Arsacal
button
button
button
button


Heeft alles geen zin of leef je uit vertrouwen?

Maria, ons lijntje met de hemel - Tenhemelopneming in Heiloo

Overweging Preek - gepubliceerd: zaterdag, 15 augustus 2015 - 1071 woorden
Maria’s kroning in de hemel (Notre Damebasiliek, Beaune)
Maria’s kroning in de hemel (Notre Damebasiliek, Beaune)

Op zater­dag 15 au­gus­tus mocht ik het hoog­feest van Maria Ten­hemel­op­ne­ming vieren in Heiloo in het hei­lig­dom van O.L. Vrouw ter Nood. Bijna 800 mensen waren geko­men om de fees­te­lij­ke Eucha­ris­tie­vie­ring ter ere van Maria mee te vieren. Voor de vie­ring werd de rozen­krans gebe­den en maakten vele mensen gebruik van de gelegen­heid het sacra­ment van boete en ver­zoe­ning (de biecht) te ont­van­gen in één van de nieuwe biecht­stoelen in de grote kapel. En na afloop van de Mis kwamen drie jonge vrouwen me ver­tellen dat zij op het punt staan in te tre­den in een reli­gi­euze ge­meen­schap. Het was een mooie dag! Veel mensen bleven dan ook nog om op het terras van het Oesdom met een hapje en een drankje wat na te genieten of om het Lof bij te wonen dat 's mid­dags om 15.00 uur werd gehou­den.

Hier­on­der de Homilie die ik tij­dens de Eucha­ris­tie­vie­ring heb gehou­den.

Homilie

Broeders en zusters,
Fijn dat u weer met velen naar Heiloo bent geko­men
om het feest van Maria's ten­hemel­op­ne­ming te vieren.

Maria is er al...

Het gaat er vandaag om
dat Maria is voor­ge­gaan
waar ook wij hopen te komen.
Aan het einde van ons leven,
als we moeten sterven,
hopen ook wij goed terecht te komen.
En dan is er nog de belofte
dat God aan het einde van de tij­den
alles zal vernieuwen,
een nieuwe schep­ping tot stand zal brengen.
Maria is al zo' n nieuwe schep­ping,
maar ook voor ons is er de belofte
dat aan het einde der tij­den
alles vernieuwd zal wor­den
en wij met een verheer­lijkt lichaam
aan die nieuwe schep­ping mogen deelnemen
bij de ver­rij­ze­nis van het lichaam,
waarover we het altijd hebben in de ge­loofs­be­lij­de­nis.
Daar zal geen pijn meer zijn,
geen verdriet,
geen gemis,
geen ma­te­ri­alisme,
geen heb­zucht,
geen jaloezie,
geen kwaad.

Een lijntje naar de hemel

Maria is ons lijntje
met de hemel en met die vol­tooi­ing aan het einde der tij­den.
Daardoor wordt het voor ons een beetje concreet,
zoals de hemel ook concreter wordt en dich­ter­bij komt
als we zelf dier­ba­re mensen hebben moeten afstaan
en als wij­zelf ouder wor­den.
Dat gemis van dier­ba­ren is altijd een groot verdriet,
maar tege­lijk dragen we dat verdriet met het ver­trouwen
dat die dier­ba­re mensen
hun bestem­ming hebben bereikt,
dat ze ons wel hebben verlaten,
maar niet vernie­tigd zijn.
Sommige mensen hebben dat ook even mogen ervaren:
ze kregen even een sig­naaltje van boven
dat hun dier­ba­re er nog is, in dat andere leven.
Een ander zal het meer moeten doen
alleen met de kracht van simpel ver­trouwen.

De hemel een cadeau

Hoe kunnen wij­zelf die weg naar de hemel gaan?
Hoe kunnen wij die mooie toe­komst bereiken?
Aller­eerst denk ik dat we ons mogen rea­li­se­ren
dat niet wij, door onze in­span­ningen,
de hemel kunnen veroveren.
Het eeuwig leven is een cadeau,
een gave van de goede God,
die heel veel van ons houdt.
Het eerste dat we steeds mogen blijven over­denken is
dat wij Gods geliefde kin­de­ren zijn,
dat Hij ons graag ziet en alles voor ons over heeft.

Ze maken er een potje van

Zeker, die kin­de­ren maken er vaak een potje van
en wij kunnen dikwijls niet begrijpen
waarom God zoveel toelaat,
waarom Hij het kwaad in de wereld niet verhindert.
Maar dat is precies de fun­da­men­tele keuze
waar we allemaal voor staan:
leef je vanuit de gedachte
dat alles uit­ein­delijk geen zin heeft,
geen doel heeft en geen toe­komst,
geloof je dat er uit­ein­delijk niemand is
die je bij­staat en die van je houdt,
of leef je vanuit het ver­trouwen en de overgave,
vanuit de over­tui­ging
dat de liefde uit­ein­delijk alles overwint?
Daar gaat het om,
dat is bij alle vragen die in ons opkomen
uit­ein­delijk de grote vraag waar ieder mens voor staat.

Gees­te­lij­ke strijd

Dat geeft eigen­lijk al aan
dat er een gees­te­lij­ke strijd is
die wij moeten strij­den;
want regel­ma­tig wor­den we overvallen
door beko­ringen, verlei­dingen
en de gedachte dat er niemand is die voor ons zorgt,
niemand die ons liefheeft,
niemand die ons toe­komst geeft.
Dat is een gedachte die opkomt
als we het feite­lijk niet zo zien zitten: ont­moe­di­ging.
Gevoelens van ont­moe­di­ging
wijzen ons nooit een goede weg.

De weg van ver­trouwen

Waar kunnen we dan wél die goede weg vernemen,
die weg van ver­trouwen?
Bij Maria!
Over Maria en haar weg
kunnen we veel leren uit het evan­ge­lie van vandaag.
Maria prijst God daar in haar lofzang, het Mag­ni­fi­cat.

Zonder kapsones

Wat daarin opvalt is
dat Maria zich­zelf ziet als een 'kleine dienst­maagd',
een gewone, een­vou­dige vrouw,
zonder kapsones, nederig.
Dat is, denk ik, een eerste stap
voor ie­der­een
die een weg van geloof en ver­trouwen wil gaan.
Maak jezelf niet te be­lang­rijk,
blaas jezelf niet op,
leef niet alsof alles op jezelf gericht moet zijn,
alsof je alleen maar rechten hebt.
Dit is een be­lang­rijke stap
om Gods werk te kunnen zien.

Tel je ze­ge­ningen!

Het tweede wat Maria in haar lofzang doet
is het dank­baar bezingen
van alle welda­den van God de Heer.
En ook dat is voor iedere gelo­vi­ge heel be­lang­rijk.
Realiseer je wat je allemaal gekregen hebt,
wees dank­baar voor de mensen om je heen,
voor je geloof,
voor de mooie dingen die gebeurd zijn en gebeuren,
voor al Gods goede gaven:
zie ze, tel ze en dank ervoor!

Doe eens wat goeds!

En dan zien we nog een eigen­schap van Maria
in het evan­ge­lie van vandaag:
on­mid­del­lijk nadat Maria
de bood­schap van de engel had ont­van­gen,
was zij op weg gegaan,
een lange, zware reis van Galilea naar Judea,
om haar nicht Elizabeth bij te staan.
Maria stond voor anderen klaar.
Haar gedachten gingen naar anderen uit.

Opnieuw is dit een be­lang­rijk kenmerk van iedere christen:
gewoon prak­tisch aan anderen denken,
iets voor anderen doen.
We moeten voor anderen klaarstaan,
we mogen niet alleen voor ons­zelf leven,
we moeten zoeken
wat we voor anderen kunnen betekenen.
We kunnen niet allemaal evenveel,
maar we kunnen allemaal iets doen (zeker bid­den).
Ons hart en onze gedachten
mogen niet om ons­zelf heen blijven cirkelen
- zelfs niet als we ziek zijn of het moei­lijk hebben:
mens-voor-anderen-zijn maakt ons vrij,
als je een mens bent voor anderen, kun je meer aan.
Christen-zijn is liefde geven.

Ten­hemel­op­ne­ming: ja, Maria is er al, nu wij nog!
Laten we haar volgen in haar geloof,
in haar liefde en ver­trouwen,
haar die voor ons een Moeder is,
een Moeder vol genade.
Amen

Terug