Arsacal
button
button
button
button


Feest H. Willibrord, patroon van ons bisdom en seminarie

Voorspreker voor nieuwe evangelisatie

Nieuws - gepubliceerd: zaterdag, 7 november 2020 - 964 woorden
kapel in de kathedraal met reliek van H. Willibrord
kapel in de kathedraal met reliek van H. Willibrord
scenes uit het leven van Willibrord (Kathedraal, kapel Willibrord)
scenes uit het leven van Willibrord (Kathedraal, kapel Willibrord)
scenes uit het leven van Willibrord (Kathedraal, kapel Willibrord)
scenes uit het leven van Willibrord (Kathedraal, kapel Willibrord)

Op zater­dag 7 no­vem­ber is het hoog­feest van de heilige Wil­li­brord gevierd met een gezongen heilige Mis in de ka­the­draal, waar een speciale kapel aan hem is gewijd. Daar wordt op het altaar een reliek van de heilige geloofs­ver­kon­di­ger bewaard. Op diens voor­spraak hebben we gebe­den voor de kerk in ons land, voor ons bisdom, ons semi­na­rie en voor de nieuwe evangeli­sa­tie.

homilie

Wil­li­brord: model van een mis­sio­na­ris

Vorming

De heilige Wil­li­brord
werd in 658 in Engeland,
in Northumbrië geboren.
Als jongetje van nau­we­lijks zeven jaar oud
werd hij aan het klooster van Ripon bij York toe­ver­trouwd,
Daar ont­ving hij zijn opvoe­ding.
Maar toen hij negen­tien jaar oud was
trok hij er weg om naar Ierland te gaan
waar een strengere abdij was in Rathmelsigi.
Hier vond Wil­li­brord onder meer twee heilige monniken
die evenals hij uit Engeland waren geko­men:
de heilige Egbert en Wigbert.
Bijna twaalf jaar besteedde Wil­li­brord daar
aan studie en con­tem­pla­tief leven.
En over missie en geloofs­ver­kon­di­ging
hoorde hij er:
Egbert had graag naar de missie gegaan,
maar mocht niet;
Wigbert was twee jaar in Duits­land,
maar zonder succes.

Op missie

Toen Wil­li­brord 31 jaar was,
een jaar na zijn pries­ter­wij­ding,
vroeg hij zelf te mogen gaan
en hij werd uitgezon­den met elf andere monniken
van Engelse afkomst zoals hij.
Zo waren ze met twaalven,
zoals eens de apos­te­len van de Heer.
In 690 landde Wil­li­brord
vermoe­de­lijk aan de mon­ding van de Rijn,
ging naar Utrecht en naar de hofmeier Pepijn,
die hem aan­moe­digde te gaan preken
in het gebied dat hij
op de hei­dense koning Radboud
had veroverd.

Wil­li­brord en de paus

Wil­li­brord ging daarna naar de paus
om hem om het nodige gezag te vragen.
De paus gaf hem zijn zegen
en vele relieken
om te gebruiken bij het wij­den van kerken.
Wil­li­brord begon zijn werk
en bracht velen tot het geloof in Christus.

In 695 werd Wil­li­brord opnieuw naar Rome gestuurd
met een aanbevelings­brief van de hofmeier Pepijn
om hem tot bis­schop te wij­den.
Dit gebeurde volgens een goede bron
 op het feest van St. Caecilia
in de basiliek die in Rome aan haar is gewijd.
Bij die gelegen­heid
gaf de paus hem een nieuwe naam: Clemens.
Hiij bleef maar veer­tien dagen in Rome,
zo vol ijver was hij voor het missie­werk.

Salvatori

Bij terug­komst in Neder­land
begon hij in Utrecht
met de bouw van de kerk van San Salvator,
de Ver­los­ser,
en ves­tigde daar zijn zetel.
Salvator was de titel
van de St. Jan van Lateranen in Rome,
de ka­the­draal van de paus
en Wil­li­brord wilde daar­mee
een teken van een­heid en ver­bon­den­heid geven
met de paus,
wat later door vele kerk in Neder­land
is over­ge­no­men
waar U soms nu nog “Salvatori”
op de gevel ziet ge­schre­ven.

Enkele jaren later stichtte St. Wil­li­brord
in Ech­ter­nach een abdij.

Missie­tochten

Wil­li­brord ging intussen verder met zijn missie­werk.
Hij werkte in Zeeland en in het Hollandse kust­ge­bied,
waar hij van Karel Martel
vijf moeder­kerken kreeg:
Vlaar­dingen, Oegst­geest, Velsen, Heiloo en Petten,
waar­van er dus drie in ons bisdom lagen,
maar ook in Brabant en Limburg heeft hij gewerkt
en hij missio­neerde
in het rijk van koning Radboud
en verder naar het noor­den tot in Dene­mar­ken,
maar daar had hij weinig succes,
behalve dat hij der­tig Deense jonge mannen
geloofson­der­richt gaf, doopte
en hen meenam met zijn gezel­schap.
Op de terugreis
wer­den ze door slecht weer
afge­dre­ven naar Helgoland,
waar een van zijn metgezellen
werd gegrepen en geofferd aan de goden.

Wil­li­brord zette ook voet aan wal in Walcheren,
waar hij door zijn liefde en geduld
veel indruk maakte op de bevol­king,
maar waar hij ook een afgods­beeld vernie­tigde.
Dit kwam hem te staan op de woede van een afgods­pries­ter
die probeerde hem te vermoor­den.
Wil­li­brord kon ternauwer­nood ontsnappen
en keerde terug naar Utrecht.

Tegen­slag

In 714 doopte Wil­li­brord Pepijn de korte,
de zoon van Karel Martel.
Het jaar daarop heroverde Radboud
grote stukken van het Friese rijk
en vernie­tigde het werk van Wil­li­brord:
kerken, mis­sio­na­rissen, gelo­vi­gen
gingen eraan
en velen vielen van het chris­ten­dom af.
Maar in 719 stierf Radboud
en nu was Wil­li­brord vol­ko­men vrij
om overal de blijde bood­schap te ver­kon­di­gen.

Boni­fa­tius heeft hem drie jaar geholpen,
voordat die naar Duits­land ging.

Heilige patroon

Door het harde werken van Wil­li­brord en zijn gezellen
was het geloof geplant in grote delen
van Holland, Zeeland
en de overige delen van het hui­dige Neder­land.

Terecht wordt Wil­li­brord de apostel der Friezen genoemd
en is hij de patroon van onze kerk­pro­vin­cie
en van ons bisdom Haar­lem-Am­ster­dam
en ons semi­na­rie.

Ech­ter­nach

Wil­li­brord was steeds van tijd tot tijd
naar Ech­ter­nach gegaan
met name voor rust, gebed en retraite.
Toen hij oud was, de laatste tien, twaalf jaar van zijn leven,
ging hij er per­ma­nent wonen
en zo komt het dat hij daar is gestorven
op de leef­tijd van 81 jaar,
op 7 no­vem­ber 739.
Sindsdien is Ech­ter­nach een bede­vaart­plaats,
waar jaar­lijks kort na Pink­ste­ren
de beroemde spring­pro­ces­sie wordt gehou­den.

Kenmerken van zijn leven en werken

De heilige Wil­li­brord heeft het evan­ge­lie
dat wij hebben gelezen
met kracht en ijver waargemaakt.
Hij heeft zijn leven gegeven
om in moei­lijke omstan­dig­he­den
het geloof te ver­kon­di­gen.
Daarbij vielen op
zijn geduld en zijn vrien­de­lijk­heid,
de liefde­volle omgang
met de bevol­king en zijn mede­wer­kers.

Hij had in het monniksleven
zich al geoefend
in ascese en overgave aan Gods wil.
Hij had weinig voor zich­zelf nodig.

Hij voelde zich sterk verbon­den met de paus.
Hij wilde van de paus zelf zijn zen­ding ont­van­gen
om het geloof in deze gebie­den te ver­kon­di­gen
en vond het van het grootste belang
om steeds te werken in een­heid
met de op­vol­ger van Petrus.

Hij liet zich niet afschrikken
door het onbekende en nieuwe,
hij stak van wal, voer “naar het diepe”.

Tenslotte is be­lang­rijk
dat hij trouw bleef aan het gebed,
zich regel­ma­tig terug­trok
voor tij­den van be­zin­ning, van retraite,
van gebed
in het door hem gestichte klooster.

Wens

Laten we op voor­spraak van St. Wil­li­brord bid­den
voor ons bisdom, ons semi­na­rie, heel ons land
dat God ons moge zegenen en bewaren,
roe­pingen zal geven en bezielde gelo­vi­ge mensen,
die zijn voor­beeld willen volgen;
dat de kerk op zijn voor­spraak
mag bloeien en groeien.

Terug