verhalen over slacht­of­fers van het virus. Ik leef met hen mee, in ieder geval door mijn dage­lijks gebed.

"Dat mag u nooit over­ko­men"

homilie

Dat lij­den maakte indruk...

Die uitroep van Petrus:
“Dat verhoede, God,
dat mag U nooit over­ko­men”,
slaat na­tuur­lijk niet
op de voorspelling
dat Jezus op de derde dag zal verrijzen.
Dat Jezus zou verrijzen,
vindt Petrus vast niet erg!
Die uitroep is enkel en alleen een reactie
op de woor­den die Jezus
dáárvoor had gezegd:
dat Hij veel zou moeten lij­den
en dat Hij ter dood zal wor­den gebracht.
Het lijkt er zelfs op
dat Petrus helemaal niet eens meer heeft gehóórd
dat Jezus ook nog iets had gezegd
over Zijn ver­rij­ze­nis,
Zijn opstan­ding uit de dood.
Alleen dat lij­den en de dood
hebben indruk op hem gemaakt.

Ondergedom­peld

En zo gaat het met ons, mensen
nog steeds maar al te vaak:
het lij­den, pijn en verdriet
maken indruk op ons,
wij ervaren heel hevig en sterk
het lij­den en sterven,
de pijn en het verdriet
en we zeggen mis­schien net als Petrus:
God, dat mag niet gebeuren;
maar het uit­zicht dat daarbij is:
de ver­rij­ze­nis, de opstan­ding, het eeuwig leven,
is vaak veel ver­der weg.
We zijn dan ondergedom­peld
in het verdriet,
maar zon­der de vreugde
van het uit­zicht en per­spec­tief.

Toch heeft Jezus Zijn leer­lin­gen
keer op keer gezegd,
dat het lij­den erbij hoort
en dat je het kruis op je moet nemen
en dat dát onze weg is naar de heer­lijk­heid.

Wacht­ka­mer


Dat is heel vaak niet ge­mak­ke­lijk,
wie van ons heeft dat nooit ervaren?
Maar het lij­den is nog veel moei­lijker
als je ook geen uit­zicht zou hebben.
Het leven op aarde is ver­gan­ke­lijk, voor­bij­gaand,
dat weten we allemaal,
maar zon­der geloof in het eeuwig leven
is dat tijdje op aarde
- die paar jaar -
echt alles wat er is;
als je niet kunt ver­trouwen
dat dit leven een soort wacht­ka­mer is
voor iets mooiers en beters,
als je niets meer te ver­wach­ten hebt,
wordt het nog lasti­ger
als de lol van dit leven er af is
en je weinig liefde meer ervaart.

Zonder uit­zicht en zon­der liefde
is het lij­den extra zwaar
en verliest het leven zijn zin.

De onbe­taalde reke­ning

Veel mensen missen dat mooie per­spec­tief.

Het is daarom wel te begrijpen
dat de roep om eutha­na­sie
steeds lui­der klinkt
en dat politici en andere mensen vin­den
dat die uitweg voor steeds meer mensen
be­schik­baar moet zijn.
Zonder iets te willen zeggen
over in­di­vi­duele gevallen
- want iedere mens en ieder verdriet is weer anders -
zit in die roep om eutha­na­sie volgens mij
een onbe­taalde reke­ning van onze samen­le­ving:
waar is de liefde?
Waar is het geloof?
Waar is de over­tui­ging
dat ons leven een doel, een bestem­ming heeft?
Waarom is de samen­le­ving niet meer ingericht
op het elkaar dragen,
er voor elkaar zijn,
en met elkaar verbon­den zijn?
Waarom staan positie en rijkdom zo voorop?
En waar zijn het geloof
en daar­mee het per­spec­tief,
het uit­zicht op de ver­rij­ze­nis en het eeuwig leven ge­ble­ven?

Een andere samen­le­ving...

Kerk en geloof wor­den vaak als nega­tief gezien,
maar ze zijn juist een bron
van po­si­tie­ve waar­den en normen.
De kern­bood­schap die U
in de kerk te horen krijgt is:
“Bemin God en je naaste”!

Laten we werken voor een maat­schap­pij
die niet vooraan hoeft te staan
in het bezit van geld en goed,
met al te volle agenda’s
en een chro­nisch gebrek aan tijd,
maar laten we werken voor een maat­schap­pij
waarin de ver­bon­den­heid met elkaar,
het ge­meen­schaps­ka­rak­ter
en die vraag naar de zin van het leven
centraal staan.

Een relatie...


Geloof en liefde,
hebben te maken met relatie
van hart tot hart,
met ge­meen­schap en ver­bon­den­heid.
Geloof is niet op de eerste plaats
een redene­ring met het verstand:
of je wel of niet gelooft
dat er iets is
en een ant­woord op de vraag
wat je ziet als oorsprong
van de wereld en de wer­ke­lijk­heid.
Het is aller­eerst een ont­moe­ting
met de levende Heer, van hart tot hart
en voor een christen is het: navol­ging van Jezus
en die navol­ging inspireert ons om te ver­trouwen
dat je gelukki­ger wordt van geven
dan van ont­van­gen
en dat zelfs het lij­den een bepaalde zin heeft,
het is een weg naar de heer­lijk­heid.

We hoeven ons alleen open te stellen
met daarbij een beetje genade van boven,
dan kan die band met God gaan groeien.

Een vreugde in de pijn

En het mooie van ons geloof is dan
dat we soms moei­lijke perio­den moeten doormaken
- en mis­schien ons ook wel afvragen,
net als Petrus:
Heer, waarom moet dat nou? -
maar dat er tege­lijker­tijd
- bij de pijn die we voelen -
toch ook een vreugde in ons kan zijn,
doordat we leven met een per­spec­tief,
met een vooruit­zicht
en een besef en ver­trouwen
dat er Iemand voor ons is,
die we Vader en God mogen noemen,
omdat we in Zijn liefde geborgen zijn.
En dat is een liefde die blijft,     
over de grenzen van de dood.

Terug