Arsacal
button
button
button
button


Pater Haye van der Meer overleden

Oud-Rector van Rolduc en ook Docent aan Sint Bonifatiusinstituut

Nieuws - gepubliceerd: woensdag, 6 januari 2021 - 1055 woorden
Pater van der Meer (midden) met staf en seminaristen als rector van Rolduc
Pater van der Meer (midden) met staf en seminaristen als rector van Rolduc

Gisteren­avond bereikte mij het bericht dat pater dr. Haye van der Meer s.j. op 5 januari ’s mid­dags is overle­den, op 94 jarige leef­tijd. Hij was de eerste rector van het Groot­semi­narie Rolduc en doceerde later Moraal­theo­lo­gie onder meer aan het Sint Boni­fa­tius­in­sti­tuut van ons bisdom.

Zater­dag 9 januari zal om 9.00 uur in de ka­the­draal een heilige Mis wor­den opgedragen voor pater Van der Meer, die ook via Ka­the­draal TV te volgen zal zijn. Het is de heilige Mis aan het begin van de digitale studie­dag van het Sint Boni­fa­tius­in­sti­tuut waar pater van der Meer vele jaren als docent aan was verbon­den. Con­ce­le­bra­tie is in beperkte mate moge­lijk.

Rector van Rolduc

In de roerige zesti­ger jaren was pater Van der Meer als Jezuïet en rector in Am­ster­dam, totdat de bis­schop van Roermond hem vroeg voor het bisdom in Limburg.

Voor vele pries­ters is pater Van der Meer een bege­lei­der en voor­beeld geweest als rector van het semi­na­rie Rolduc. Mgr. Punt, kar­di­naal Eijk, mgr. De Jong en ook ik zelf zijn onder zijn lei­ding naar het pries­ter­schap toegegroeid. Hij was tege­lijk bis­schop­pe­lijk vica­ris en werd later officiaal van het bisdom. Op het semi­na­rie doceerde hij over het tweede Vati­caans concilie en de moraal­theo­lo­gie.

Docent op de Tilten­berg

Hij was een uitstekende docent en tot op hoge leef­tijd heeft hij in het Sint Boni­fa­tius­in­sti­tuut onder meer een cursus gegeven over de en­cy­cliek Veritatis Splendor, die door de stu­den­ten hoog werd ge­waar­deerd. Sinds eind 2017 verbleef hij in het huis van de Jezuïeten "Aqua Viva" in Nijmegen.

Brescia

Totdat ik (vice)rector werd van het Wil­li­brordhuis in Vo­ge­len­zang (1997) gingen pater Van der Meer en ik jaar­lijks samen naar een congres over canoniek recht (Colloquium Iuris canonici) dat - nog steeds - jaar­lijks in Brescia wordt gehou­den. Ook aan die reizen bewaar ik goede her­in­ne­ringen.

Dank­baar voor zijn leven

Mogen Hij rusten in vrede! We zijn de Heer dank­baar voor het zeer veel goede dat hij in de afgelopen vijf­tig jaar heeft verricht voor de opbouw van Kerk en geloof. Ook ik per­soon­lijk bewaar goede her­in­ne­ringen aan hem.

Een levens­be­richt in de woor­den van pater Van der Meer zelf:

Ik ben zo vrij geweest van de web­si­te van de pa­ro­chie van Pey/Echt het on­der­staan­de bericht over te nemen waarin pater van der Meer in zijn eigen woor­den voor de gelo­vi­gen van de pa­ro­chies waar hij assis­teerde een kort bericht over zijn leven gaf. Hij is nogal be­schei­den over zijn werk in de pa­ro­chies daar, maar ik weet dat hij zeer ge­waar­deerd werd.

Wie is hij? Even voor­stel­len

Pater Haye van der MeerWie is die ‘Hollan­der’, die in het week­ein­de dikwijls voorgaat?

Wie ben ik? Ik ben, zoals men al zal weten, geen Limbur­ger. Ik ben in 1926 geboren in Noordwijk. Mijn vader kwam daar ook vandaan; maar mijn moe­der had Friese voor­ou­ders (aan wie ik mijn Friese voor­naam Haye te danken heb). In 1937 kwam ik in Pey wonen, dat wil zeggen: ik werd intern leer­ling op de toen­ma­lige kost­school van de Paters van Lilbosch. Maar ik heb Pey toen nog niet leren kennen, want het regime van het internaat was nogal gesloten, zoals dat toen op alle internaten het geval was. In 1942 ging ik over naar een door de Paters Jezuïeten geleid gymnasium. Dat sloeg aan, ik ben zelf ook Jezuïet gewor­den. Nog niet direct na mijn eind­exa­men, want toen moest ik eerst twee jaar van­wege longtuberculose het bed hou­den. In de Jezuïetenorde duurt de oplei­ding nogal lang, ik ben in 1960 pries­ter gewijd. Dat was in Innsbruck (Oos­ten­rijk), waar ik theo­lo­gie had gestu­deerd aan de door de Oos­ten­rijkse Jezuïeten bemande theo­lo­gische facul­teit van de Uni­ver­si­teit van die stad. In 1962 ben ik daar ook gepro­mo­veerd (bij professor Karl Rahner, als dat u iets zegt).

Bestuur, oplei­ding, doceren

Na mijn studie ben ik altijd ingeschakeld geweest bij de oplei­ding van pries­ters, en vanaf 1967 vooral ook in bestuurs­func­ties, eerst in de Jezuïetenorde, en vanaf 1972 in het Bisdom Roermond. Dat laatste kwam doordat de toen­ma­lige Bis­schop van Roermond, Mgr. J. Gijsen, mij toevallig had leren kennen, en daarop aan de Jezuïetenorde gevraagd had om mij ter beschik­king van zijn bisdom te stellen. Met enige moeite heeft de orde daar­mee ingestemd (we leef­den toen in de tijd van de diepe tegen­stel­lingen tussen de Neder­landse katho­lie­ken). Ik werd bis­schop­pe­lijk Vica­ris (een beetje te ver­ge­lij­ken met “lid van gede­puteerde staten” bij de gouverneur), en na een jaar belastte de Bis­schop mij daarbij ook met de lei­ding van het nieuwe, door hem in de oude gebouwen van Rolduc opgerichte, Groot­semi­narie. Rector van Rolduc ben ik ge­ble­ven tot 1987, vica­ris tot mijn 75ste jaar. Na mijn afscheid van Rolduc ver­trouwde de Bis­schop mij de lei­ding toe van de Ker­ke­lijke Recht­bank (“Offi­cia­laat”) van het Bisdom, waartoe ik me eerst ver­der had bekwaamd door een jaar studie in Rome. In 1993 trad Mgr. Gijsen terug als Bis­schop. In de tijd tot de wij­ding van Mgr. F. Wiertz ben ik “tus­sen­tijds be­stuur­der” van het Bisdom geweest (“dio­ce­saan admini­strator”).

Pa­ro­chie­werk

U bent het woord “pa­ro­chie” nog niet tegenge­ko­men; het was alsmaar doceren en besturen. Pa­ro­chie­werk kwam in mijn leven pas aan de orde in 1993, toen ik regel­ma­tig naar de pa­ro­chie van Konings­bosch kon gaan. En dat was een open­ba­ring voor me: een nieuw leven deed zich voor mij open, waar ik me ongekend goed bij voelde. Mijn inzet moest helaas beperkt blijven, want ik was nog altijd vica­ris en had door­de­weeks de ker­ke­lijke recht­bank. Maar ik heb nooit de kans laten lopen als ik iets kon doen met mensen in de pa­ro­chie. In 2003 kwam daar Maria Hoop bij en sinds 2005 dus ook Pey. Ik voel me bevoor­recht en gezegend dat ik op mijn leef­tijd nog zulk verheugend werk kan en mag doen! En als u mijn preken soms wat theore­tisch vindt, en mijn optre­den ook niet zoals pastoors dat ge­woon­lijk doen, hoop ik dat u daar begrip voor hebt: ‘hij heeft zijn hele leven andere dingen moeten doen --les geven aan in­stel­lingen voor hoger onder­wijs en besturen-- en is veel te laat aan het pa­ro­chie­werk toege­ko­men, je kunt het hem niet kwalijk nemen’. Maar als ’t God blieft en Pastoor Bert Mom ermee in kan stemmen, blijf ik het graag nog lang doen.

Dr. H. van der Meer SJ

Terug