Arsacal
button
button
button
button


Geboden en voorschriften, hoe ga je ermee om?

zegening altaar en ambo in Velsen Noord

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 31 oktober 2021 - 1155 woorden

Zondag 31 ok­to­ber was ik in Velsen Noord om het nieuwe altaar, de ambo en een icoon te zegenen. Het kwam goed uit dat in de nacht ervoor de winter­tijd inging en we een uur lan­ger kon­den slapen, want de heilige Mis is daar om 9.15 uur.

Het altaar en de ambo zijn gemaakt door Jos Apel­doorn uit Egmond. Het altaar (zie foto) heeft een afbeel­ding van sint Jozef, patroon van de pa­ro­chie; de ambo waaraan het Woord van God wordt gelezen, laat Maria zien, die het Woord van God in haar hart en in haar schoot heeft ont­van­gen.

Na afloop was er gelegen­heid om de kleine ge­meen­schap te ont­moe­ten, die deel uitmaakt van het grotere samen­wer­kings­ver­band dat ook Beverwijk, Wijk aan zee, Castricum, Uitgeest en Heems­kerk omvat. Één van de pries­ters van dit samen­wer­kings­ver­band, past. Matthew Njezhukumkattil, draagt bij­zon­dere zorg voor de ge­meen­schap van de H. Jozef­kerk, die tij­de­lijk kerkt in het ge­meen­schaps­ge­bouw "de Meer­paal".

 

 

31e ZONDAG DOOR HET JAAR B

Onderweg in de woes­tijn

Deze zon­dag gaat het over het onder­hou­den
van de voor­schriften en gebo­den
van God de Heer.
Het volk van de Joden kreeg die opdracht door Mozes,
we hoor­den dat in de eerste lezing.
De Joden waren toen
onderweg door de woes­tijn,
op weg naar het beloofde land,
nadat ze door God de Heer waren gered
uit de slavernij van Egypte
doordat ze droogvoets
door de Roze Zee had­den kunnen gaan.

Die opdracht die ze krijgen
om Gods gebo­den te onder­hou­den,
wordt dus gegeven
nadat zij Gods grote daden had­den ervaren.

Gebo­den en voor­schriften, hoe ga je ermee om?

En zo is het ook met ons.
Veel mensen zullen zeggen:
Gebo­den en voor­schriften onder­hou­den,
daar heb ik niks mee.


In onze samen­le­ving maken we al mee
dat er ont­zet­tend veel dis­cus­sie losbarst
als het gaat over het Corona-virus
en de maat­regelen die wor­den geno­men
om ons daartegen te be­scher­men.
Afstand hou­den, mondkapjes, vaccinaties,
Corona-pas scannen, enzo­voorts:
er is geen maat­regel
die niet tege­lijk allerlei kri­tiek oproept.
Ie­der­een heeft er een eigen mening over,
of het helpt, waar het virus door verspreid wordt,
of er wel een virus is, hoe we erover heen komen,
ie­der­een denkt er het zijne van.
Som­mi­gen besluiten dan de opgelegde maat­regelen
niet te volgen,
anderen doen het dan maar, omdat het moet
en ze anders een bekeu­ring, boete, straf kunnen krijgen
en er zijn ook mensen die de maat­regelen volgen
omdat ze die aan­vaar­den en bij willen dragen
aan de ver­be­te­ring van de ge­zond­heids­si­tua­tie.

De wet overtre­den

Waarom gehoor­za­men we aan wetten en gebo­den?
Zeker, als er geen sanctie op zou staan,
zou­den veel mensen geen belas­ting betalen,
veel har­der rij­den dan is toe­ge­staan,
een klein beetje frau­de­ren
of soms iets wegpakken wat een ander toebehoort.
Ik denk dat we allemaal wel in de verlei­ding zijn
om af en toe wat har­der te rij­den, bij­voor­beeld,
ik in ieder geval wel.
Dat gaat soms bijna ongemerkt.
En er zijn na­tuur­lijk vragen:
Moet je op zon­dag­och­tend
in een doodstille straat
blijven staan voor een rood voet­gan­gerslicht
of mag je toch wel overs­te­ken?

Maar de vraag blijft staan:
wetten en gebo­den, is dat alleen maar nega­tief
en waarom gehoor­za­men we wel of niet
aan allerlei voor­schriften?

Gods gebo­den

Wat de gebo­den van God betreft,
speelde voor het Joodse volk
na­tuur­lijk ook een bij­zon­der ele­ment
van dank­baar­heid mee:
de Heer had hen gered
uit de slavernij van Egypte.
Zou je degene die je gered heeft,
niet je dank­baar­heid betonen?

Datzelfde geldt eigen­lijk ook voor ons:
Ook wij zijn gered
en door ons doopsel voorbestemd
om het eeuwig leven te ont­van­gen;
nu lopen we als het ware
door de woes­tijn van het leven
op weg naar ons beloofde land,
dat het eeuwig leven is,
de hemel, thuis bij de Heer, in Zijn vrede.
En we hebben zoveel gekregen,
ook onderweg, door het leven heen.
Er waren en er zijn mis­schien ook nu
allerlei moei­lijk­he­den,
maar tege­lijk mogen we terugkijkend zeggen:
tot hiertoe heeft God ons geholpen.
We zijn dank­baar.
Dat geldt na­tuur­lijk heel speciaal
op een dag als vandaag,
nu we een mooi geschenk mogen vieren:
het nieuwe altaar en de nieuwe ambo.

De mooiste reden

Dat is wel de mooiste reden
om te gehoor­za­men aan Gods gebo­den en voor­schriften:
U hebt mij, Heer, zoveel gegeven.
In dank­baar­heid wil ik Uw gebo­den vervullen.
Dat zijn voor mij geen koude regeltjes,
geen harde wetten,
geen vrij­heid die wordt afgeno­men,
maar tekenen van uw zorg voor ons,
van de lei­ding die U aan ons leven wilt geven.

Met heel je hart...

In het evan­ge­lie én de eerste lezing
kwam die in­stel­ling naar voren
doordat er werd gezegd
dat je de gebo­den van God
met heel je hart, je ziel en al je krachten
moet vervullen.
Het evan­ge­lie voegde daar aan toe:
doe het ook met heel je verstand,
dat wil zeggen dat het goed is en be­lang­rijk
om te proberen te begrijpen
waarom God bepaalde dingen van ons vraagt.
Soms snappen we dat nooit,
soms snappen we dat niet meteen
- we zijn maar kleine mensen -,
soms wordt het ons terugkijkend hel­der:
het was toch niet zo slecht
dat het zo is gegaan...

Laat het uit je hart komen!

Ook de Joden in de woes­tijn
hebben eindeloos gedis­cus­sieerd
over het voor en tegen van wat God van hen vroeg,
ze klaag­den en pro­tes­teer­den,
maar uit­ein­delijk von­den degenen
die hun hart daarvoor kon­den openen
de overgave en de vrede
om rus­tig en ver­trouw­vol
hun weg voort te zetten, naar het beloofde land

Laat het onder­hou­den van Gods gebo­den
dus komen uit je hart
en laat het een teken van je dank­baar­heid zijn
om alles wat God heeft gegeven.

De be­lang­rijk­ste gebo­den

De be­lang­rijk­ste van die gebo­den
zijn samen­ge­vat in de tien gebo­den,
die Mozes op de berg Sinaï kreeg.

Maar alle gebo­den die ons zijn gegeven
zijn terug te voeren tot de twee voor­naam­ste gebo­den
en die twee zijn onlosmake­lijk met elkaar verbon­den:
Bemin God en je naaste,
Heb God lief en wees goed voor je mede­mens.

Die goed­heid voor de mede­mens
heeft met het eerste gebod van de liefde tot God te maken
omdat we in ieder mens een schepsel van God zien,
geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.
Je kunt niet God lief­heb­ben
als je niet van Zijn schepselen houdt;
je kunt je mede­mens niet goed lief­heb­ben
als je de waar­dig­heid en onaantast­baar­heid
van dat men­sen­le­ven niet ziet,
dat geschapen is als beeld van God.

Één klein woordje...

Eigen­lijk zou je alle gebo­den
nog ver­der terug kunnen voeren,
tot één klein woordje:
Luister!
Daar begon het mee,
in de eerste lezing en in het evan­ge­lie
en de Joden bid­den dat nog iedere dag:
Hoor, Israël! Luister!

Luis­te­ren is ont­zet­tend be­lang­rijk.
Als we het stil kunnen maken in ons­zelf
en met een open hart kunnen luis­te­ren,
dan zullen we de stem van God kunnen horen
in het aanvoelen van ons hart en ons geweten
wordt dat woord van God ons gegeven.
De samen­le­ving en ons bestaan
zijn vaak lawaaiig,
er is altijd drukte om ons heen;
maar maak het eens stil in jezelf
en zoek een rus­tig plekje op:
daar kun je tot een diepte komen,
die je eer­der niet had gekend.

Luister! Ga voor de liefde
en vervul vanuit de dank­baar­heid in je hart
Gods gebo­den!.

Terug