Arsacal
button
button
button
button


Een Moeder die over je waakt....

Bij Maria in Banneux

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 25 augustus 2013 - 1339 woorden
In gesprek met zuster Bernarda Swart, die nu in Aerdenhout, is, vroeger in Beverwijk
In gesprek met zuster Bernarda Swart, die nu in Aerdenhout, is, vroeger in Beverwijk

Uit ons bisdom Haar­lem-Am­ster­dam, het bisdom 's Hert0gen­bosch en het aarts­bis­dom Utrecht zijn deze dagen veel bede­vaart­gan­gers in Banneux in België waar Maria als Maagd der Armen wordt vereerd; onder hen waren veel zieken en ge­han­di­capten die wor­den bijgestaan door een grote groep vrij­wil­li­gers.

Het is altijd mooi om te zien hoeveel mensen zich met hart en ziel inzetten om hun mede-gelo­vi­gen enkele prach­tige dagen bij Maria in Banneux te bezorgen! Zondag 25 au­gus­tus was ik bij hen om met de pelgrims de heilige Mis te vieren en velen van hen ook per­soon­lijk te ontmoeten. Daar­naast was er in Banneux een Ita­li­aanse groep uit Milaan (waar een kerk aan de Maagd der Armen van Banneux is gewijd) en Sardinië en waren er Duitse en Frans­ta­lige pelgrims.

Tijdens de fees­te­lij­ke Eucha­ris­tie­vie­ring heb ik de volgende homilie gehou­den.

homilie

Toen ik als kind
voor het eerst alleen naar school toe ging,
had ik van mijn vader en moeder
allerlei in­struc­ties gekregen
over wat ik wel en niet mocht doen:
Kijk goed uit als je de straat moet overs­te­ken.
Kijk naar links en kijk naar rechts
en steek je hand uit als je af moet slaan.
Er waren zeker nog allerlei andere goede adviezen bij
en ik werd gewaar­schuwd voor de gevaren.
Wat ik toen niet wist was
dat mijn moeder stiekem achter mij aan reed
om te zien hoe ik het deed:
als het niet goed was gegaan,
had zij toch nog in kunnen grijpen.
Zo doen ouders dat,
omdat zij vol zorg zijn voor hun kin­de­ren
en onze Vader in de hemel is eigen­lijk niet anders:
in Jezus Zijn Zoon is God ons leven komen delen
en Hij heeft ons goede raad en wijze woor­den meege­ge­ven
en tenslotte heeft Hij zich­zelf gegeven
om ons leven te red­den voor de eeuwig­heid.
Sommigen van ons had­den mis­schien een vader
die een beetje streng was
of met wie U niet zo goed kon opschieten,
maar zo moet U niet aan God als Vader denken:
God is een vader die veel van ons houdt
en die alleen het beste voor ons wil.
Hij is een vader die alles voor ons wil geven.
Ook dat is iets wat ouders vaak bij zich dragen.
Het is me meer dan eens over­ko­men
dat ik een jong iemand moest begraven
en dat de vader of moeder
of de opa of oma van de over­le­de­ne zei:
had ik daar maar gelegen,
in plaats van hem of haar.
Ik had zo willen ruilen
als ik deze persoon, die zo jong is gegaan,
daar­mee het leven had kunnen geven.
Het was meer mijn tijd
dan die van hem of haar.
Maar, ja dat wordt ons niet gevraagd
en we kunnen God vaak niet begrijpen.
Maar ja, dat geldt eigen­lijk ook al
voor een klein kind
dat mis­schien wel een hele­boel vragen kan stellen,
maar toch nogal eens te horen zal krijgen:
“Dat kun je nu nog niet begrijpen,
maar later als je groot bent,
dan begrijp je het wel”.
Een klein kind houdt de hand van zijn papa
stevig vast,
want die vader weet alles
en als dat kind die hand maar vast houdt,
komt het allemaal wel goed.
En zo moeten wij ook maar doen
met onze Vader in de hemel:
houd Zijn had maar stevig vast
en ga vooruit met ver­trouwen.
En dat geldt ook voor onze Moeder in de hemel:
wie met Maria door het leven gaat,
gaat als een kind
en loopt niet verloren.

Maar is God toch niet een beetje streng,
als een niet zo ge­mak­ke­lijke vader?
Mis­schien zou je het wel denken
als je het evan­ge­lie hoort vandaag.
Want we hoor­den
waar­schu­wende woor­den van Jezus, de zoon van God:
“Span je tot het uiterste in,
om door de nauwe deur naar binnen te gaan”,
want als je buiten moet blijven,
zal het niet leuk voor je zijn,
daar is geween en tan­dengeknars.

Maar eigen­lijk zijn dit meer woor­den
die een vader en moeder tot een kind kunnen zeggen
als dat kind een gevaar­lijke situatie tegemoet gaat,
zoals wanneer die voor het eerst naar school toe gaat,
of wanneer het beter zijn best moet doen op school.

Iemand zei me ooit eens
toen hij deze woor­den van Jezus hoorde:
“Word ik dan buiten de hemel geworpen
als ik het niet goed genoeg heb gedaan?
God is toch geen Vader,
die zijn kin­de­ren in de kachel stopt”.
Nee, na­tuur­lijk niet,
Hij houdt van je,
Hij staat niet naar je te kijken als een politie-agent
om te zien of je mis­schien iets fout doet,
Hij kijkt naar je als een heel liefde­volle vader,
hij is trots op je
en wil je aan­moe­di­gen om je best te doen,
om er iets moois van te maken.
Zo is God!

“Hij zal het wel niet goed vin­den,
of: Hij zal mij wel niet goed vin­den”,
eigen­lijk is dat een ont­moe­digde gedachte,
de gedachte van iemand die het niet ziet zitten
en dat soort gedachtes komen nooit van God.

Moed en ver­trouwen!

Vaak zijn wij geneigd om te denken
- vooral als we pijn hebben of verdriet -:
Had God dit niet kunnen verhin­de­ren,
had Hij het niet anders kunnen laten lopen?
Waarom heeft Hij gewoon niet gezorgd
dat dit niet is gebeurd?
Een klein beetje ant­woord daarop
gaf ons de tweede lezing vandaag:
Laat je door tegen­slag niet ont­moe­di­gen
en ver­trouw dat het lij­den in je leven
een bete­ke­nis heeft, niet voor niets is.
De moei­lijke dingen die we meemaken
hebben ons gevormd.
Niemand kan het lij­den, de donkere dagen,
terugdraaien of ver­an­de­ren.
Ze wor­den alleen maar donkerder en zwaarder als je dat probeert,
terwijl ze lichter wor­den
als je ze probeert te aan­vaar­den
en ermee verder te gaan,
met ver­trouwen.

We moeten daarbij niet vergeten
dat we een moeder hebben gekregen,
een hemelse moeder,
aan wie we alles mogen toe­ver­trou­wen.
Zij wéét wat lij­den is,
zij trekt met ons mee op onze levensweg;
zij kijkt een beetje toe of het goed met ons gaat
en probeert ons voor gevaar te behoe­den.
Deel je zorgen en je lij­den
met de Maagd der armen,
want zo wordt Maria hier vereerd.
Dat ‘Maagd der armen’ wil niet zeggen
dat zij er alleen voor je is
als je materieel arm bent,
als je geen geld hebt,
maar de armen die hier wor­den bedoeld
zijn die armen van geest
waar de bijbel over spreekt,
dat zijn degenen die niet vol zijn van zich­zelf,
die niet steunen op geld en goed,
maar die dui­de­lijk weten
dat zij niets mee kunnen nemen
als ze eens uit deze wereld moeten ver­trek­ken,
dat zij kleine mensen zijn.
Deel je lij­den en je pijn
met Maria de Moeder van God,
de maagd der armen!

Er zijn allerlei redenen
waarom we ont­moe­digd kunnen raken,
maar er is één grote reden
waarom we met ver­trouwen door moeten lopen:
wij zijn op weg naar iets moois,
naar de vol­tooi­ing, naar ons geluk, naar de hemel
en op die weg naar onze bestem­ming
zijn er een hemelse Vader
en een moeder die God ons gegeven heeft
en die over ons waken.
We lopen niet alleen!

Het waarom van ons lij­den en verdriet
en waarom mensen met hun leven soms helemaal de mist ingaan,
waarom er een Hitler heeft bestaan
of een van de andere vre­se­lijke dictatoren,
waarom mensen er toe komen
- zoals nu in Syrië en Egypte -
om zoveel geweld te plegen,
dat blijft allemaal altijd ergens ook een mysterie.
Ik weet alleen dat God in Zijn voor ons kleine mensen
vaak onbe­grij­pe­lijke wijs­heid
ons een vrij­heid heeft willen geven,
dat wij kleine mensen het ‘waarom’ vaak niet kunnen zien,
dat het kwaad en de zonde in de wereld
voor ons niet te vatten zijn,
maar ook mogen we weten dat achter alles toch uit­ein­delijk weer
het grote plan van Zijn barm­har­tige liefde schuil gaat.
We zijn op weg naar die mooie bestem­ming,
dat hemelse doel
dat ons begrip te boven gaat!

En God heeft ons een moeder gegeven, Maria.
Zij is op die weg die wij gaan
als een moeder die op die tocht met ons meegaat;
zij is altijd bereid om te helpen,
altijd klaar ons voor gevaren te behoe­den,
altijd verlangend om onze gebe­den te aan­ho­ren.

Dus laten we met ver­trouwen onze levens­reis voort­zet­ten
naar het ko­nink­rijk van God.
Amen

Terug