Arsacal
button
button
button
button


Opname in de kerk bij La Vie op feest van Drie-eenheid

Juist dit geheim laat zien dat God van ons houdt

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 15 juni 2014 - 1041 woorden
Opname in de kerk bij La Vie op feest van Drie-eenheid

In het R.K. centrum voor inner­lijke heelwor­ding "La Vie" in Zeewolde vin­den mensen niet alleen een weg naar inner­lijke gene­zing, maar ze ontdekken ook het beeld van God in hen. Op de zon­dag van de heilige Drie-een­heid, halverwege de mid­dag, trad Joke Johanna Lenting er toe tot de katho­lie­ke kerk en ont­ving het heilig vormsel. Daarbij heb ik de volgende homilie gehou­den.

Homilie

Dit feest van de aller­hei­ligste Drieëenheid
doet ons God kennen
als Vader, Zoon en heilige Geest.
Toch is er maar één God.
In de Islami­tische wereld
heeft men hier vaak moeite mee
en wor­den chris­te­nen ervan beschul­digd
ver­schil­lende Goden te aanbid­den.
Dit is na­tuur­lijk een misverstand.
Wij erkennen en aanbid­den één God,
maar die ene God heeft zich aan ons
als Vader, Zoon en heilige Geest doen kennen;
dat is een geloofs­mys­te­rie,
het wezen van God kunnen wij niet doorgron­den,
maar juist dit geheim van de Drieëenheid
maakt ons dui­de­lijk hoe­zeer God ons liefheeft,
dat Hij ons helemaal aanvaardt,
dat Hij ons bemint,
dat wij gewenst zijn door Hem,
dat Hij alles voor ons over heeft
en dat Hij ons begeleidt
met Zijn liefde en genade.
Dat de ene God
zich als drie personen aan ons heeft geopen­baard,
maakt de een­heid van God niet minder,
maar wel rijker:
God is geen monolithisch blok,
geen ongenaak­ba­re God,
maar een God die is uit­ge­gaan,
die mens gewor­den is
om ons leven en lij­den te delen
en die altijd bij ons blijft
in de heilige Geest die als een vuur,
als een licht
aan onze harten is meege­deeld.
God is heel dicht bij ons
en Hij houdt van ons.
Het is dit wat de lezingen van deze dag
van de Aller­hei­ligste Drieëenheid
ons willen mee­ge­ven:
in de eerste lezing gaat het
over het volk van de Joden in de woes­tijn:
“De Heer is een barm­har­tige en medelij­dende God,
groot in liefde en trouw”
en Mozes vraagt God daar
om met het volk, met ons mensen
mee te trekken.
In het evan­ge­lie is het Jezus zelf
die tot Nikodemus spreekt met die bekende woor­den:
“Zozeer heeft God de wereld liefgehad,
dat Hij zijn enig­ge­bo­ren Zoon heeft gegeven”.

Dat is de grootste genade van je leven:
dat er Iemand is die zozeer van je houdt
dat Hij het kost­baarste wat Hij heeft
voor je over heeft.
Als je van een mens waar­de­ring ont­vangt,
steun, liefde, rich­ting,
dan weet je tege­lijk altijd dat die mens
een passant is in je leven;
geen mens kan je totaal opvangen,
geen mens kan je echt helemaal dragen,
geen mens kan je uit­ein­delijk gelukkig maken,
want die mens is beperkt
niet alleen in zijn gaven en moge­lijk­he­den,
maar ook in de tijd die hij krijgt.
En daarom moeten we iedere mens
die we ontmoeten
ook weer loslaten
en een stukje een­zaam­heid durven aan­vaar­den
vanuit de kracht die het geeft
dat wij toch in de liefde van Één
geborgen zijn:
dat is Degene die ons zo wonder­baar
gevlochten heeft in de moeder­schoot,
dat is Degene die ons kent, ons doorschouwt en door­grondt,
die ons beter kent dan wij ons­zelf kennen
en die Liefde is:
Hij ziet ons aan
niet als een monolithisch, oor­de­lend blok, van buiten af,
maar vol barm­har­tig­heid en liefde, van binnenuit,
want Hij is de Drieëne God:
Hij is Vader, Zoon en heilige Geest:
Hij is geko­men om alles voor ons te doorstaan
en Hij is meege­deeld aan onze harten
als vuur, als liefde,
als een kracht,
die het duister overwint
en in ons hart die gloed, die warmte legt
waardoor de tunnel nooit alleen maar donker is.
Voor ieder mens is het be­lang­rijk
te mogen zien en te weten
dat hij aanvaard wordt, liefgehad,
dat hij gewenst is.

“Ben ik door jou gewenst?”
Geen mens kan die vraag
alleen maar posi­tief be­ant­woor­den,
want er zit altijd een grens aan,
omdat die mens ein­dig is in zijn aardse bestaan
en omdat hij beperkt is,
omdat hij soms iets wenst in ons,
iets zoekt bij ons,
maar niet de persoon aanvaardt die wij mogen zijn.
We kunnen als mens alleen maar proberen
in de kracht van de heilige Geest,
te lijken op God
wiens beeld in ons is gelegd:
de God die barm­har­tig is, “groot in liefde en trouw”(1e lezing).
Dat mensen Hem in ons mogen herkennen
en dat het hen tot God mag brengen,
want Hij alleen kan iemand echt
volle­dig en totaal, onein­dig wensen.
Door Hem zijn wij gewenst, aanvaard,
altijd en overal,
zelfs toen wij zon­daars waren.
Dat is de kern van Zijn liefde voor ieder van ons.

Beste Joke, het is mij een vreugde
dat ik op deze mooie dag
van het hoog­feest van de heilige Drieëenheid
je op mag nemen in de kerk
en het heilige vormsel toe mag dienen.
Je belijdt je geloof
en uit­ein­delijk is dat
- behalve een inner­lijke over­tui­ging -
een act van ver­trouwen:
je geeft je over, je ver­trouwt je toe
aan de drieëne God
in wiens Naam je ooit bent gedoopt.
Je treedt toe tot de ge­meen­schap van de katho­lie­ke Kerk,
een we­reld­wijde ge­meen­schap
waarin je je broeders en zusters mag herkennen,
in de goe­den en de slechten,
de heilige en de zon­daars,
de hoogsten en grootsten
en de kleinsten en zwaksten.
Je mag hen allen dragen in gebed;
‘mogen’ want het is een genade
iets van jezelf te mogen geven
opdat anderen eeuwig leven mogen hebben.
Over de heilige Geest die je ont­vangt
wordt ge­spro­ken als over een “zegel”:
“Ontvang het zegel van de heilige Geest...”,
wordt er gezegd wanneer het Vormsel wordt gegeven;
een zegel laat een blijvende afdruk na
en zo is het met het ont­van­gen van dit sacra­ment:
het is voor heel het leven, voor altijd
dat je nu de gave van de heilige Geest ont­vangt.
Na­tuur­lijk zijn er ook andere krachten werk­zaam,
andere gevoelens en gedachten
en verlei­ding door de duivel,
maar iedere keer mag dan de bood­schap klinken:
ga terug naar de kern,
naar de gave die je hebt ont­van­gen,
naar de kracht van de heilige Geest.
Vrees het duister niet,
wacht op Zijn komst.
De handopleg­ging brengt de bescher­ming tot uitdruk­king,
die je hiermee gegeven wordt;
de zalfolie, het heilig chrisma
is een teken van de kracht van God
die zacht binnen­dringt,
die heelt, geneest
en die er is
ook als er niet veel van te zien is.
Het is een uit­no­di­ging tot ver­trouwen:
God is met je.
Amen.

Terug