Arsacal
button
button
button
button


Feest in de Sint Josephkerk: processie Maria van Haarlem trok uit

Geloven met hoofd én hart

Overweging Preek - gepubliceerd: zondag, 14 juni 2015 - 1309 woorden
Maria van Haarlem voor het altaar in de St. Josephkerk
Maria van Haarlem voor het altaar in de St. Josephkerk

Op zon­dag 14 juni werd in de Sint Jospeh­kerk aan de Jans­straat het feest van Maria van Haar­lem gevierd voor de drie Haar­lemse pa­ro­chies die bin­nen­kort samen verder gaan onder de naam Maria van Haar­lem. Na een fees­te­lij­ke Hoogmis met mede­wer­king van vier koren werd een pro­ces­sie gehou­den over het Haar­lems Begijnhof dat vlak bij de kerk is gelegen. Daarna was er een otn­vangst in de pastorie waar veel pa­ro­chi­anen aanwe­zig waren. En na­tuur­lijk heb ik graag van de gelegen­heid gebruik gemaakt om even een kijkje te nemen bij de ver­bou­wingen voor het Jozefhuis voor jon­ge­ren.

Het mid­del­eeuwse genade­beeld dat normaal in de dag­ka­pel van deze kerk wordt bewaard was nu in de ker voor het altaar geplaatst en fraai met bloemen versierd. Op de foto hiernaast is dat nog net te zien. Kan. Pastoor dr. A. Hendriks con­ce­le­breerde en de beide broers-diakens Weijers assis­teer­den samen met de acolieten. Naast de schola cantorum van de St. Joseph­kerk hebben ook het gezins­koor en het dames­koor gezongen alsmede het koor Sursum Corda van de H. Pastoor van Ars en de voor­ma­lige H. Johannes de Doper. Deze drie pa­ro­chies gaan fuseren onder de titel van Maria van Haar­lem.

Alles was keurig ver­zorgd en de proces verliep vlekkeloos. De route over het Begijnhof maakte het mede tot een intiem gebeuren.

Na afloop heb ik nog even een vluch­tige blik op de werk­zaam­he­den in de pastorie geslagen waar een katho­liek jon­ge­renhuis wordt voor­be­reid, onder lei­ding van de jon­ge­ren­wer­ker van het bisdom Marius v.d. Knaap en zijn echt­ge­note. De werk­zaam­he­den zijn in volle gang en het is dui­de­lijk dat de jon­ge­ren mooie, ruime kamers zullen krijgen. De hoop is dat de werk­zaam­he­den voor 1 ok­to­ber beëindigd zullen zijn en de ge­meen­schap van start zal kunnen gaan. Op dit moment zijn er al meer aanmel­dingen dan er kamers zijn...!

Homilie


Broeders en zusters,
Dit jaar mogen we weer
het feest van Maria van Haar­lem
op plech­tige wijze vieren
met een pro­ces­sie aan haar gewijd.

Een harte­lijke band

Dit is iets heel goeds,
dus laten we dit in ere hou­den,
want onze band met Maria
is en blijft van groot belang.
Maria wordt hier in de gebe­den en lie­de­ren
als wonder­ba­re moeder aangeduid,
als toevlucht van de zon­daars
en troost van het droeve hart.
Wat hebben al deze titels, deze namen
die aan Maria van Haar­lem wor­den toegekend,
met elkaar gemeen?
Zij drukken alle een harte­lijke,
per­soon­lijke relatie uit,
een warme band van hart tot hart
met iemand die er voor ons is
in voor- en te­gen­spoed.
En dat is eigen­lijk precies
waar het om gaat
als we het over Maria hebben.

Hoofd en hart

Zij werd ons als moeder gegeven op het kruis;
zij wordt door het tweede Vati­caans concilie
onze moeder in de orde van de genade genoemd,
dat wil zeggen
dat het bij haar niet zozeer gaat om
kennis over het geloof die je moet bezitten
of gebe­den die je moet opzeggen,
of over een graad van volmaakt­heid
die je moet hebben bereikt.
Daar­mee wil ik niet zeggen
dat het voor ons niet van belang is
om meer van ons geloof te weten te komen;
integen­deel: ik zou het ieder willen aanra­den
en aanbevelen:
probeer je geloof te leren kennen,
probeer het te verdiepen,
maar doe het op zo’n manier
dat het ook je hart kan voe­den.
Als we niets over het geloof zou­den weten
dat we wel ervaren,
dan blijft dat geloof
te veel een vaag gevoel;
als we wel veel over het geloof weten,
mis­schien heel de cate­chis­mus
uit ons hoofd hebben geleerd
en als dat alleen iets blijft van ons hoofd,
dan zal het ons hart niet voe­den
en blijft het een geleerd lesje.
Hart en hoofd moeten samen gaan,
ook ons hart heeft het nodig
geraakt en gevoed te wor­den,
we moeten blijven zoeken naar nieuwe impulsen.

Als een kind...

Als we naar Maria gaan
gaat het inder­daad over het geloof van ons hart,
over ons ver­trouwen,
over een harte­lijke ver­hou­ding,
over goed­heid die we ervaren,
over de pijn om fouten die we mis­schien hebben gemaakt,
over het verdriet dat ons over­ko­men is
en dat je met haar mag delen.
Het gaat om overgave,
over een een­vou­dige harte­lijke band
als van een kind met een moeder.
Om Maria te kunnen eren
met je hart en niet alleen met je verstand,
moet je van binnen weer klein en een­vou­dig wor­den.
Om je hemelse Moeder
in ver­trouwen te kunnen nemen
moet je zijn als een kind.

Redeneren?

Voor sommigen van onsis dat eigen­lijk altijd tame­lijk ge­mak­ke­lijk geweest,
zij hebben van kinds af aan al
zo' n band met Maria,
voor anderen blijft dat altijd
een beetje inge­wik­keld,
zeker als je in veel dingen van het leven
de gedachte hebt
dat je alles moet bere­deneren;
bij weer anderen is de liefde voor Maria gegroeid
of op een bepaald moment tot stand geko­men;
soms zijn mensen ineens of groeiender­wijs
weer een­vou­dig gewor­den.
Bij velen van ons is die ver­trouwens­band
ook wel beproefd:
Er waren teleur­stel­lingen
die we moei­lijk kon­den begrijpen,
er was lij­den
wat we moei­lijk kon­den dragen.
Uit­ein­de­lijk hoort ook dat erbij,
dat is het mysterie van het leven,
dat we hier op aarde nooit helemaal
zullen kunnen doorgron­den en begrijpen.

Een moeder

We zijn hier bijeen
om Maria van Haar­lem te eren
en we mogen dat doen
zoals we zijn:
een beetje op afstand
of juist heel harte­lijk,
maar liefst met inner­lijke eenvoud,
met onze vragen,
met ons verdriet,
met onze vreugde
en met ons ver­trouwen.
Maar we mogen allemaal weten
dat zij voor ons
een moeder wil zijn.

Het mosterd­zaadje

We hoor­den vandaag het evan­ge­liemet de gelijkenissen over het rijk van God;
het ging over het zaaien van het goede zaad
en dat het opkomt
zonder dat de zaaier kan bevatten
hoe dat moge­lijk is;
en het ging over dat kleinste van alle zaadjes,
het mosterd­zaadje dat een groot en sterk gewas wordt.
Dat rijk van God, waar het in deze parabels over gaat
is niet alleen de hemel
of de vol­tooi­ing van de schep­ping
aan het einde der tij­den;
het is niet alleen iets voor later,
het gaat ook over het nu.
Dat rijk van God is mid­den onder ons,
het is zelfs in ons
als we God om zo te zeggen
een kans willen geven
om koning en Heer
van ons leven te zijn.
Maria deed dat toen zij zei:
“Mij geschiede naar Uw woord”,
ik geef me aan U over, God,
laat maar gebeuren
wat U mij hier zegt.
Dat is ver­trouwen!
Vertrouwen heeft iets van
in het diepe durven springen,
van levensoptimisme,
er uit­ein­delijk van uit durven gaan
dat het goed zit en dat het goed komt.

Hoe het geloof groeit?

Er is in ons hart zo’n klein zaadje gelegd,
het zaadje van het geloof,
het zaadje van het ko­nink­rijk van God.
We krijgen dat mee,
maar op een gegeven moment
moet dat zaadje echt iets van ons­zelf wor­den,
geen uit ons hoofd geleerd lesje,
niet iets wat onze ouders nu eenmaal
zo be­lang­rijk vin­den,
maar echt iets van ons­zelf.

Meer heb je niet in de hand

Voor ouders is het na­tuur­lijk iets heel moois
als je dat mee mag maken,
dat je ziet dat geloof
bete­ke­nis krijgt voor je kin­de­ren,
dat het ook iets van hen wordt.
Ouders zijn dan als die man
die zijn land bezaait
en ziet dat het zaad ontkiemt
maar niet weet hoe.
Want geen enkele ouder heeft dit voor het zeggen,
je kunt je best doen om dat zaad te zaaien,
hopen, bid­den, sti­mu­leren,
maar je hebt niet in de hand
wat er gebeurt

Zo is het ook bij ieder van ons gegaan
het zaad van rijk van God is in ons hart
in stilte gegroeid
tot een kracht in ons leven.
we kunnen hooguit zeggen achteraf:
die en die gebeur­te­nis,
dat woord en die mensen
hebben dat zaadje op laten schieten,
zo is het gegroeid,
zo is het gegaan,
maar het was bovenal genade!

Laten we vandaag dan ook bid­den
dat we een sterk geloof mogen bezitten,
met kennis en ver­trouwen
en dat het zaad dat wij zaaien
mag uitgroeien.
Moge Maria, onze Moeder,
onze toevlucht, onze troost
daarbij een voor­spreek­ster zijn.
Amen.

Terug